Een rauschende Ballnacht

Vanavond is het zover: om half tien zullen tachtig jongens en meisjes onder auspiciën van de Oostenrijkse ambassadeur in hotel Huis ter Duin het Wiener Ball openen. Voor de ogen van veertienhonderd gasten in grand gala mogen de debutanten - volgens voorschrift gekleed in rok (jongens) en lange witte jurk met tiara (meisjes) - laten zien hoe goed ze de verplichte walsen en quadrilles onder de knie hebben gekregen.

Ik zal er vanavond niet bij zijn, maar mijn gedachten dwalen terug naar mijn eigen 'debuut' op het bal dat als voorbeeld dient voor dit Wiener Ball: het beroemde Operabal in Wenen. Toen ik als jonge studente naar Wenen verhuisde, ontfermden vrienden van mijn ouders zich daar over mij. Voor hen golden de wetten van de Weense society, waarin het 'Ballsaison' een grote rol speelt. Dat seizoen bestaat uit tientallen bals die jaarlijks in januari en februari vóór de Vastentijd in Wenen worden georganiseerd. Elke groep, elke instelling heeft zijn eigen bal: de bakkers het Zuckerbäckerball met veel lekkernijen, de in Wenen wonende Hongaren hun Ungarnball, de gymnasiasten van het prestigieuze Gymnasium Theresianum hun zogenoemde Theresianistenpicnic om er enkele te noemen. Het spectaculairst en meest bekend is natuurlijk het Operabal dat sinds 1877 wordt georganiseerd. Ofschoon het niet eens tot de deftige Nobelbälle behoort en door sommigen minachtend als geldbal of bal van de nouveaux riches wordt gezien, is het mogen openen van dit bal ('debuteren') felbegeerd. “Daar moet Reinildis bij zijn”, oordeelde de Weense familie, en zo kreeg ik voor ik het goed besefte de volgende brief (die ik nog altijd heb): “Sehr geehrtes Fräulein! Die Direktion der Staatsoper gibt sich die Ehre Sie zum Eintritt in das Jungdamen-Komitee zur feierlichen Eröffnung des Opernballes am 18. Februar 1971 einzuladen”. Was getekend: Gräfin Christl Schönfeldt, de in heel Wenen bekende 'Opernballmutter'.

De brief ging verder: ik werd geacht perfect linksom te kunnen walsen. Maar dat kon ik helemaal niet! Ik had geluk. Ik kreeg zoals iedereen een balpartner toegewezen, de Weense student Karl Kleemann. Karl bleek een uitmuntend danseur en hij wilde mij wel een paar privé-walslessen geven vóór het begin van de verplichte Proben in de Opera. Ik kocht een grammofoonplaat van Johann Strauss en toen ging het van ein-zwei-drei!, ein-zwei-drei! Vol overgave zwierde ik dagenlang met Karl in zijn ruime ouderlijk huis, terwijl hij streng aanwijzingen gaf. De Proben verliepen daarna vlekkeloos. Toen brak de dag van het bal aan. Karl droeg zijn rok, ik mijn (geleende) 'bodenlanges weisses Kleid mit nicht engem Rock sowie lange weisse Handschuhe'. En natuurlijk een kroon op mijn hoofd! Dit balkroontje werd traditioneel door Swarovski ontworpen, elk jaar een ander.

Mijn ouders waren overgekomen en met hen en enige vrienden dineerden wij vóór het bal in de stad. Van alle kanten werden Karl en ik gefotografeerd: niets van dit unieke levensmoment mocht verloren gaan! Daarna schreden wij de Opera binnen, door dranghekken afgescheiden van dikke rijen Weners die al die glitter van nabij wilden zien. Over het bal zelf kan ik kort zijn: het was een sprookje. Vanaf een trap op het toneel daalden wij langzaam af in de Opera, die was veranderd in een reusachtige balzaal, versierd met 14.000 anjers. Boven ons hingen de balgasten in oogverblindende robes en 'Frack mit Dekorationen' uit hun loges, velen met toneelkijkers. Het werd een 'rauschende Ballnacht im Dreivierteltakt'.

Maar het Operabal had wel een staartje, of liever: twee staartjes. Eerst bleek het fototoestel waarmee wij zo uitgebreid waren gefotografeerd geen filmpje te hebben bevat. Er zat niets anders op dan razendsnel officiële persfoto's te bestellen zodat ik tenminste iets had. Karl en ik zijn op sommige te zien als een klein stipje in de verte.

Het tweede staartje was typisch Weens. Als dank voor de walslessen nodigde ik Karl uit voor een etentje op mijn studentenkamer. Hij kwam, begon tijdens de soep aan mij te friemelen, werd hardnekkiger tijdens het hoofdgerecht, en stortte zich op mij tijdens het toetje - zodat ik hem zonder koffie de trap af duwde. Ik was wat verbouwereerd door deze onverwachte ongewenste intimiteiten, maar kreeg enige weken later opheldering. In Wenen woont men (zeker in 1971) als student gewoon thuis of bij familie. Als je vrienden wilt ontmoeten, spreek je af in Kaffeehaus of Konditorei. Een meisje dat alléén op kamers woont is al enigermate verdacht. Maar als ze dan ook nog een jongeman bij zich te eten vraagt, dan bedoelt ze iets anders. Karl deed dus wat van hem verwacht werd.