Levendige dialogen en rake typeringen

Voorstelling: Eelt, van Hetty Heyting. Spel: Hetty Heyting, Martin van den Ham en Jon van Eerd. Regie: Genio de Groot. Gezien: 5/2 in De Meerse, Hoofddorp. Tournee t/m 3/5. Inl. 035-6217248.

Hetty Heyting maakt voorstellingen die een genre op zichzelf zijn. Ze hebben de vorm en de dramatische lijn van toneelstukjes, maar ontlenen veel van hun elementen aan het cabaret waaruit Heyting voortkomt: persiflages, puntige sketches en betekenisvolle liedjes. Haar nieuwe is de vierde - en de beste. Twee korte scènetjes zijn in de voorstelling Eelt genoeg om de situatie te tekenen: twee broers zijn door hun zus opgetrommeld naar de ouderlijke woning te komen, omdat hun vader, die weduwnaar is, al zo lang wordt vermist dat hij nu kan worden doodverklaard.

De opbrengst van het huis maakt hen begerig. Maar al meteen overvallen hen ook de herinneringen.

“Vroeger kon je lachen, maar ik weet niet meer om wat”, zingt de zus. En gaandeweg komen de flashbacks, waarin elk van de drie ogenschijnlijk moeiteloos de ene na de andere rol speelt.

Al gauw geeft Hetty Heyting in haar tekst kleine aanwijzingen over een groot geheim, die de voorstelling tot het eind toe intrigerend maken. Waarom zit er in het fotoalbum een overlijdenskaartje voor de broers? Wie zijn zij eigenlijk?

In levendige dialogen, raak geformuleerde ironie en wrange details ontvouwt zich een kleine tragikomedie, waarin het eelt op de ziel van de zus steeds meer barsten gaat vertonen. De sarcastische gospelparodie die het pauzenummer vormt, De vuile was blijft binnen, gaat na de pauze niet meer op.

Elk van de drie spelers is volop bedreven in de snelle typering, maar van hen is Hetty Heyting dat onmiskenbaar het meest. Ze speelt de verzenuwde zus, de kort aangebonden vader, de geslagen moeder, het pubermeisje met haar nieuwe borsten dat zij eens was, een beul van een badmeester en een doodsbang meisje van acht dat me bij de keel greep met haar wanhoop.

“Oh was ik maar een beetje dood”, zingt ze, als ze zich door haar ouders verlaten voelt. “Dan huilden ze om mij.”

Zo lopen ze hun herinneringen in en uit, totdat bijna alles ontrafeld is. Aan de erfenis denkt dan allang niemand meer, ook wij in de zaal niet.