De erfenis van Woodstock

Stephen Macedo (ed.): Reassessing the Sixties. Debating the Political and Cultural Legacy. W.W. Norton, 297 blz. ƒ 50,50

In Amerika verschijnen met de regelmaat der klok boeken waarin nog steeds de balans van de jaren zestig wordt opgemaakt. De 'culturele oorlog' die daar woedt tussen liberals en conservatieven grijpt voor vrijwel alle belangrijke thema's - gezinspolitiek, onderwijs, rechten van vrouwen en minderheden - terug op de erfenis van de 'sixties'.

De verdienste van Reassessing the Sixties, een nieuwe bundel opstellen over het onderwerp, is dat behalve klaagzangen over en lofdichten op de jaren zestig, nu ook eens auteurs aan het woord komen die de overeenkomsten onderzoeken tussen de linkse revolutionairen van weleer en hun conservatieve tegenvoeters vandaag de dag. Zo legt Todd Gitlin, auteur van het linkse standaardwerk The Sixties: years of hope, days of rage (1987), de vinger op de waarden die de huidige conservatieve critici delen met de toenmalige hippies: de nadruk op individuele vrijheid, bijvoorbeeld, en de intense afkeer van een bemoeizuchtige overheid ('Let a man live his own life, rules and regulations, who needs them?' zongen immers Crosby, Stills, Nash and Young, de Californische woordvoerders van de Woodstock-generatie).

Nu zijn natuurlijk sindsdien niet de hippies aan de macht gekomen, maar wel het progressieve echtpaar Clinton met een beduidend activistischer opvatting van overheidsingrijpen. Maar ook zij hebben hun tegenvoeter in het conservatieve kamp: het 'postmoderne' conservatisme van Newt Gingrich en de zijnen. In de culturele oorlog tussen beide partijen heeft zich zelfs een interessante omkering van rollen voltrokken. Clinton is in zijn tweede termijn aanmerkelijk bescheidener geworden, en voorstander van een kleine overheid, terwijl conservatieven als Gingrich en de zijnen geen contra-revolutionaire maar juist revolutionaire taal uitslaan. Zij prediken een nieuwe Amerikaanse revolutie, waarbij de overheid juist actief pal moet staan voor het gezin, de godsdienst, en traditionele Amerikaanse waarden - het liefst mèt gebruik van moderne snufjes als de elektronische snelweg en Internet. Hun politieke filosofie is er dan ook één van de daad. Deze conservatieven-nieuwe stijl staan dichter bij Nietzsche dan bij Edmund Burke, concludeert oud-hoogleraar Sheldon Wolin in zijn bijdrage aan de bundel.

Volgens Wolin is die dynamisering van het conservatisme mogelijk gemaakt door de filosofie waarvan meestal wordt aangenomen dat ze koren op de molen van links is geweest: het postmodernisme. Links zou daarvan profiteren, omdat het postmodernisme, met zijn relativistische inslag, de meeste ruimte zou bieden aan vrouwen, minderheden en niet-westerse culturen. Maar het omgekeerde is waar, aldus Wolin. Het waarden-relativisme, dat inherent is aan het postmodernisme, speelt juist de conservatieven in de kaart. Als er immers over normen en waarden geen universeel geldige uitspraken te doen zijn, en geen rationeel debat mogelijk is, blijft weinig anders over dan de filosofie van de macht. Irrationele factoren als traditie, gewoontes, en simpelweg de bestaande machtsverhoudingen zijn daarmee in één klap gelegitimeerd.

Zo kunnen de Gingrich-conservatieven volgens Wolin ook in het reine komen met de technologische innovatie, waarmee ze moeite zouden moeten hebben omdat dit wilde kapitalisme de sociale infrastructuur van de samenleving dreigt uiteen te scheuren. Technologische vernieuwingen moeten worden gemonopoliseerd als machtsmiddelen, nodig om te overleven in een Darwiniaanse wereld vol evenzeer machtshongerige concurrenten. Vereist is dus een gezaghebbende elite die bepaalt welke kant de technologische ontwikkeling precies opgaat. Postmodern relativisme mondt aldus uit in een conservatief-autoritaire doctrine. Het individu, links of rechts, heeft daarbij het nakijken; het refrein van de hippies Crosby, Stills, Nash and Young wordt tegenwoordig het luidruchtigst aangeheven in het kamp van hun politieke tegenstanders. Of de Clintons daaraan weerstand kunnen bieden, blijft in deze bundel onduidelijk. Ook hun politieke activisme staat echter haaks op de 'permissive society' die in de jaren zestig werd gepredikt. In dat opzicht is dat veelbesproken decennium van vrije seks, drugs en wat dies meer zij echt afgesloten.