Drenthe wil niet bij Groningen

De regeringsfracties in de Tweede Kamer vroegen staatssecretaris Van de Vondervoort (Binnenlandse Zaken) vorige week een fusie tussen Groningen en Drenthe te onderzoeken. Drenthe voelt weinig voor zo'n fusie.

ASSEN/GRONINGEN, 6 FEBR. Groningen staat positief tegenover een fusie met Drenthe, maar de potentiële partner zelf ziet er helemaal niets in. Het draagvlak voor een samenvoeging van beide buurprovincies ontbreekt, en voor een goede samenwerking is een fusie niet nodig, zo is de opinie in Drenthe. “Drenten willen Drenten blijven. De eigenheid van Drenthe kan het beste bewaard blijven binnen de huidige provinciegrenzen”, zegt de Drentse gedeputeerde J.J. Pastoor. Maar in Groningen wordt daar anders over gedacht. Daar vindt men een fusie logisch, gezien de nauwe verwevenheid van beide provincies.

De provinciegrens tussen Groningen en Drenthe staat ter discussie, een kwestie die sinds de jaren zeventig met enige regelmaat terugkeert op de politieke agenda. Beide provinciebesturen ondertekenden drie maanden geleden met vijftien Drentse en Groningse gemeenten een convenant over een verregaande samenwerking (Regiovisie Groningen-Assen 2030). Bovendien wordt het aantal Drentse gemeenten per 1 januari 1998 teruggebracht van 34 naar elf, waardoor er minder taken over blijven voor het Drentse provinciebestuur.

Net als in het verleden reageren de Drenten het felst. Liep de bevolking in de jaren tachtig te hoop tegen een inlijving van de kop van Drenthe bij Groningen, nu keren GS van Drenthe zich op voorhand tegen een samengaan met Groningen. Pastoor: “Een fusie is ons een station te ver. Er is geen draagvlak voor. En dat is één van de belangrijkste voorwaarden om een fusie door te zetten.” Burgemeester F. Tjaberings van Meppel: “Wat heeft Meppel nu met Groningen te maken? Wij zijn veel meer gericht op Zwolle en Overijssel. We zijn nu met de gemeentelijke herindeling bezig en dat proces is al moeilijk en ingrijpend genoeg.” Dinsdag wezen Provinciale Staten van Drenthe het onderzoek naar de fusie af.

Groningse bestuurders zijn wel enthousiast over het initiatief van de Tweede Kamer. “We hebben een enorme relatie. Over en weer is er veel samenhang en er zijn grensoverschrijdende problemen. Een fusie is dus heel logisch”, zegt de Groningse gedeputeerde M. de Meijer. Wethouder W. Smink van Groningen vindt het verdwijnen van de provinciegrens op lange termijn gewenst. “Hoe minder obstakels er zijn voor de ontwikkeling van dit gebied hoe beter. Het op elkaar afstemmen van procedures is nu heel lastig.” Hij vindt het Drentse argument dat er geen draagvlak zou zijn onzin. “Een maatschappelijk draagvlak is het resultaat van een politieke visie. Je moet je daar als politicus niet achter verschuilen zonder bereidheid te tonen een draagvlak te creëren.”

De discussie over een fusie of een grenscorrectie keert telkens terug omdat de stad Groningen in het zuiden tegen Drenthe is aangegroeid. Groningen wil in zuidelijke richting uitbreiden omdat kapitaalkrachtigen daar het liefste willen wonen. “In feite loopt de provinciegrens nu al door de agglomeratie Groningen, waarbinnen de Noorddrentse dorpen vallen”, zegt de Groningse hoogleraar planologie H. Voogd. Daardoor zijn er onevenwichtige discussies gevoerd, vindt hij. Een kleine gemeente als het Drentse Eelde, dat aan de zuidgrens van Groningen ligt, wist daarbij Groningen onnodig lang tegen te werken bij woningbouwplannen, aldus Voogd.

Midden jaren zeventig laaide de discussie over de provinciegrens tussen Groningen en Drenthe voor het eerst op, toen minister De Gaay Fortman (Binnenlandse Zaken) de Kop van Drenthe bij Groningen wilde voegen. Felle protesten onder de bevolking waren het gevolg. De strijdbare leus werd: “De Kop hoort erop.” Van de inwoners van Roden, Peize, Eelde en Zuidlaren sprak zich indertijd in een volksstemming 97 procent uit tegen inlijving door Groningen. Vier jaar geleden kwamen de Drenten voor het laatst in het geweer tegen een gedeeltelijke annexatie. Staatssecretaris De Graaff-Nauta (Binnenlandse Zaken) wilde Noord-Drenthe bij Groningen voegen. “Er ontstond toen bijna een volksopstand”, aldus Pastoor. Toenmalig commissaris van de koningin M. de Boer (nu minister van VROM) zei destijds te verwachten dat Groningen en Drenthe voor het jaar 2000 zouden versmelten.

De samenwerking tussen de provincies is het afgelopen jaar hechter geworden. Onder druk van staatssecretaris Van de Vondervoort (Binnenlandse Zaken) - oud-wethouder van Groningen - kwam de Regiovisie Groningen-Assen 2030 tot stand. Zij maakte met betrekking tot de Drentse herindeling een voorbehoud voor Eelde, Vries en Zuidlaren en zette Drenthe voor het blok door met een grenswijziging te dreigen als er geen oplossingen kwamen voor de problemen van de stad Groningen.

De regiovisie behelst vrij strakke afspraken over woningbouw, infrastructuur, bedrijfsterreinen en natuur- en landschapsontwikkeling voor de komende 33 jaar. Wanneer er van vraag en aanbod zou worden uitgegaan, bestond het gevaar van versnippering van woningbouw, aantasting van de natuur en een verzwakking van de positie van de stad Groningen. Daarom mogen Groningen en Assen de meeste woningen bouwen. Groningen mag daarvoor grondgebied van de buurgemeente Eelde gebruiken, zo is vastgelegd. In de andere gemeenten ligt de nadruk op natuur- en landschapsontwikkeling.

De Groningse en Drentse bestuurders zijn zonder uitzondering enthousiast over de regiovisie. “Als het lukt ontstaat een uniek gebied in Nederland, met geconcentreerde woningbouw en een waardevol landschap”, oordeelt gedeputeerde De Meijer. Het onderzoek naar de fusie mag het proces van de regiovisie niet verstoren, vindt zij. “Daarom moeten we nu niet uitgebreid over de fusie zelf praten, maar rustig dat onderzoek afwachten.”

Door het convenant is een onderzoek naar een fusie overbodig, vinden de Drentse bestuurders. Voor PvdA-Kamerlid M. Zijlstra was de regiovisie juist de aanleiding om op het onderzoek aan te dringen. “Je hebt een strakke regie nodig, wil er ooit iets van terecht komen. Dat kan alleen met één provinciebestuur”, aldus Zijlstra. Hoogleraar Voogd sluit zich hierbij aan. “Die regiovisie is een aardig praatstuk, maar het risico bestaat dat als de Drentse herindeling definitief is, de samenwerking weer op een laag pitje komt te staan.”

De vroegere strijd tussen Stad en Ommeland en de weerstand van de Drenten is volgens burgemeester P. van Veen van het Drentse Eelde gebaseerd op emoties. Hij staat anders dan zijn collega's niet onwelwillend tegenover een fusie, al vindt hij het met het oog op de huidige samenwerking niet echt nodig. “De burger merkt er niets van als hij bij een andere provincie zal horen.” Zijn voorstel: noem de nieuwe provincie Drenthe, met Groningen als hoofdstad, zodat Drenten zich Drent kunnen blijven voelen. Gedeputeerde De Meijer wil het liever nog niet over een naam hebben. Maar als het dan toch moet: “Gewoon Groningen-Drenthe.” Dat geeft volgens haar de minste problemen bij de bevolking.

Friesland steunt Drenthe in zijn afwijzing van de fusie. Commissaris der koningin L. Hermans ziet weinig heil in één grote, sterke provincie Groningen-Drenthe. “Er zijn geen argumenten voor een fusie. Het vergt veel tijd en energie, die je beter kunt steken in zaken die er echt toe doen, namelijk de economische vooruitgang van het noorden en het uitbouwen van de noordelijke samenwerking. Bovendien roept een fusie veel emoties op.”