Rampzalig begin van jaar van herstel vleesexporteurs

DEN HAAG, 6 FEBR. “Vlees uit Nederland. Daarop kun je vertrouwen”. Met deze slogan probeert de Nederlandse vleesindustrie de argwanende Duitse consument voor zich te winnen. Strenge gezondheidscontroles en een strikt registratie-systeem voor koeien, kippen en varkens zouden garant moeten staan voor smetteloze kwaliteit. Tegen de steeds weer opdoemende gekke-koeienziekte (BSE) en een uitbrekende varkenspest lijkt echter geen promotiecampagne bestand.

Duitsland is verreweg de grootste importeur van Nederlands vlees, maar de Duitsers zijn tegelijkertijd zeer terughoudend bij het kopen van produkten die in verband worden gebracht met ziekten. Terwijl de rundvleesconsumptie in Nederland na enkele maanden weer terug is op het niveau van voor de BSE-crisis, eten de Duitsers nog steeds 20 procent minder koeienvlees. De gekke-koeiencrisis zorgde vorig jaar dan ook voor een zeer grote terugloop van de hoeveelheid uit Nederland geïmporteerd vlees. In 1995 exporteerde Nederland ruim 70.000 ton rundvlees naar de oosterburen, vorig jaar ging nog maar 40.000 ton de grens over. De uitvoer van varkensvlees daalde van 400.000 ton in 1995 naar iets meer dan 300.000 ton vorig jaar. Kortom: een rampjaar.

Dit jaar zou dus in het teken moeten staan van herstel. Nog geen maand was 1997 oud of een eerste spookbeeld doemde op. Duitsland leek zijn eerste gekke koe te hebben geworpen en de moeder van het dier zou volgens het Duitse registratiesyteem naar Nederland zijn geëxporteerd. Het rund van het Galloway-ras baarde bovendien in Nederland ook nog een kalfje.

Nederland kon na onderzoek door het onderzoeksinstituut ID-DLO in Lelystad opgelucht adem halen: er heeft nog steeds geen enkele gekke koe in ons land geloeid.

Inmiddels wordt aangenomen dat met de oormerken van het Duitse gekke kalfje, bekend als Cindy, is geknoeid. Het dier zou rechtsstreeks uit Groot-Brittannië zijn geïmporteerd en niet in Duitsland zijn geboren. Daarmee lijkt het verband met de naar Nederland geïmporteerde koeien verdwenen, maar de export van het Nederlandse rundvlees heeft andermaal een forse deuk opgelopen.

Vorige week kwam voor sommige Nederlandse bedrijven de export naar Duitsland zelfs helemaal tot stilstand. De Duitse rundvleesconsumptie daalde tot 50 procent en de prijzen daalden in ijltempo. De Duitsers die nog wel vlees eten hebben bovendien het meeste vertrouwen in vlees van eigen bodem, ook al is het recente varkenspestprobleem in Duitsland vele malen groter dan hier. Het Permanent Veterinair Comité van de Europese Commissie in Brussel heeft zes Duitse deelstaten een exportverbod van varkensvlees opgelegd. “Het probleem is dat altijd eerst de vleesimport wordt beperkt, voornamelijk die van Nederlands vlees. Daar doe je niets tegen”, zei R. Tazelaar voorzitter van de Produktschappen voor Vee, Vlees en Eieren, in januari tijdens de Grüne Woche, 's werelds grootste voedingsbeurs die in Berlijn werd gehouden.

Nederland heeft volgens Tazelaar altijd grote hoeveelheden geproduceerd die voor een lagere prijs op de markt werden gezet. Volgens Tazelaar moet Nederland zich daarbij meer en meer gaan richten op kwaliteitsgaranties. “Ons culinaire hoogtepunt mag dan de gehaktbal zijn, die is wel uiterst betrouwbaar”, aldus Tazelaar.

Alle mooie woorden en systemen van zogeheten 'integraal ketenbeheer' om de betrouwbaarheid van het Nederlandse produkt te garanderen en de gezondheid van de ruim vijftien miljoen varkens in Nederland te bewijzen ten spijt, lijkt het dinsdag in de Peel gevonden geval van varkenspest de hoop op het herstel van de export van varkensvlees dit jaar al de grond in te hebben geboord. Nederland, dat samen met Ierland, Denemarken, Luxemburg en het Verenigd Koninkrijk al jaren kan bogen op een 'varkenspest-vrije status', heeft niet kunnen voorkomen dat de voor mensen ongevaarlijke, maar voor varkens zeer besmettelijke ziekte een bedrijf in het Brabantse dorpje Venhorst heeft getroffen. Tot overmaat van ramp staat het bedrijf van varkenshouder M. Melis middenin het hart van de regio met de hoogste varkensdichtheid. In de directe omgeving van het dorp bevinden zich 1,3 miljoen varkens en een tweede geval - in Odiliapeel - is inmiddels formeel bevestigd.

Vooralsnog heeft geen enkel land binnen de Europese Unie te kennen gegeven de import van het Nederlandse varkensvlees te willen staken, maar de argwanende Duitsers eten al enkele weken minder varkensvlees. De pest brak daar vorige maand al uit in het op zestig kilometer van de Nederlandse grens gelegen plaatsje Cloppenburg. Het virus blijkt uit het voormalige Oost-Duitsland te zijn gekomen. Inmiddels zijn in Duitsland al meer dan 4.000 varkens vernietigd.

Vorig jaar waren het 64.000 Britse kalveren die uit voorzorg in de Nederlandse verbrandingsovens verdwenen. In Brabant zullen deze week ook enkele duizenden varkens, die onder het motto 'Vlees uit Nederland, daar kun je op vertrouwen' hadden moeten worden verkocht, worden geslacht en vernietigd. De ziekten halen een forse streep door de rekening van de vleessector, die juist had ingezet op het keurmerk 'kwaliteit'.