Een opstandige meid

Steven Ozment: De burgemeestersdochter. Schandaal in een 16e-eeuwse Duitse stad. Vertaald uit het Engels door Gerard Suurmeyer. Het Spectrum, 285 blz. ƒ 34,90

Een tegendraadse, vechtlustige, mannenverslindende jonge vrouw, die op latere leeftijd voor haar omgeving een helleveeg werd. Zo zou de levensgeschiedenis van de zestiende-eeuwse Duitse burgemeestersdochter Anna Büschler (1496/98-1552) in één zin getypeerd kunnen worden. De feiten liegen er niet om: Anna was promiscue, ze hield er twee minnaars tegelijk op na en deinsde er niet voor terug haar familieleden diverse malen voor de rechter te slepen. Dit zouden de ingrediënten kunnen zijn voor een smakelijke, platte historische roman. Maar in de handen van Steven Ozment, hoogleraar geschiedenis aan Harvard University, krijgt het levensverhaal van Anna Büschler meer glans en wordt de helleveeg een vrouw van vlees en bloed.

Ozment heeft naam gemaakt met studies als When Father Ruled. Family Life in Reformation Europe (1983) en Three Behaim Boys (1987), boeken waarin het vredige, serene gezinsleven centraal staat. Met behulp van brieven, dagboeken en autobiografieën onderzocht Ozment ingewikkelde en moeilijk grijpbare onderwerpen als het vaderschap en de mannelijke puberteit in het verleden. In The Bürgermeister's daughter (New York 1996), waarvan onlangs een voorbeeldige Nederlandse vertaling verscheen, heeft Ozment het roer omgegooid: het harmonieuze gezin heeft plaats gemaakt voor een zestiende-eeuwse Duitse familie met opvoedingsproblemen en ruzies die een leven lang duurden. Ook bij dit onderzoek had Ozment de beschikking over persoonlijke documenten.

Het lijkt erop dat Anna Büschlers problemen begonnen zijn in de tijd dat ze als jonge vrouw, aan het eind van haar tienerjaren, werkzaam was als huishoudster en naaister op het nabijgelegen kasteel Limpurg. In die periode werd ze verliefd op Schenk Erasmus van Limpurg, een van de zes kinderen op het kasteel. Het verliefde stel wist de relatie, die door het standsverschil onacceptabel was, goed geheim te houden en ging er zelfs mee door toen Anna, na de dood van haar moeder in december 1520, weer bij haar vader ging wonen.

Naast Erasmus hield zij er nog een andere minnaar op na. Wanneer haar vader, de machtige, invloedrijke katholieke burgemeester Hermann Büschler van het stadje Hall, 's avonds weg was kreeg ze bezoek van Daniel Treutwein, een ridder uit de lage adel. De geschiedenis met Treutwein kwam aan het licht toen vader Büschler de twee in beschonken toestand in zijn geplunderde wijnkelder aantrof. Dit zal ongetwijfeld zijn woede hebben opgewekt, maar het was nauwelijks voldoende reden om zijn dochter het ouderlijk huis uit te jagen. Ozment schrijft dat vrijende paartjes in de zestiende eeuw wel vaker dit soort dingen deden en net als tegenwoordig zagen ouders dit gedrag door de vingers, zeker wanneer ze ervan overtuigd waren dat er uit dit onbezonnen spel van de jonge geliefden een blijvende relatie zou groeien. Maar wat was dan de oorzaak van Anna's verbanning uit het ouderlijk huis?

Anna was zeker geen lieverdje. Ze hield ervan zichzelf te tonen in kostbare, uitdagende kleding. Vader Büschler tolereerde het dat ze zich op een bedenkelijke manier kleedde en hij betaalde zelfs haar gewaagde jurken. Na verloop van tijd berispte hij Anna omdat ze haar kleding op zo'n manier had vervaardigd, dat men haar naakte lichaam kon zien. Een te laag uitgesneden decolleté was onfatsoenlijk. Anna luisterde echter niet naar haar vader en stal nu zijn geld om zichzelf op te doffen. Echter, ook Anna's manier van kleden en haar diefstallen waren voor vader Büschler zelfs geen reden haar op straat te zetten.

Het stelen was wel de aanleiding. Een van de bedienden onderschepte twee vaten gevuld met goederen uit Büschlers voorraad, die Anna in het nabijgelegen Kirchberg heimelijk wilde verkopen. In een van de vaten vond Büschler tot zijn schok brieven die Anna en Erasmus elkaar hadden geschreven. Hij kwam erachter dat Anna twee minnaars had. Nu was de maat vol.

Anna vluchtte weg uit Hall. Kort daarna diende ze bij de rechtbank een klacht in tegen haar vader en eiste haar erfdeel op. Burgemeester Büschler zette een juridische tegenaanval in en beriep zich op het recht dat zijn dochter, een jonge ongetrouwde vrouw, weer bij hem thuis moest komen wonen. Ze werd teruggebracht en aan een tafel vastgeketend. Anna wist te ontsnappen. Ze trouwde met een aan lager wal geraakte edelman die jaloers was op de rijkdom en macht van de burgemeester. Het echtpaar diende bij de rechtbank opnieuw een verzoekschrift in. Anna ontving uiteindelijk 397 gulden, een naar haar idee luttel bedrag.

Via wettelijke kanalen werd getracht meer geld los te krijgen. Dit gevecht duurde voort tot 1543, het jaar waarin vader en echtgenoot beiden stierven. Nu kreeg Anna te maken met haar broer en zuster. Een jaar later werd ze wegens ongehoorzaamheid en weerspannigheid, een beschuldiging waarin ze de hand van haar thans invloedrijke broer zag, door de stad Hall gevangen genomen en vastgeklonken aan een bed. Ook ditmaal wist ze te ontsnappen en begon een rechtszaak tegen haar broer en zus om een eerlijk deel van haar vaders erfenis los te krijgen. In 1552 stierf Anna en zo kwam er een eind aan deze juridische familieveldslag.

De stukken van deze strijd vormen de hoofdbronnen van Ozments studie. Dit materiaal leverde een boeiend en spannend verhaal op, dat hij weet te situeren in het sociale en morele milieu van het Duitsland in de eerste helft van de zestiende eeuw - een tijdperk waarin de redelijk ruime katholieke denkbeelden over zedelijkheid plaats maakten voor de meer ingetogen protestantse opvattingen van de vroege Reformatie. Deze overgangsperiode bracht de nodige nadelige effecten op de positie van de vrouw met zich mee. Ozment illustreert dit aan de hand van Anna's verhaal. Burgemeester Büschler kon leven met de roddels over zijn dochter en Daniel Treutwein. Het feit dat zij er twee minnaars op nahield, grensde aan prostitutie. Als dit uitkwam bracht dat schade en schande over zijn naam en gezin. Dit was een sociaal risico dat de burgemeester moest zien te vermijden. Begonnen aan de onderkant van de sociale ladder was hij, mede door zijn huwelijk met Anna's moeder die enkele treden boven hem stond, opgeklommen tot de positie van een gerespecteerd man. Voor de katholieke politicus Büschler was het van belang dat hij tijdens de turbulente vroege Reformatie op zijn hoede bleef. Een onopgelost moreel schandaal in het gezin zou zijn goede naam in de politieke arena onherstelbaar hebben beschadigd. Verbanning van Anna was de enige oplossing.

Tussen de processtukken en rechtbankverslagen trof Ozment ook de correspondentie tussen Anna en haar twee geliefden aan. Deze documenten werden indertijd als bewijsmateriaal opgevoerd en eeuwen later weet de historicus de sociale hiërarchie van het vroeg-moderne Duitsland ermee overzichtelijk te maken. De brieven maken duidelijk dat er een onoverbrugbare sociale kloof lag tussen een eenvoudige burgervrouw en een edelman: de harde realiteit was dat Anna en Erasmus, ondanks hun liefde voor elkaar, nooit of te nimmer konden trouwen.

Door de minutieuze tekening van de sociale en morele achtergrond en het weergeven van de correspondentie tussen Anna en haar geliefden, voert Ozment de laat twintigste-eeuwse lezer terug naar het meelijwekkende maar tegelijkertijd ook respect afdwingende verhaal van de zestiende-eeuwse burgemeestersdochter. Meelijwekkend, omdat Anna's levenspad geplaveid was met armoede, eenzaamheid, schandalen en slopende, vaak oneerlijk gespeelde rechtszaken. Respect afdwingend, omdat Anna zich niet schikte in haar lot van machteloos slachtoffer van het mannelijk gezag en tot het bittere levenseinde haar eigenwaarde wist te behouden.