Niets geleerd van RSV

Een Tweede-Kamerlid dat plotseling haast heeft als hij een draaiende televisiecamera tegenkomt is een contradictie. Afgelopen dinsdag werd Henk Vos, PvdA-Kamerlid, overvallen door dat verschijnsel toen een verslaggever van Den Haag Vandaag hem opwachtte. Hoe het nu zat met het wissen van die geluidsbanden, was de vraag aan hem. Niks van waar, kon Vos nog net roepen en weg was hij door de draaideur naar ongetwijfeld een volgend overleg.

Henk Vos. Gevormd in de vakbond, gedisciplineerd in de politiek. Onlangs zwaar ziek geweest - daarom doet hij het op zijn manier wat rustiger aan. Behorend tot de categorie der metaalsocialisten. Kent iedereen in het industriewereldje en, misschien nog belangrijker: iedereen uit die wereld kent hem. Henk Vos is het type dat 'het wel even regelt'. Telefoontje hier, gesprekje daar, kattebelletje zus, briefje zo. Begin dit jaar zei hij tegen het weekblad Vrij Nederland eens op “zijn organizer” te hebben berekend hoeveel afspraken hij had gemaakt in het jaar voordat hij ziek werd: dertienhonderd.

Henk Vos kan er niet van verdacht worden geen voeling te hebben met de maatschappij. Zijn indrukwekkende lijst met nevenfuncties vermeldt onder andere vier commissariaten: NZH, RBG-groep, Volvo Truck en Tas Internationaal. Kortom, bij iemand als Henk Vos, voorzitter van de vaste Tweede-Kamercommissie voor Economische Zaken moet je niet aankomen met kritische vragen over de omstreden technoleaseconstructie voor Philips en Fokker, die onder het vorige kabinet tot stand kwam. Het ging toch om werkgelegenheid?

Vos is overigens niet het enige Tweede-Kamerlid dat er zo over denkt. Zijn collega en partijgenoot Van Gelder begrijpt ook niet waar men zich druk over maakt. De verhalen die de verslaggevers Cees Banning en Tom-Jan Meeus in deze krant over de technoleaseregeling hebben gepubliceerd zijn volgens hem opgeklopt. “Het enige waar je over verbaasd kan zijn is over de hoogte van het bedrag dat ermee gemoeid blijkt te zijn”, zei hij het afgelopen weekeinde. Een betere illustratie van de kern van het probleem kon Van Gelder niet geven. Want wat zegt het Tweede-Kamerlid dat geacht wordt de regering te controleren dus eigenlijk? Dat je hooguit verbaasd kan zijn over de hoogte van de bedragen die indertijd zijn uitgetrokken om Fokker en Philips te hulp te schieten en om de Rabobank voor de daarmee samenhangende bancaire activiteiten fiscaal te belonen. Weet Van Gelder dan niet dat je als Kamerlid over dit soort zaken niet verbaasd màg zijn. Op het moment dat hij verbaasd is, is er namelijk wat mis met de informatieverstrekking van de regering aan hem als gekozen volksvertegenwoordiger.

De woorden van hem zijn typerend voor het denken dat zich zo vaak meester maakt van Kamerleden die de bedrijvensector in hun portefeuille hebben. Ze zitten niet tegenover de minister, maar praten veelal in vertrouwelijk overleg met de minister. Ze denken op de hoogte te worden gehouden, maar raken in werkelijkheid steeds meer gecommitteerd. Op die manier kon het gunstige politieke klimaat ontstaan voor de discutabele technoleaseregeling. De belastingdienst vond het een oneigenlijke constructie, de staatssecretaris van Financiën maakte bezwaar, de minister van Sociale Zaken tekende verzet aan, maar de voorstanders in het kabinet hadden reeds via de daarvoor bestemde kanalen bij specialisten in de Tweede Kamer de geesten rijp gemaakt voor de regeling.

Samen sterk voor werk, was het leidend beginsel. Het lijkt erop dat de Tweede Kamer niets van het RSV-drama en de daarmee samenhangende parlementaire enquête heeft geleerd. In de beeldvorming ging het in die kwestie om Van Aardenne als blunderende minister van Economische Zaken en zichzelf verrijkende bestuurders van het RSV-concern. Over haar eigen rol in het geheel was de Kamer destijds aanzienlijk minder uitgesproken. Er waren miljarden guldens aan overheidsgeld over de balk gesmeten, maar onder druk van wie eigenlijk? Was het niet telkens de Tweede Kamer zelf geweest die na weer een demonstratie op Het Binnenhof vroeg of er toch niet nog wat geld bij kon. De combinatie van werkgelegenheid en scheepsbouw als nationale trots maakte de Tweede Kamer even blind voor de structurele oorzaken van de RSV-crisis als de andere betrokkenen. Het parlement zat erbij en keek er naar hoe de miljarden in het gapende gat verdwenen.

Mede dankzij de les van RSV raakte rechtstreekse staatssteun uit den boze. Of toch niet? Want wat is de technoleaseregeling anders dan een gekunstelde gerichte subsidieverstrekking. Het verschil is dat het nu door middel van een constructie verloopt. Zoals vroeger bij de kruidenier na sluitingstijd aan de achterdeur nog wat kon worden gehaald, zo konden Philips en Fokker bij de achterdeur van de overheid aankloppen. Maar welk Kamerlid durft bij deze praktijk vraagtekens te zetten?

De Tweede Kamer zit weer in exact hetzelfde stramien als begin jaren tachtig. De specialisten uit de Tweede Kamer zijn zo nauw verweven geraakt met departementale beleidsvoorbereiding van de technoleaseregeling dat ze in botsing komen met hun controlerende taak als Kamerlid. Henk Vos is van deze ontwikkeling als geen ander de personificatie. Het doel heiligt bij hem de middelen. De Algemene Rekenkamer heeft dat ondervonden. Toen dit instituut bij de Kamer de banden van vertrouwelijk overleg opvroeg werd dit geweigerd. Vervolgens zijn de banden gewist.

Duidelijk is dat zich onder het mom van vertrouwelijkheid rondom de technoleaseregeling een duister proces heeft afgespeeld. De kernvraag is ook nu weer: wie wist wat wanneer? De complicerende factor hierbij is dat niet alleen de regering meer wist dan de Kamer; het ene Kamerlid wist ook meer dan het andere. Dat verklaart veel van de omtrekkende bewegingen die er momenteel in de Tweede Kamer worden gemaakt. Kamerleden die op zelfonderzoek moeten gaan, dat leidt altijd tot ongemakkelijkheden.