Indonesië beleeft vastentijd vol spanningen

Indonesië viert komend weekeinde lebaran, het einde van de vastentijd. President Soeharto zelf zal zaterdag bij het Nationaal Monument in Jakarta dit grote feest inluiden door op een grote moskeetrom te slaan. De vastentijd of puasa hoort een periode te zijn van rust en inkeer, maar zelden heeft Indonesië zo'n onrustige vastentijd gezien.

JAKARTA, 6 FEBR. De grootschalige bloedige incidenten in oktober en december op Java en in Kalimantan (Indonesisch Borneo), waarbij huizen, winkels en kerken in vlammen opgingen en naar schatting 11 doden vielen, kregen vorige week hun vervolg. Eerst kwam het in het centrum van Jakarta tot rellen toen de politie bij de Tanah Abang markt hardhandig begon kooplui te verwijderen. Enige dagen later braken er opnieuw onlusten uit tussen Dayak en Madoerezen in West-Kalimantan, nadat een groep van veertig gemaskerde mannen een katholieke schoolstichting had platgebrand en twee vrouwen met sikkels had bewerkt.

Kort daarna plunderden duizenden jongeren het centrum van de stad Rengasdengklok, zeventig kilometer ten oosten van Jakarta. Een kerk werd in as gelegd, drie andere beschadigd, terwijl ook twee boeddhistische kloosters werden gebrandschat. Aanleiding was in dit geval een ruzie tussen een Chinese vrouw en islamitische jongeren die om half drie 's ochtends met veel kabaal andere moslims wilden wekken voor de gebruikelijke sahur, het nachtelijk ontbijt voorafgaand aan een nieuwe vastendag.

Afgelopen weekeinde ten slotte, kwam het ook tot rellen in en rond Bandung. In die streek doen pamfletten de ronde waarin wordt opgeroepen de bezittingen van christenen en Chinezen plat te branden. Volgens de lokale politiechef zijn de mensen in Bandung zo gespannen “dat zelf een ontploffend rotje paniek kan veroorzaken”.

Ondertussen zijn er berichten dat het leger eenheden heeft overgevlogen naar West-Kalimantan en dat daar een avondklok is ingesteld. Een legerwoordvoerder ontkende dat gisteren overigens. Volgens hem heeft het leger “de lokale bevolking slechts opgeroepen om hun huizen niet te verlaten tussen negen uur 's avonds en vijf uur 's ochtends”. Het buurland Maleisië heeft in ieder geval uit vrees dat de ongeregeldheden overslaan, de grenzen met Indonesië gesloten.

De verschillende ongeregeldheden hebben aanleiding gegeven tot uitgebreide speculaties in de media over de mogelijke oorzaken die eraan ten grondslag liggen. Daarbij valt grofweg onderscheid te maken tussen degenen die uitgaan van een complot en zij die wijzen op structurele oorzaken. Soeharto zelf heeft “maoïstische groepen” ervan beschuldigd doelbewuste aanstichters zijn van alle onrust, daarmee verwijzend naar de communistische oervijand van zijn Nieuwe Orde waarmee in 1966 werd afgerekend. Andere complotdenkers in regeringskring gaan nog verder terug in de tijd en wijzen naar de fundamentalistische Darul Islam, die in de jaren vijftig werd weggevaagd.

De leider van Nadhatul Islam (NU), met dertig miljoen aanhangers de grootste islamitische organisatie in Indonesië, Abdurrahman Wahid beter bekend als Gus Dur, beschuldigde op zijn beurt de rivaliserende organisatie van islamitische intellectuelen (ICMI) van het aanstichten van de onlusten op Java. Doel zou zijn hem en zijn organisatie in diskrediet te brengen.

In universitaire kring wordt meestal verwezen naar een mengsel van onderliggende etnische, sociale en economische omstandigheden die tot de onlusten geleid hebben. Ook de Minister van Defensie en Veiligheid, Edi Sudradjat, bleek vorige week die mening toegedaan. Hij zei tijdens een hoorzitting met een commissie van de volksvertegenwoordiging dat de rellen kunnen worden veroorzaakt door bijvoorbeeld de economische kloof tussen oorspronkelijke Indonesiërs en etnische Chinezen, en door gebrek aan tolerantie tussen mensen met verschillend geloof. Maar hij wees ook op oneerlijke behandeling van arbeiders, het achterblijven van lonen bij prijzen en werkloosheid als mogelijke bron van onrust.

Niet bekend

De verkiezingen van een nieuwe volksvertegenwoordiging op 29 mei zijn ook aanleiding voor rumoer. Hoewel tevoren vaststaat dat de grote corporatistische organisatie van 'functionele groepen', Golkar, de verkiezingen weer gaat winnen, staat de periode van de verkiezingscampagnes garant voor opwinding. Zo leidde het geel schilderen van verkeersmarkeringen door de lokale bestuurderen in Solo onlangs tot een actie van aanhangers van de moslimpartij PPP: zij wasten de markeringen weer wit. Geel is de kleur van Golkar en de kuningisasi (“vergeling”) van Solo werd beschouwd al een voortijdige start van de Golkar-campagne.

De regering stelt nu alles in het werk om de verkiezingscampagnes strak in de hand te houden. Eerder al werd bekendgemaakt dat er geen demonstraties in de open lucht mogen worden gehouden: de autoriteiten zijn bevreesd dat aanhangers van verschillende partijen met elkaar op de vuist gaan als ze elkaar tegenkomen. Afgelopen weekeinde kwam daar bij dat er geen massale manifestaties mogen worden georganiseerd en gisteren werd bekendgemaakt dat de drie toegelaten politieke partijen, behalve Golkar en PPP ook de nationalistisch/christelijke federatie PDI, hun verkiezingstoespraken eerst moeten voorleggen aan de overheden.

Niemand durft te voorspellen waartoe alle politieke spanningen de komende periode zullen leiden. Dat is in zeker opzicht ironisch omdat de Nieuwe Orde van Soeharto het land na de turbulente jaren vijftig en zestig beoogde te depolitiseren. Het paradoxale gevolg is echter dat nu, na dertig jaar, àlles politiek lijkt in Indonesië. Zelfs de uitbarsting van de vulkaan Merapi bij Yogyakarta twee weken geleden is niet zonder betekenis. Een Javaanse jurist legde uit dat de Javaanse mythologie wil dat zo'n uitbarsting wijst op een komende verandering in de macht. “De laatste keer dat de Merapi uitbarstte, is dertig jaar geleden.”