Prolion in de voorste linies van de biomechatronica; Met de voeten in de stront en het hoofd boven de tekentafel

Er staan slechts 24 werknemers op de loonlijst en de huisvesting doet denken aan een barak waar de dependance van een school in is gevestigd. Vanaf de Kromme Spieringweg gezien, een eindje buiten het dorp Vijfhuizen (Haarlemmermeer), maakt Prolion Development BV geenszins de indruk af te koersen op een vlotte notering aan de Nieuwe Markt van de Amsterdam Exchanges (NMAX), de effectenbeurs voor snelgroeiende bedrijven.

Toch onderzoekt het bedrijf, zoals dat formeel heet, samen met Rabo Securities die mogelijkheid. Als alles volgens planning verloopt is de notering nog voor de zomer een feit.

Zo bescheiden als het bedrijf er uit ziet, zo zeker is het van een grote toekomst. De omzet zal dit jaar naar verwachting nog 20 miljoen gulden bedragen, maar die zal volgens de voorspellingen fors uitdijen, want Prolion bevindt zich in de voorste linies van de 'biomechatronica', de ontwikkeling van mechanische en elektronische apparaten, niet alleen op het boerenbedrijf, maar in de hele 'agri-foodketen'. De door Prolion ontwikkelde melkrobot (kosten: vanaf 295.000 gulden) mag voorlopig gelden als boegbeeld voor het bedrijf.

Prolion is het resultaat van een 'management buy-out' van ir. Piet Oosterling, die eind jaren tachtig Greenland NV verliet, de agrarische divisie van het grote industriële conglomeraat Thyssen-Bornemisza Groep. Een high-tech onderzoeksafdeling paste naar de mening van het moederconcern niet meer bij Greenland. Piet Oosterling begon voor zich zelf en nam een twaalftal ingenieurs mee. “Vraag is dan waar je je vestigt”, zegt ing. Erik Aurik, marketing and salesmanager van Prolion. “Wij hebben er voor gekozen temidden van het boerenbedrijf te gaan zitten.”

De buy-out ging tegen een vriendelijke lening en omdat tussen 1984 en '90 al veel research was gedaan bij Greenland kon Prolion in de jaren daarna onderzoek doen naar mogelijke toepassingen van de vindingen. Dat heeft geleid tot de melkrobot, een hoogstandje van 'real time robotica'.

In veel bedrijven worden robots al op behoorlijke schaal gebruikt. Van een robot in de melkveehouderij wordt echter iets anders verwacht dan van een robot in de frisdrankenindustrie, die de hele dag kroonkurken drukt op flesjes die in een vast patroon in dezelfde regelmaat langskomen, de zogeheten pick-and-place-robotica.

Koeien hebben met hun gewicht en kracht weinig aandacht voor fijnmechanica. De combinatie ligt dus in sophisticated machines en robuust materiaal. Als een koe bovendien de box binnenloopt om te worden gemolken blijft zij in beweging en gaat af en toe op een andere poot staan.

De robot moet de spenen van de uier dus eerst zoeken - het 'scannen van de speenpositie'- vooraleer het apparaat een aansluiting kan maken en met melken kan beginnen. Dat wordt met 'real time robotica' bedoeld. Eigenlijk kent alleen het militair apparaat dergelijke toepassingen. Als raketten het luchtruim binnenkomen moeten ze met dit soort volg-technologie worden opgespoord, voordat het afweergeschut trefzeker zijn werk kan doen.

Het zoeken van de spenen gebeurt met ultrasone geluidsgolven. Als de koe in de box staat leest het apparaat de chip af die het dier om de hals heeft hangen. Alles gaat automatisch in zijn werk en alle denkbare gegevens rond de koe worden in de computer opgeslagen. Na het melken gaat het hek weer open en kan de koe terug naar haar plaats, of naar de wei.

De robot is ook in staat de melk direct te analyseren op een eventueel hoog celgetal, een indicatie dat de koe mastitis (uierontsteking) heeft. De melk wordt in dat geval automatisch afgevoerd en komt dus niet terecht in de grote melktank.

Het Automatisch Melk Systeem (AMS) ontlast de boer van veel werk, is 24 uur per dag beschikbaar voor de koe, want zij bepaalt zelf wanneer ze wil worden gemolken en levert daardoor bij meer dan twee melkingen per dag tien tot vijftien procent meer melk op. Prolion is op grond van inmiddels opgebouwde ervaring in staat harde gegevens op tafel te leggen. Uit 2,5 miljoen geregistreerde 'melkbeurten' zijn dan ook redelijk significante resultaten af te leiden.

Nadat anderhalf tot twee eeuwen geleden zich een revolutie voordeed op agrarisch vlak doordat boeren gewassen gingen veredelen, volgde in de jaren dertig van deze eeuw een grote mechanisatiegolf door de komst van de tractor, die steeds meer zwaar werk overnam van man en paard. Volgens Oosterling tekent zich nu een derde revolutie af in de primaire sector, die van 'power naar brains'. “Was er tot dusverre sprake van produktbeheersing bij de boer, nu gaat het steeds meer de kant op van procesbeheersing. Was hij vroeger gebaat bij zoveel mogelijk produktie, tegenwoordig wil de klant meer weten over de wijze waarop hij produceert. Er is geen vraag meer naar bulk, er is vraag naar diversificatie. De klant vraagt om 'ketenbeheersing', het nauwgezet volgen van een produkt tot aan de toonbank. Dat vergt management bij de boer en wij specialiseren ons in het aanbieden van gereedschap daarvoor, applied engineering. Wij zitten met de voetjes in de stront en met het hoofd boven de tekentafel”, aldus Oosterling.

De vraag om meer high-tech op het agrarisch bedrijf wordt niet alleen ingegeven door de wensen van de klant, maar ook door die van de boer zelf. De produktie van de hoeveelheid melk per koe is sinds het begin van de jaren zestig enorm toegenomen. Nederland telt hetzelfde aantal koeien als in die tijd, maar ze geven gemiddeld 55 procent meer melk dan toen. “De boer kan dus niet meer volstaan met twee keer melken per dag, omdat de koe dat niet aankan. Zij zou naar drie tot vier keer moeten, maar dat kan de boer weer niet aan. Voor de robot maakt het niets uit. Er zijn koeien die zich zelfs meer dan vier keer in een etmaal komen melden om te worden gemolken”, zegt Oosterling. “En dan hebben we het nog niet over de schaalvergroting waar de meeste boeren toch naartoe moeten om kosteneffectief te blijven werken. Bij grotere kudden wordt de frequentie van melken op de traditionele manier dus een nog groter probleem.”

Prolion ontwikkelt de technologie, maar maakt niets zelf. Alle componenten waaruit de melkrobot bestaat - hij heeft iets weg van een wasstraat voor auto's - laat het bedrijf maken bij ondernemingen die daarin zijn gespecialiseerd. Die bouwstenen worden uiteindelijk in elkaar gezet bij Trako Techniek in Zeeuws-Vlaanderen. De verkoop van de produkten wordt vervolgens weer overgelaten aan verkooporganisaties, die per land verschillend kunnen zijn. De Europese markt is voor Prolion vooralsnog het belangrijkst. Daarbij valt naast Nederland als thuismarkt vooral te denken aan Duitsland, Frankrijk, Italië en Groot-Britannië. Ook Japan is een belangrijk afzetgebied.

“Denk niet dat wij hier het wiel zitten uit te vinden”, zegt Oosterling. “Wij proberen hier vooral uit te vinden wat je met allerlei wieltjes kunt doen. En daarvoor hebben we lang niet alle deskundigheid in huis, dus we werken samen met meer dan twintig instituten waarbij die knowhow wel zit. Uiteindelijk maken we dan wel zelf het 'virtuele' produkt, een uitgedokterd concept. Virtueel, omdat we het feitelijke produkt dus door anderen laten produceren.”

Het bedrijf werkt overigens ook op basis van 'paid research'. Zo heeft het voor de gelegenheidscoalitie van Cebeco (voedselprodukten), Stork (machines) en een grote supermarktketen (distributie) een zogeheten food corner ontwikkeld. Het apparaat - een soort jukebox - stelt de klant in de supermarkt in staat vleeswaren door de robot op de gewenste dikte en in de gewenste hoeveelheid 'vers af te laten snijden en te verpakken'.

De toepassingen van biomechatronica zijn talloos en daarom ziet het bedrijf een grote toekomst. “Want daar zijn we toevallig goed in”, aldus Oosterling.

Financieel directeur mr. drs. J.C. Eendebak: “Als je de toekomst zo ziet en je neemt daarbij de onvermijdelijke ontwikkelingen in aanmerking heb je eigenlijk twee keuzen. Je kunt je bedrijf met de kas mee laten groeien of je gaat 'public', je stapt naar de beurs. De eerste keus ligt bij nuchtere Nederlanders het meest voor de hand, maar bergt het gevaar in zich dat er ineens een hele grote concurrent over je heen komt. Dan ben je weg. Je kunt er dan beter voor kiezen zelf snel groot te worden, maar dan heb je geld nodig. Het eigenaardige is dat het bij ons zelf niet is opgekomen om een emissie te doen, dat hebben buitenlandse bedrijven ons aangeraden. En daarnaast hebben wij geen beurzen aangezocht, maar hebben banken ons uitgenodigd ons te introduceren aan de beurzen van Londen, Brussel of Amsterdam. Nu we overtuigd zijn, lijkt Amsterdam de handigste keus.”