Geneesmiddelen (1)

Het moeilijke vraagstuk van de al of niet toelating van homeopatische en antroposofische geneesmiddelen vereist een zorgvuldige discussie. De bijdragen van Renckens en Van Noordwijk voldoen daaraan nauwelijks (NRC HANDELSBLAD, 30 januari).

In plaats van een steekhoudende weerlegging van de antroposofische zienswijze neemt eerstgenoemde zijn toevlucht tot enkele onwaardig hatelijke opmerkingen. Een gedoogbeleid voor de 'occulte' middelen is hem een gruwel. Maar we wonen dan straks wel in een land waar middelen waarvan schadelijke werking farmacologisch niet is vastgesteld, zijn verboden doch drugs met een erkend schadelijke werking blijmoedig worden gedoogd.

Van Noordwijk meent echter voor de homeopatische en antroposofische middelen wel degelijk de schadelijke werking te hebben vastgesteld, namelijk het feit dat deze het gebruik van werkzame middelen in de weg (kunnen) staan. Als bewijs voert hij twee patiënten op die homeopatische medicijnen gebruikten tegen hoge bloeddruk en prostaataandoening, maar toch zijn overleden. Hoe weet hij zo zeker dat de betreffende patiënten bij gebruik van 'echte pillen' wel in leven zouden zijn gebleven?

Sinds wanneer geldt zoiets in de wetenschap als solide bewijs waarop een nationaal beleid kan worden gegrondvest? Het is te hopen dat de instanties die straks een beslissing moeten nemen, iets wetenschappelijker te werk zullen gaan.