Profiel Auto

De AutoRAI, met zo'n half miljoen bezoekers een van de grootste beurzen van Nederland, is vandaag voor het publiek opengegaan. Deze tweejaarlijkse beurs heeft zich ontwikkeld van handelsbeurs tot manifestatie met pretparkachtige trekken. Een blik onder de motorkap, in de samenleving en in de geest van de autobezitter. De AutoRAI, dit jaar voor de vijftigste keer, tot en met 16 februari.

Veiligheid

In de brochures van automerken is 'actieve veiligheid' een gevleugeld begrip. Heel wat fabrikanten blijken 'actieve' veiligheidssystemen te hebben. Daarmee wordt bedoeld dat er iets in werking treedt bij een botsing. Dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld een passieve deurbalk of een kreukelzone. Zo zullen bestuurders in de nieuwe generatie modellen van Saab over een 'actieve hoofdsteun' kunnen beschikken. Wanneer een auto de kofferbak van de Saab binnenrijdt, schuift deze hoofdsteun naar voren en naar boven. Het hoofd heeft dan minder speelruimte, waardoor de kans op whiplash aanzienlijk afneemt. En Audi brengt - in de duurdere modellen - het zogenoemde Elektronisch Stabiliteits Programma (ESP) op de markt. Dit systeem zorgt ervoor dat een auto die met te grote snelheid op een glad wegdek een bocht neemt, niet van de weg raakt. Er staan ook systemen in de steigers die al in actie komen wanneer een ongeluk dreigt te gebeuren. Toyota doet in Japan proeven met het 'zelfdenkende' Advanced Safety Vehicle (ASV), dat in kritieke situaties bij wijze van spreken het stuur van de chauffeur overneemt. Volgens een woordvoerder hebben “ervaren testrijders inmiddels zo'n 4.000 maal geprobeerd het ASV te laten botsen, maar de testauto is er alle keren zonder een krasje van afgekomen”. Videocamera's op de vier hoeken van de robotauto houden de weg en de dode hoeken in de gaten. De beelden worden aan een computer gevoerd, die bepaalt of er een risico tot botsen bestaat. Indien de bestuurder niet reageert, trapt de computer zelf op de rem. Er zitten meer foefjes in het ASV verwerkt: een sensor in het stuur houdt de polsslag van de chauffeur in de gaten. Wanneer het hartritme zover terugzakt dat de computer suffigheid vermoedt, gaat er een alarm af. Hetzelfde gebeurt als een andere sensor merkt dat de auto slingert. Het is, kortom, wel een veilig, maar ook nogal bemoeizuchtig karretje. Dit soort snufjes blijft voorlopig toekomstmuziek, maar Toyota verwacht de technieken over een jaar of vijf in de gewone modellen in te bouwen. Een tussenvorm van actieve en passieve veiligheid kan hier niet onvermeld blijven. Mercedes - onder andere - heeft in haar A-klasse een ingenieuze constructie ingebouwd, die ervoor zorgt dat de passagiers bij een frontale botsing minder risico lopen. Het motorblok, de assen en brandstoftanks zijn gedeeltelijk onder het passagierscompartiment - een kooiconstructie - bevestigd, zodat deze bij een botsing niet bij de inzittenden op schoot terechtkomen, maar onder hen doorschuiven.

Brandstofinjectie

Experts zijn het erover eens: de enige echt revolutionaire trend op het gebied van de motortechnologie is de benzinemotor met directe brandstofinjectie, een uitvinding van de Japanse auto-industrie. Volgens een deskundige van TNO is dit type verbrandingsmotor tot wel veertig procent zuiniger dan gewone motoren. Japanse modellen die hiermee zijn uitgerust, zullen dit voorjaar in Nederland leverbaar zijn. Naar verluidt zijn de Europese en Amerikaanse autofabrikanten druk bezig de achterstand op de Japanse concurrentie in te lopen. Bij dit nieuwe type motor wordt de brandstof direct ingespoten in de cilinder. In gewone motoren heeft de brandstofinjectie in de toevoerbuis van de cilinders plaats. Doordat de aanvoer van de benzine nauwkeurig is te regelen, kan de direct ingespoten motor lopen op een lage verhouding tussen brandstof en lucht. Bij normale motoren is deze verhouding 1 op 15, de directe injectiemotor werkt met een verhouding van wel 1 op 50. Dit veroorzaakt evenwel een hoge verbrandingstemperatuur, die de aanmaak van schadelijke stikstofverbindingen - NOx - bevordert. Een speciale katalysator moet dit tegengaan. Mitsubishi beweert zo'n katalysator te hebben ontwikkeld, die deze kwalijke bijwerkingen praktisch volledig neutraliseert.

Elektromotoren

Het klinkt als een contradictio in terminis: een elektrische sportauto. Zoemende elektromotoren roepen immers eerder associaties op met invalidenwagentjes en trams dan met roofdiervormige bolides en verbrand rubber. En toch komen ze - zij het schoorvoetend - op de markt. De elektrisch aangedreven Lotus Elise bijvoorbeeld moet afrekenen met het amechtige imago van de elektrische auto. De knappe tweezitter die het resultaat is van de samenwerking tussen het fameuze Lotus - inmiddels van de Maleise autofabrikant Proton - en het Britse Zytek Automative, accelereert volgens opgave van de fabrikanten binnen vijf seconden naar de 100 kilometer per uur. Het autootje zou - wederom volgens zijn ontwerpers - ondanks het gewicht aan accu's dat het moet meezeulen, tevens dezelfde rijkarakteristieken hebben als zijn benzine verstokende tegenhanger. De gewichten van de beide types zouden elkaar, door toepassing van luchtvaarttechnologie bij de elektrische Elise, niet veel ontlopen: elk zo'n 750 kilo. Tot op heden mislukten alle pogingen een operationeel ontwerp op de weg te krijgen. De accu's hadden te weinig capaciteit en ook de olielobby werkt niet mee. De elektrische Elise is maar één voorbeeld van een hele nieuwe generatie elektrisch aangedreven auto's. Vooral de Amerikaanse auto-industrie heeft vooruitgang geboekt op dit gebied. Ford en General Motors bijvoorbeeld hebben inmiddels door accu's aangedreven standaardmodellen op de markt gebracht. Stuksprijs: rond de 100.000 gulden. Maar ook in Japan en Europa bestaan elektrische concept-cars - in Frankrijk rijden ze al, zwaar gesubsidieerd door de overheid. De hoge prijs is niet het enige nadeel. Het gemiddelde bereik blijft achter bij dat van de benzinemotor en bovendien beschikt haast geen enkel benzinestation over een speciaal 'stopcontact'. Vanuit milieu-oogpunt zou het invoeren van elektrische auto's een grote sprong voorwaarts zijn. De uiteindelijke energetische efficiëntie is bij de toepassing van accu's beter dan bij verbrandingsmotoren. Het probleem van de uitlaatgassen is eveneens veel kleiner doordat de elektriciteit van energiecentrales wordt betrokken, die minder milieubelastend zijn.

Comfort

Comfort staat voor meer dan lederen bekleding, een asbak achterin en een leeslampje voor de bijrijder. Comfort is tegenwoordig vooral ook techniek en elektronica - die vaak ook de veiligheid ten goede komen. Een paar voorbeelden. De cruise-control, die de auto een constante snelheid kan geven zonder dat de voet op het pedaal hoeft te rusten, is definitief vanuit Amerika neergestreken in de Europese en Japanse modellen. Onderzoek van de Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid heeft aangetoond dat een cruise-control het brandstofverbruik met meer dan vier procent kan terugbrengen. Onder andere Citroën heeft een foefje ontwikkeld dat de 'rolbeweging' bij het nemen van een bocht met behulp van hydraulica en sensoren tegengaat. De carrosserie en daarmee de passagiers blijven hierdoor 'recht' ten opzichte van het wegdek. Citroën heeft ook een systeem ontwikkeld, waarmee onder andere het inparkeren veel eenvoudiger wordt: de vierwielsturing. Doordat de wielen aan de achteras op dezelfde manier kunnen bewegen als de voorwielen, is bijvoorbeeld de draaicirkel veel kleiner. Maar ook kan de wagen door alle vier de wielen in dezelfde hoek te draaien, zichzelf gemakkelijk zijwaarts, net als een krab, tussen twee geparkeerde auto's manoeuvreren.