JARGON

Achtpitter (m.) Auto met acht-cilindermotor. “Op het achterplaatsje heb ik ook nog een hele fraaie achtpitter staan.” Zie ook: zespitter.

Blazen (blies, heeft geblazen), 1 (fig.) Heel hard rijden. “Lekker blazen op de Autobahn.” Zie ook: op zijn staart trappen. 2 Alcoholcontrole met behulp van een blaaspijpje. “Die kraai liet me blazen”, zei het nonnetje verontwaardigd.

Chroom (o.) Sierstrips. “De carrosserie was gedeukt, er kwam rook uit het vooronder en het chroom lag eraf.”

Draaikolk (m.) Een - in de tank. Niet-zuinige motor. “Een Camaro is wel een mooie pooierbak, maar hij heeft een lekkere draaikolk in zijn tank.”

Gezonde schade (m.) Beschadigde carrosserie, maar puntgave motor. “Deze occasion heeft alleen wat gezonde schade.”

Gladiool (m.) Gladde band. “Moet je kijken! Die achtpitter rijdt op z'n gladiolen.”

Kiloprijs (m.) Eenheid van berekening van de waarde van tweedehands auto's. “Mevrouw, deze occasion is ook nog eens heel voordelig in zijn kiloprijs.”

Kookstel LPG-installatie. “Met een kookstel in 't vooronder heb je nooit een draaikolk in je tank.”

Lichtmetaal (o.). Velgen. “Ja, het lichtmetaal is bij de actie-aanbieding inbegrepen.”

Occasion (m.) Tweedehands auto. “Deze occasion is van een nonnetje geweest en heeft altijd binnen gestaan.”

Omkatten (overg.; katte om, heeft omgekat), de herkomst van een auto verbergen, bijvoorbeeld door het chassis-nummer weg te vijlen. “De politie vermoedde reeds geruime tijd dat op het achterplaatsje zes- en achtpitters werden omgekat.”

Pooierbak (m.) Protserige, opzichtige auto. “Die pooierbak staat heel breed op zijn sloffen.” Ook: hoerensloep.

Ritsen (ritste, heeft geritst), om en om van twee weghelften naar een enkele rijstrook invoegen. “Door eerlijk met de medeweggebruikers te ritsen, voorkom je filevorming.”

Slof (m.) Synoniem voor autoband. “Er zat weinig profiel meer op de sloffen van die zespitter.”

Staart (m.) Op zijn - trappen (overg.; trapte op de staart, heeft op de staart getrapt) “Het nonnetje trapte de achtpitter eens goed op zijn staart.”

Ton (m.) Honderdduizend kilometer op de teller. “Deze occasion heeft pas drieëneenhalve ton op z'n klok.”

Vooronder (o.) De ruimte onder de motorkap. “Deze Camaro hoeft alleen te worden uitgedeukt, in het vooronder is alles in orde.” Ook: machinekamer.

Zespitter (m.) Auto met zes-cilindermotor. “De omgekatte zespitter op het achterplaatsje werd de autodieven uiteindelijk noodlottig.”