Dada

Volgens H.J.A. Hoflands enthousiaste reactie op een Dada-tentoonstelling in New York (CS 31-1) is het doodjammer dat de eerste dadaïsten tijdens de Eerste Wereldoorlog niet naar Nederland zijn gegaan. Als Arthur Lehning hun later niet de ruimte had geboden in zijn 'internationale revue' i 10 (1927-1929) zou Nederland, aldus Hofland, nóg langer verstoken zijn gebleven van 'het radicalisme van de nieuwe kunstenaars'.

In zijn enthousiasme voor Duchamp, Ball, Tzara en New York lijkt hij toch één internationale dadaïst over het hoofd te zien: de Nederlandse dichter I.K. Bonset ofwel Theo van Doesburg (1883-1931). In het door Bonset zelf opgerichte dadaïstische tijdschrift Mécano (1922-1923) zijn bijdragen te vinden van onder meer Kurt Schwitters en Tristan Tzara. In het Schwitters-nummer van Bzzlletin, oktober 1995, beschrijven August Hans den Boef en Sjoerd van Faassen de Dada-veldtocht in 1923 van Theo en Nelly van Doesburg, samen met Schwitters, door Nederland: een reeks ophefmakende soirées in Den Haag, Haarlem, Rotterdam, Amsterdam, Utrecht en waarschijnlijk ook Tilburg. Blijkens de persreacties waren het chaotische avonden, met zeer verschillend reagerende toeschouwers. In Amsterdam moest de politie eraan te pas komen om het overvloedig toegestroomde, buiten wachtende publiek in toom te houden.