'EU moet cijfers criminaliteit openbaar maken'

NOORDWIJK, 6 FEBR. De landen van de Europese Unie “moeten de moed krijgen” onderzoek te verrichten naar georganiseerde criminaliteit op hun grondgebied en de bevindingen openbaar te maken. Minister Sorgdrager (Justitie) verwacht dat de EU-lidstaten pas dan meer greep kunnen krijgen op de grensoverschrijdende, zware criminaliteit.

Dat zei zij gisteren na afloop van de eerste vergadering van de informele raad voor EU-ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken in Noordwijk. Sorgdrager is ontstemd over het feit dat Nederland zich nagenoeg als enige in de Unie “kwetsbaar heeft opgesteld” als het gaat om de openbaarmaking van gegevens over de georganiseerde misdaad, veelal afkomstig uit het onderzoek in 1995 van de parlementaire enquête opsporingsmethoden.

De andere EU-landen zijn minder royaal met het verstrekken van dergelijke gegevens. Onlangs leverden onder meer Italië en Frankrijk in Brussel “een paar alinea's” in over de georganiseerde misdaad. Tegelijkertijd reageerden zij geschokt op de omvang van het fenomeen in Nederland.

De gezamenlijke strijd tegen de georganiseerde criminaliteit stond gisteren centraal tijdens de eerste Justitieraad onder Nederlands voorzitterschap. De ministers Sorgdrager en Dijkstal (Binnenlandse Zaken) maakten zich vooral sterk voor verbetering van de praktische samenwerking tussen de EU-landen. Zo hoopt het Nederlandse voorzitterschap dat de Europese politiekorpsen, de staande magistratuur en de douane nauwer gaan samenwerken. Die werken volgens Sorgdrager vaak op landelijk niveau nog langs elkaar heen.

Sorgdrager, Dijkstal en Europees commissaris Gradin riepen de EU-lidstaten op zo snel mogelijk het verdrag voor de politie-organisatie Europol te ratificeren. Tot nu toe heeft alleen Groot-Brittannië het verdrag geratificeerd. “De EU-lidstaten moeten wel hun huiswerk doen”, zei Gradin, die eraan toevoegde dat hetzelfde geldt voor Europese conventies over fraudebestrijding en douanesamenwerking. Die liggen volgens haar “al jaren op tafel bij de lidstaten”.

Europol is al enkele jaren geleden van start gegaan onder de naam Europese Drugseenheid (EDU), maar een wettelijke basis voor Europol bestaat nog niet. Als het Europol-verdrag in werking treedt kan de organisatie veel effectiever onderzoek doen naar de zware, georganiseerde criminaliteit.

Opvallend was dat de EU-landen het er unaniem over eens zijn dat Europol niet moet uitgroeien tot een internationale politiemacht met executieve bevoegdheden. Vooral de Duitse bondskanselier Kohl heeft zich in het verleden sterk gemaakt voor een Europese variant van de Amerikaanse FBI.

De praktische samenwerking bij de bestrijding van de georganiseerde misdaad in Europa wordt inmiddels voorbereid door een Europese werkgroep waarin onder anderen de directeur-generaal J. Demmink van Justitie en procureur-generaal Docters van Leeuwen zitting hebben. Deze 'High Level Group' komt in mei met concrete voorstellen.