Advies aan FBO: stel limiet aan voetbalsalaris

EINDHOVEN, 7 FEBR. De tijd dat betaalde voetbalclubs nog door een paar goedwillende onbezoldigde bestuurders op een regenachtige zaterdagmiddag geleid konden worden, behoort definitief tot het verleden. Er moet een grotere ondernemersgeest komen in ere- en eerste divisie.

Kapitaal en opbrengsten zijn er genoeg, als er maar krachtige maatregelen worden genomen. Dit was de boodschap die drs. G. van Noord de betaalde clubs gisteren meegaf op een seminar dat werd georganiseerd door de Federatie Betaald voetbal Organisaties (FBO).

De werknemer van het wereldwijde accountantsbureau Coopers & Lybrand, dat een samenwerkingsverband is aangegaan met de FBO, betoogde dat er genoeg geldstromen zijn voor bloeiende voetbalbedrijven. De beursgang kan dat voor vier, vijf clubs met een sterke achterban nog eens bevorderen. “Maar er moeten centraal wel goede afspraken gemaakt worden. Er dient bijvoorbeeld paal en perk gesteld te worden aan de hoge kosten voor spelers, anders vloeit alles weg”, aldus Van Noord.

Een van de sprekers uit de Verenigde Staten maakte duidelijk dat in de Amerikaanse sportwereld de zogenaamde salary-caps als tovermiddel worden gebruikt om de salarissen niet de pan uit te laten rijzen. In American Football is dat alleen wat makkelijker te realiseren dan in het mondiale voetbal waar spelers al snel de grens over kunnen gaan om betere honoraria op te strijken.

“Maar voetballers die wegwillen gaan toch”, betoogt Gerard Slager, directeur van de FBO. “We zullen altijd spelers kwijtraken aan de grote industrielanden in Europa. Na het Bosman-arrest is bij ons verzuimd regulerende maatregelen te nemen. Er had bijvoorbeeld afgesproken kunnen worden dat je de salarissen niet verder laat stijgen dan tien of vijftien procent. Ook is er nog steeds niets gedaan op het gebied van vergoedingen voor opleidingskosten van spelers. We hebben alleen als enige in de wereld het transfersysteem onmiddellijk begraven, zoals Staatsen het uitdrukte.”

De clubs kregen in Eindhoven voorlichting op het gebied van portretrecht, vennootschapsbelasting en andere fiscale heffingen. Clubbestuurders werden door mr. L.J.A. Heijtel geadviseerd zelf initiatieven te nemen en regelingen te treffen met de staatssecretaris van Financiën. Coopers & Lybrand is samen met de FBO een onderzoek gestart naar de wijze waarop de clubs anticiperen op de recente marktontwikkelingen. Met de uitkomsten zal een actieplan worden opgezet om clubs in de toekomst te ondersteunen. Slager: “Afgelopen jaren zijn er verkeerde beslissingen genomen op grond van onvoldoende informatie. Neem Sport7 en de ontwikkelingen rond het Bosman-arrest. Dat komt omdat het betaalde voetbal zich op een eenzijdige wijze heeft laten voorlichten. Sport7 kwam met bedragen die ver boven de markt lagen. Bovendien was de bijdrage van twee gulden per kijker juridisch omstreden. En later bleken de rechten niet duidelijk vast te liggen. Dit soort zaken willen we in de toekomst voorkomen door zelf know-how op te bouwen. Er zijn in het betaalde voetbal maar een paar clubs die gebruik maken van externe deskundigheid. Terwijl die overal noodzakelijk is.”

De informatie over de Amerikaanse sportwereld leerde dat het succes van een bedrijfstak als het voetbal afhangt van de kracht van een bond. Daarom wordt alles centraal geregeld door de leagues, inclusief sponsorcontracten, uitbaten van tv-rechten en zelfs salarissen. “Negentig procent van de inkomsten wordt ook weer over de clubs verdeeld”, merkt Slager fijntjes op. De Nederlandse BV Eredivisie zal straks zover niet gaan. Slager maakt zich daarover nog niet al te veel zorgen omdat hij de overtuiging is toegedaan dat het zo'n vaart niet zal lopen met de herstructurering. Ook al zei Feyenoord-voorzitter Van den Herik zaterdag nog dat de Superliga per 1 juli van start gaat. Slager: “Via evolutie komen dit soort ontwikkelingen niet van de grond. Er zal een akkoord moeten komen tussen 36 clubs en de Centrale Spelers Raad.”

Juristen in Zeist hebben inmiddels uitgedokterd dat de beoogde structuurwijziging mogelijk is middels een reglementswijziging betaald voetbal, waarvoor echter een tweederde meerderheid noodzakelijk is. De eredivisieclubs hebben dus voor de uitvoering van hun plannen wel degelijk de steun nodig van de eerste divisie, bijna de helft van die afdeling.

“Volume-verschillen mogen er straks zijn”, vindt Slager. “Maar inkrimping van het betaalde voetbal door welke oorzaak dan ook, betekent ook dat er straks minder talenten worden opgeleid. Dat zou niet goed zijn voor de positie van Nederland in het internationale voetbal. En verder: Ajax wil met de D-pupillen, de spelers van tien jaar, toch ook in een goede competitie deelnemen?”