Een kluwen van benen en gezichten; De obsessieve fotocollages van Pierre Molinier

'De schilderkunst, de meisjes en het pistool' waren de hartstochten van de Franse schilder en fotograaf Pierre Molinier. Hij werd wel de duivel in eigen persoon genoemd. Zijn fotocollages van bepumpte vrouwenvoeten, genetkouste benen en zelfgemaakte dildo's inspireerden kunstenaars als Robert Mapplethorpe en Rob Scholte. Een deel van zijn fotowerk is in Parijs te zien.

Tentoonstelling: Le Mystère Molinier, tot 22 maart in galerie A l'Enseigne des Oudin, 58 Rue Quincampoix, Parijs. Di-za, 11-13u/15-19u. Boek: Le Chaman et ses créatures. Uitg. William Blake & Co. 1995. ISBN: 2-84103-033-4.

Hoewel de schilder en fotograaf Pierre Molinier een eind aan zijn leven maakte door een kogel door zijn hoofd te schieten, pleegde hij geen traditionele zelfmoord. Hij handelde niet buiten medeweten van zijn omgeving. Hij liet zijn vrienden vlak voor het fatale schot de dingen die hij hen wilde nalaten ophalen en beval ze voort te maken, anders zouden ze “nog voor jullie beneden zijn, de knal horen”. De vriendin aan wie hij zijn grootste zorg - zijn kat - naliet, kon niet anders dan hem smeken “niet mis te schieten”. Hij schoot raak, op die derde maart van 1976, wat niet verwonderlijk is voor iemand die onder een foto van zichzelf eens noteerde: “Drie hartstochten: de schilderkunst, de meisjes en het pistool”.

In zijn overigens abominabele biografie Molinier, une vie d'enfer (1992) beschrijft Pierre Petit aan de hand van de politierapporten heel nauwkeurig hoe de dode Molinier erbij ligt. Keurig op bed, zijn bebrilde hoofd op het kussen, nauwelijks bloed, om hem heen hangen zijn onmisbare spiegels evenals de fotoportretten van zijn geliefde modellen en vlak naast zijn lichaam ligt het zojuist verschenen nummer van het fototijdschrift Zoom. Het omslag toont paginagroot de in een hoge pump gestoken voet en de genetkouste kuit van een vrouwenbeen.

Niet vastgesteld is het of Molinier, zoals hij altijd gewild had, op het moment van zijn dood is klaargekomen. Gezien de enscenering van zijn zelfmoord en de rekwisieten om hem heen heeft hij waarschijnlijk wel een poging in die richting ondernomen. Het zou inderdaad een perfect sluitstuk geweest zijn van het leven van de tovenaar Molinier. Onaangepast uit overtuiging had hij zowel zijn leven als zijn werk in dienst gesteld van de obsessies die hem beheersten. Bijna dertig jaar eerder had hij de burger Molinier al op symbolische wijze begraven. Tot de grote schrik van de geestelijken had hij in de tuin van de Clinique du Tondu, waar hij restauratie-schilderwerkzaamheden verrichtte, een zwart kruis neergezet, waarop hij in mooie witte letters geschreven had: “Hier rust / Pierre Molinier / geboren 13 april 1900 / gestorven omstreeks 1950 / hij was een man zonder moraal / tot eer en glorie van zichzelf / Inutile de P.P.L. (Zinloos om voor hem te bidden)”.

De verklaring die hij met een veiligheidsspeld op de rug van een stoel in zijn appartementje in Bordeaux prikt vlak voor zijn zelfgekozen dood, bevestigt zijn rabiate afkeer van conformisme alleen nog maar eens: “Ondergetekende verklaart zichzelf vrijwillig gedood te hebben en alle klootzakken die mijn kutleven (ma putain de vie) verkankerd hebben, kunnen in de stront zakken.”

Het vreemde is, dat Molinier helemaal niet zoveel tegenstand van fatsoensrakkers ondervonden heeft, veel minder in elk geval dan men op grond van het nog altijd controversiële karakter van vooral zijn fotografische werk verwachten zou. De kracht van zijn foto's en foto-collages is tweevoudig: enerzijds is er de stilering van zijn seksuele obsessies, anderzijds is er het directe verband met de werkelijkheid, al was het maar omdat in veel collages Molinier zelf figureert. Het intrigeert en verbaast dat iemand zo ondubbelzinnig zijn fantasmen durft zichtbaar te maken, met voorbijgaan aan alle schaamte en conventies.

Surrealisme

De paar psychiaters die zich verdiept hebben in het geval Molinier, hielden hem voor de duivel in eigen persoon. Hij voldeed aan geen enkel ziektebeeld. Hij ging weleens met mannen naar bed, maar homoseksueel was hij niet: hij wilde slechts de ervaring van vrouwen delen. Hij droeg niets liever dan zwarte netkousen en pumps, maar hij was geen travestiet. Hij was een wanna-be, maar geen transseksueel: zijn geslachtsdeel wilde hij onder geen beding kwijt. Hij was een exhibitionist maar geen potloodventer. Hij was honderd procent heteroseksueel, maar uitsluitend geïnteresseerd in één aspect van het vrouwenlichaam: de benen. En hij was kunstenaar.

Die verwarrende combinatie zorgde ervoor dat hij in de jaren vijftig gretig werd ingehaald door wat toen nog over was van de surrealistische beweging. Godfather André Breton stuurde hem talloze bewonderende brieven, zorgde dat zijn werk gepubliceerd werd en tentoongesteld en verstrekte hem opdrachten voor zijn tijdschrift Le surréalisme, même. In Moliniers schilderijen herkende Breton feilloos de preoccupaties van de surrealist. Onder invloed van contacten met volgelingen van de Dalaï Lama, halverwege de jaren dertig, had Moliniers stijl zich van een niet onverdienstelijke post-impressionisme ontwikkeld in de richting van esotherisch symbolisme, met het vrouwenlichaam in de hoofdrol.

Op zijn altijd kleine panelen (het grootste gedocumenteerde formaat is 80 x 80 cm) verstopte Molinier monden, borsten en benen aanvankelijk in beeldvullende kleurvlakken. Deze overwegend abstracte werken onthulden al voldoende om op tentoonstellingen aanstoot te geven - wat ongetwijfeld debet is geweest aan Moliniers latere 'extremisme'. In zijn schilderijen uit de jaren zestig en zeventig wordt hij explicieter. Ze tonen meestal meerdere vrouwfiguren in erotische verstrengeling, fijne handjes met vingers met lange nagels die in tepels knijpen en dildo's hanteren en gekruisigde lichamen die pijn met wellust associëren. Ze ademen een sfeer van India-kitsch met veel krullen, bloemen en zoetige sierlijkheid.

Breton viel ervoor, maar het is niet helemaal voor niets dat geen enkel museum, voor zover bekend, schilderijen van Molinier bezit.

Zijn fotografie, waaruit de Parijse galerie A l'Enseigne des Oudin nu een bescheiden keuze toont, is van veel groter belang en inspireerde uiteenlopende kunstenaars als Hans Bellmer, Clovis Trouille, Luciano Castelli, Salomé, Hanel Koeck, General Idea, Robert Mapplethorpe en ook Rob Scholte (het schilderij De bespotting van twee potten). Aan zijn foto's dankt Molinier dan ook zijn bekendheid, die overigens zeer betrekkelijk is, al wijdde het Centre Pompidou een overzichtstentoonstelling aan hem in 1979.

Molinier heeft jarenlang gewerkt aan een boek dat een overzicht moest bieden van 53 fotomontages onder de titel: Le Chaman et ses créatures. Op het omslag moest een foto komen van de kunstenaar zelf; hij toont de sjaman tussen twee zwarte gordijnen in tegenlicht, ingesnoerd in een corset dat hoge met gaas bedekte borsten ondersteunt en waaronder zijn stijve geslachtsdeel zich opricht, nauwelijks zichtbaar tussen zijn in netkousen gestoken en in pumps eindigende benen. Het hoofd is geheel in zwart leer (?) gehuld op lichte amandelvormige vlekken ter hoogte van de ogen en een glimlachende spleet ter hoogte van de mond na. De armen van de tovenaar verdwijnen achter de gordijnen die hij als het ware net openschuift.

Het boek werd, in uitgebreide samenstelling, pas in 1995 gepubliceerd. Het voorwoord van Molinier is goeddeels origineel: “(...) hij (de kunstenaar) stelt zich in de plaats van een denkbeeldige God, waarvan hij denkt dat hij niet bestaat. Zijn schepping is die van de sjamaan, al kan de hekserij net zo goed bezien worden als de hoogmoed van iemand die zich voordoet als de opperbouwmeester van het heelal.”

Corsetten

Dat laatste was Molinier niet, maar architect van zijn strikt particuliere universum was hij wel. Hij was een fetisjist, die zichzelf tot thema verhief. Al zijn foto's getuigen zonder uitzondering van zijn erotische verlangen naar vrouwenbenen, inclusief de billen, de smalle enkels die in pumps eindigen, netkousen, jarretels, corsetten, maskers, (zelfvervaardigde) dildo's die vrouwenbillen penetreren, maquillage en voiles, die de bevroren open monden en glimlachen van de gemummificeerde gezichten van zijn modellen nog mysterieuzer maken. Vagina's zijn op zijn foto's niet te zien, zomin als pure naaktheid. Het ging hem juist om geslachtsloosheid, androgynie, de transformatie. Tot aan zijn dood, zo tonen de foto's waarop hijzelf figureert, had hij het tanige lichaam van een jongeling, om wiens haarloze benen ragfijne kousen niet misstonden.

Met behulp van zijn steeds weerkerende attributen betoonde Molinier zich een nadrukkelijk regisseur, die, hoezeer zijn kunst en leven ook samenvallen, ensceneert en manipuleert en de verbeelding veel fantastischer maakt dan de werkelijkheid ooit kan zijn. Van de door hem aanbeden donkerharige vrouwen bleef veelal niet veel meer over dan hun benen, billen en gezichten; die drukte hij opnieuw af, na steeds weer nieuwe assemblages en eindeloze retouches die de gezichten de uitdrukking van plastic poppen gaf, om uiteindelijk een geheel te verkrijgen dat de indruk wekt anatomisch te zijn, net als de verminkte poppen van geestverwant Hans Bellmer.

Maar Moliniers beelden zijn gestileerder. De bepumpte voeten, de ge-netkouste benen en de billen vormen samen met de koppen vaak piramide-vormige constructies, waarvan de symmetrie soms herinnert aan de geordende formaties in bij voorbeeld het ballet Les Noces van Nijinska. Zijn fotowerken, nooit groter dan 15 x 15 cm, zijn technische hoogstandjes, zeker gezien de doe-het-zelf methodes die hij gebruikte. De onontwarbare kluwen benen en gezichten lijken werkelijkheid door zijn minutieuze techniek die lassen onzichtbaar maakte. Tegelijkertijd slaagde hij erin zijn beelden de naïviteit van de collage te laten behouden. Zijn afdrukken zijn niet glamoureus of glad, maar in hun door zwart overheerste somberheid bijna primitief en onbeholpen. Mede door het formaat handhaaft hij in al zijn openhartigheid intimiteit en geheimzinnigheid. Dat is een artistieke kwaliteit van een fotograaf zonder morele beperkingen. Dat het hem ernst was met zijn persoonlijke vrijheid, blijkt in het bijzonder uit één minuscuul fotootje. We zien Molinier met behulp van een door hemzelf gemaakt 'juk' zichzelf pijpen, de anus wijd-open, de handen koesterend om de billen. Hij is dan al tegen de zeventig, en is volgens eigen zeggen speciaal voor dit doel afgevallen. Wat belangrijker is, het beeld, de foto, de kunst of het genot dat hij er aan beleefde, valt niet te zeggen. Hij gebruikte de foto als visitekaartje.