Opleiding van fysici in Nederland 'te beperkt'

ROTTERDAM, 6 FEBR. De Nederlandse opleidingen in de natuur- en sterrenkunde zijn in vergelijking met de meeste Europese en Amerikaanse opleidingen beperkter van reikwijdte en relatief smal van opzet. Tot deze conclusie komt een internationale visitatiecommissie onder leiding van dr. J.V. Sengers, een Amerikaanse hoogleraar die verbonden is aan de universiteit van Maryland.

Deze commissie heeft de Nederlandse universitaire opleidingen systematisch vergeleken met die in het buitenland.

De Nederlandse opleidingen zijn minder flexibel, disciplinair minder breed en minder gedifferentieeerd, aldus de commissie. Doordat de opleidingen minder zijn toegesneden op de arbeidsmarkt, staat de concurrentiepositie van Nederlandse afgestudeerden in de natuur- en sterrenkunde ernstig onder druk.

Een groot probleem vindt de commissie de beperkte cursusduur van vier jaar aan de algemene universiteiten. De meeste opleidingen in het buitenland hebben een cursusduur van circa vijfeneenhalf jaar. Een Nederlandse doctorandus wordt in een aantal Europese landen niet toegelaten tot de voortgezette opleidingen tot wetenschappelijk onderzoeker.

De commissie acht het niet mogelijk om met een cursusduur van minder dan vijf jaar natuur-en sterrenkundigen op te leiden. Bij de bestaande cursusduur van vier jaar is de gemiddelde studieduur in Nederland vijfeneenhalf jaar.

Uit een onderzoek van een Nederlandse visitatiecommissie dat vorig jaar gehouden is, blijkt dat tien procent van het natuurkundig onderzoek aan de Nederlandse universiteiten tot de wereldtop gerekend mag worden.