Democratie

Het huidige politieke systeem van volksvertegenwoordiging staat onder druk, beweert A. Schoep (31 januari). Signalen uit de samenleving dat dit zo zou zijn, noemt hij niet. Die zijn er ook niet. Integendeel, in de laatste opiniepeilingen boeken zowel de PvdA als de VVD winst. De burgers spreken hiermee hun vertrouwen uit in het kabinet en de volksvertegenwoordiging die hen controleert.

Volgens Schoep is de politiek een aparte industrietak die het contact met de burger volledig heeft verloren. Waarop baseert hij dit? Geen week gaat voorbij of we zien staatssecretaris Terpstra in een of andere zorginstelling, geïnteresseerd luisterend de problemen inventariseren. Het departement moest haar terugfluiten. Men maakte zich zorgen. Hoort zij zo nu en dan niet ook nog een nota te schrijven?

Schoep noemt het houden van referenda als een van de mogelijkheden om de betrokkenheid van burgers bij de politiek te stimuleren. Alsof het houden van referenda de 'echte' democratie weerspiegelt en de parlementaire democratie een 'onechte'. Het is nu eenmaal zo dat als men een land goed wil besturen er zo nu en dan impopulaire maatregelen genomen moeten worden. De sanering van de WAO was er wellicht niet gekomen als er een referendum over was gehouden.

Wie bepaalt er trouwens waarover een referendum wordt gehouden? Als men voor de zesde keer van het jaar weer door de stromende regen naar het stemlokaaltje mag neemt de motivatie snel af. De vraag is of de burger er behoefte aan heeft zich in elk issue inhoudelijk te verdiepen; alle ins en outs over de Bosvariant voor de hogesnelheidslijn, wie zit daar op te wachten? Belangengroepen met de meeste macht c.q. geld kunnen wellicht meer zendtijd bemachtigen en zo het referendum voor hen gunstig laten verlopen.

De burger is niet gebaat bij referenda, maar bij goede bestuurders en een volksvertegenwoordiging die daadwerkelijk het 'volk' vertegenwoordigt. Daarbij is ons huidige systeem het minst van alle kwaden.

Zeker is het mogelijk dat het kabinet een beslissing neemt waarmee de burgers het niet eens zijn. Maar de burger weet dit. De burger weet dat hij op een partij stemt die niet al zijn belangen kan behartigen. Ook begrijpt de burger dat een kabinet uit coalitiepartners bestaat en dat er compromissen gesloten moeten worden. De burger is mondig en volwassen en accepteert derhalve dat hij niet altijd zijn zin kan krijgen. De recente winst in de opiniepeilingen voor de PvdA en de VVD laten zien dat de burger vertrouwen heeft in de minst van alle kwaden: de parlementaire democratie.