Keynes had meer gelijk dan hij dacht

In een bijdrage van 25 januari reageert C.P. van Beers op een artikel van Siep Stuurman (18 januari) waarin deze voor een Europees fiscaal stimuleringsbeleid pleitte. Van Beers' toonzetting is karakteristiek voor de tijdgeest van de jaren tachtig: Keynes (en veertig jaar Keynesianisme) kunnen naar de prullenbak.

Bij alle terechte kritiek op de Keynesiaanse leer moeten we oppassen dat we niet het kind met het badwater weggooien. Het bij Keynes zo centrale begrip van de 'effectieve vraag' heeft immers een belangrijk effect dat hijzelf niet heeft gezien: produktinnovaties zijn sterk afhankelijk van de groei van de afzet. Paul Geroski heeft dit in juni 1995 in het Economic Journal aangetoond; het recent verschenen boek 'Determinants of Innovation' (Macmillan, London) laat zien dat zijn conclusies ook buiten Engeland gelden.

Gezien het belang van produktinnovaties voor de economische groei en werkgelegenheid is een kritische noot dan ook op zijn plaats voor wat betreft de Haagse nonchalance ten aanzien van de effectieve vraag. Zo is de poging om de openbare financiën op orde te brengen een nobel steven, maar het vermindert wel de koopkrachtige vraag en beschadigt daarmee het innovatieproces. Daar komt nog bij dat door opeenvolgende loonmatigingsrondes de groei van de koopkracht sinds jaren tegenvalt en dat zelfs het gevaar dreigt dat andere landen de Nederlandse loonmatiging imiteren; dat wordt solliciteren naar stagnatie van bestedingen op Europese schaal. In deze situatie zal het voor Nederland in toenemende mate moeilijk worden om de tegenvallende binnenlandse bestedingen te compenseren door extra export. Kortom, aan de door Keynes gekoesterde 'effectieve vraag' zitten aspecten vast die hijzelf niet zag, maar waar we wel bij stil moeten staan.