Een late loutering

Bernhard Schlink: De voorlezer. Vertaald door Gerda Meijerink. Ambo, 160 blz. ƒ 29,90

Haar brede rug, haar nek, haar verse zweet, haar buik tegen de zijne: zij is zijn grote liefde. Elke middag leest Michaël Berg haar voor, dan gaan ze samen onder de douche en vrijen. En hij, een gymnasiastje van vijftien, voelt zich gelukkig bij zijn eenentwintig jaar oudere vriendin, die tramconductrice is, die hem liefkozend 'jochie' noemt en verder weinig zegt. Opeens verhuist ze naar een andere stad, zonder een adres of wat dan ook achter te laten, en misschien zou de herinnering aan haar hem niet meer hebben geplaagd wanneer hij haar nooit meer gezien zou hebben.

Maar hij ziet haar wèl terug; hij ziet haar rug en haar gespannen nek terwijl zij in de beklaagdenbank zit en hij, rechtenstudent inmiddels, in het publiek bij het denazificatieproces. Jaren zestig, ergens in de Duitse provincie: Hanna Schmitz, want zo heet ze, staat terecht omdat ze bewaakster geweest is in een concentratiekamp waar zij er een bijzonder wrede selectiemethode op zou hebben nagehouden. Ze zou jonge meisjes gedwongen hebben haar voor te lezen, waarna ze hen steeds op transport naar Auschwitz zou hebben gezet. Mevrouw Schmitz verweert zich slecht tegen de beschuldigingen en krijgt levenslang.

Verliefd geweest te zijn op een oorlogsmisdadigster: 't is niet iets waar men in het naoorlogse Duitsland graag over opschept. De rechtenstudent verzwijgt zijn verleden en zoekt verlichting in het protest tegen de vaders. Maar de studentenbeweging maakt op hem een zelfgenoegzame indruk. Michaël Berg probeert de oudere Duitsers, Hanna althans, te veroordelen én te begrijpen.

Door dit verregaande begrip gaat ook de lezer van De voorlezer zich ongemakkelijk voelen. Bernhard Schlink, de schrijver, weet de liefde van de ik-verteller voor een vrouw die anderen zonder pardon de dood in stuurde even ook op ons over te brengen. Met een paar simpele handgrepen smeedt hij de misdadigster om tot deerniswekkend slachtoffer. In de fabriek waar Hanna werkte, legt de verteller uit, stond de baas op het punt haar een hogere functie geven en dan zou zij, als ze niet naar het concentratiekamp was vertrokken, beslist ontmaskerd zijn als analfabete. Ze redde haar gezicht door bewaakster te worden en werkte zichzelf aldus tevens hopeloos in de nesten.

Hanna, het slachtoffer van schaamte, trots en onwetendheid. De tranen liepen me over de wangen toen ik las dat zij, die haar geheim zelfs niet aan de rechter verried, zich in de gevangenis alsnog leerde lezen en schrijven om te kunnen communiceren met Michaël, die haar nooit terugschreef. Maar toen het oogvocht eenmaal was verdampt, merkte ik dat er iets niet klopte. Bewaakster Hanna, voor de geallieerden op de vlucht, had honderden vrouwen in een kerk laten verbranden. Waarom had ze hen niet bevrijd? Je hoeft toch niet geletterd te zijn om op zo'n eenvoudig ideetje te komen? Schlink, geboren in 1944 en nu jurist in Bonn, vindt kennelijk van wel. De Michaël in zijn roman stuurt Hanna cassettebandjes waarop hij haar voorleest uit de Duitse klassieken, en zie, het wonder geschiedt: de zondares komt tot inkeer. Dankzij Schiller, Lessing en Heine.

Bernhard Schlink is zo'n ouderwetse schrijver die nog gelooft dat literatuur, dus ook het door hemzelf geschrevene, de lezers en de voorgelezenen in betere mensen verandert. Het is echter een beetje sentimenteel, die vredigheid (waartoe ook Hanna's zelfmoord behoort) aan het eind van het boek, die loutering-door-kunst. Uiteindelijk maakt Schlink zich er toch iets te gemakkelijk vanaf. En als je dat eenmaal door hebt, maakt ook zijn elegische toon niet meer zo'n héél diepe indruk.