Alles ontploft

Twintig jaar nadat de eerste Star Wars het publiek met het leven in de ruimte vertrouwd heeft gemaakt, is de revisie van de film in première gegaan. Geen remake maar een wat verfraaide, hier en daar aangevulde versie waarin Alec Guiness als Obi-Wan Kenobi nog even jong is als hij toen was.

Jurassic Park is niet onopgemerkt aan de revisionisten voorbij gegaan. In de wat verlopen ruimtehavenplaats Mos Eisley zie je op straat dieren die een kruising lijken tussen een kameel en een nijlpaard met een vleugje giraf, maar het robot-hondje dat in de loop van het drama veel ruimtevaarders aan zich verplicht, lijkt nog altijd op een vierwielige stofzuiger. De oude liefhebber voelt zich bij het zien van de revisie teruggekeerd in een vertrouwde omgeving waar hier en daar wel wat is verschoven, geverfd, gemoderniseerd maar zonder dat het oorspronkelijke geweld is aangedaan. Ik neem het aan op gezag van iemand die de wereld van Star Wars door en door kent.

Star Wars is een monument en niet alleen in cinematografisch opzicht. Het is de eerste grote film waarin de speciale effecten zo speciaal zijn dat ze de intrige als het ware overnemen. Als je een planeet ziet ontploffen met een geluid alsof de bioscoop instort, denk je niet: wat gaat er verder gebeuren, hoe zal dat aflopen. De oorlog tussen de planeten kenmerkt zich doordat iedere vijf minuten een hele beschaving hier of daar in het zwarte gat wordt gezogen. Als toeschouwer/hoorder word je van het ene laatste oordeel naar het volgende geslingerd. Dat veroorzaakt andere ervaringen dan een gewone aardse intrige.

Monument is de film (met de twee vervolgen die ook in revisie zijn geweest) door zijn nog niet overtroffen opbrengst: 323 miljoen dollar plus de vier miljard van de merchandising, de ruimtevaartuigen, de mannetjes en alles wat ze in de ruimte nodig hebben. De kunstzinnige prestatie en de commerciële resultaten zijn nu ook officieel erkend. Dit najaar wordt in het Smithonian Museum voor Lucht- en Ruimtevaart, in Washington, een tentoonstelling aan het geheel van de filmtrilogie gewijd, en natuurlijk aan alles wat erdoor is teweeg gebracht.

Toen ik dit had gelezen, voelde ik het als een tekort dat ik nog nooit ook maar een minuut van Star Wars had gezien. De dagen tevoren was er een stormloop op de kassa's geweest. Voor de eerste matinee zou het niet zo druk zijn. Wel een rij, maar die werd veroorzaakt door een man voor me, die met een ongedekte betaalkaart veertien kaartjes voor de volgende avond wilde kopen en door de mand viel. Na een minuut of tien zat ik met negen bejaarden en spijbelende jongeren in de zaal, omwolkt door de zoete geur die een rij achter me uit een gezinszak popcorn opsteeg. Eerst een paar voorproefjes uit de volgende filmprogramma's. Los Angeles is op een onbekende vulkaan gebouwd. Die ontploft; alles gaat de lucht in. New York blijkt, in de volgende film, ook niet veilig. Opnieuw: alles ontploft.

Eindelijk: Star Wars. Het begin wekt gemengde gevoelens. Eigenlijk is het een middeleeuwse omgeving die zelfs soms aan oude Nederlandse schoolplaten doet denken, met het verschil dat de mensen in hypersnelle voertuigen zitten en met laserstraalpistolen bewapend zijn. Op de rebelse planeet woont onder andere het volk van de zandmensen, kabouters in monnikspij, altijd in een sukkeldrafje en met een taal die klinkt als gegiechel. Ze wonen in een mobiel kasteel van staalplaat op vier rupsbanden. In de ruimtehaven Mos Eisley is het wel gezellig. De kroeg lijkt ontleend aan de Driestruiversopera; het vaste gespuis heeft dierenkoppen die door Grandville zijn geïnspireerd. Het is in de tijd van de bezetting door de strijdkrachten van de Rijk van het Kwaad. Het hoofd van deze legermacht ziet eruit als een Duitse soldaat uit de Eerste Wereldoorlog, maar dan glanzend zwart van top tot teen. Een van de burgerlijke autoriteiten doet vaag aan Heydrich denken, een andere iets minder vaag aan Goering. Zo herkent iemand die er vers tegenover staat nog veel meer dingen die niets met de ruimte te maken hebben.

Dan komt de oorlog op gang. Dit betekent ongeveer een uur achtervolgingen en ontploffingen. Van een interessant rariteitenkabinet wordt het een gewone Amerikaanse film, zij het dan dat de acteurs ruimtepakken dragen. Tenslotte gaat, door toedoen van de jonge held die in de Kracht gelooft, met een ongelofelijke knal de kunstmatige Planeet van het Kwaad aan stukken. De jongen krijgt een ridderorde en een zoen van de prinses. Wie zou niet deze jongen willen zijn? Weer op straat tot mezelf komend, moest ik opeens aan Ronald Reagan denken.

    • H.J.A. Hofland