De radio wordt heel persoonlijk

HILVERSUM, 6 FEBR. Het is één uur. In de studio van Talkradio legt presentator Helen Pavias het Groot Citatenboek voor zich neer. Medepresentator Saskia van Orly slaat een multomap vol aantekeningen open. Drie uur lang voorzien zij vanmiddag de am-frequentie 1395 van louter 'het gesproken woord'.

Vergeven is vandaag het onderwerp. Wie wil, mag er op de radio over meepraten. 'Sas' heeft zelf net uitgebreid verteld over de onvergeeflijke daad van een schooltandarts die twee kiezen bij haar trok. En Helen herinnert zich een gynaecoloog die haar tijdens een inwendig onderzoek 'ontspan' toesiste. Kun je zoiets vergeven? Niemand belt, dus nemen ze er uitgebreid de tijd voor.

Tot zich om tien voor halftwee de eerste luisteraar meldt. 'Een stortvloed aan woorden', tikt de producer op het mededelingenscherm voor de presentatoren: 'Hou haar een beetje kort'. Bij mevrouw Van Dijk is het muntje gevallen. Een onnavolgbaar verhaal over huisartsen volgt. “Ze moest het even kwijt hè”, zegt Saskia als de vrouw met veel moeite is weggedrukt. Op de middengolf drijven Saskia en Helen eenzaam en alleen verder.

Ruim een maand is Talkradio nu in de lucht - dag en nacht. “Het gaat fantastisch”, zegt programmadirecteur M. Roos. “Talkradio benadert de actualiteiten op een heel persoonlijke manier. De actualiteit vormt de aanleiding, maar uiteindelijk gaat het om de persoonlijke verhalen van de luisteraars.” Dus werpt een presentator - om toch vooral beet te hebben - in een uitzending zoveel mogelijk onderwerpen uit: de jaren vijftig, parkeren, de legendarische wielrenner Hein van Brenen en de verhoging van de koffieprijs met een kwartje. Als de luisteraars maar bellen - liefst met een mooi persoonlijk verhaal.

In de Verenigde Staten luisteren dagelijks miljoenen mensen naar honderden stations voor talkradio. De opgewonden gesprekken schallen uit huiskamers en taxi's en zijn het gezelschap van de eenzamen, slapelozen, praatzieken en nachtwerkers. Er is talkradio voor paranormaal begaafden, voor homoseksuelen, voor 'hot legal topics' en voor mensen met eetstoornissen. De stations zijn invloedrijk. Ten tijde van de oorlog in Bosnië belden regeringsfunctionarissen van het Witte Huis meer dan honderd presentatoren van radioshows. Ze wilden het volk gunstig stemmen voor uitzending van Amerikaanse troepen. En presidentskandidaat Bill Clinton kreeg in 1992 tijdens de presidentsverkiezingen in een radioshow de mogelijkheid om in alle vrolijkheid, zijn vermeende slippertjes te relativeren. 'In ieder geval bent u niet beschuldigd van relaties met onaantrekkelijke vrouwen', had de presentator gezegd.

Zover is het in Nederland nog lang niet. Politici hebben voor zover bekend nog niet naar Talkradio gebeld. Nederland moet er nog even aan wennen, meent programma-directeur Roos.

Pagina 2: 'Interactieve radio-orgiën' blijven nog uit

Deskundigen kunnen nog niet uit de voeten met de persoonlijke aanpak van Talkradio. 'Wat is het agressiefste wat jij ooit hebt gedaan?' vroeg presentator Theo van Gogh in een uitzending over agressie. De deskundige kwam niet verder dan dat hij ooit in een winkel zijn stem had verheven. Op Van Goghs vraag of hij in zijn relatie misschien veel gewelddadiger was dan hij nu deed voorkomen, verviel de man weer meteen in algemeen verklarende theorieën.

Maar bij Talkradio is iedereen ervan overtuigd: wat in de Verenigde Staten kan, kan ook hier. Op ieders lippen kleeft de naam van Peter Laufer, auteur van het boek Inside Talkradio en voormalig 'host' bij een station voor talkradio in San Francisco. Met enige regelmaat komt Laufer uit de Verenigde Staten overgevlogen om de presentatoren van talkradio te trainen.

Niet bekend

De voormalige talkshow-host ziet zichzelf als een “cultureel imperialist”. Hij is er trots op dat hij het Amerikaans cultuurgoed van de talkshow kan uitbreiden naar Europa. Dan heeft hij het wel over de 'kwaliteitsstations' die informatie weten te combineren met entertainment. Maar helaas, zegt Laufer, het kwade komt met het goede mee. Net als in de Verenigde Staten zal in de toekomst ook het 'vuilnis' in de Nederlandse ether worden gestort: de opruiende talkshows met beledigende en intimiderende presentatoren. In zijn boek vergelijkt Laufer de demagogie van sommige talkshows met die van Hitler. 'De massa komt niet snel in beweging', zo citeert hij Hitler, 'Het duurt altijd enige tijd voordat ze iets in de gaten hebben. Pas als de eenvoudigste ideeën duizenden keren zijn herhaald, zal de massa ze onthouden.' Steeds meer nemen luisteraars wat ze in de radioshows horen voor waar aan, waarschuwt Laufer. De grenzen van de goede smaak zullen volgens hem verder oprekken. Hij voorspelt 'interactieve radio-orgiën'.

Intussen leven de presentatoren van Talkradio met de wijzer van de klok en smeken ze soms haast om bellers. Adverteerders zijn nog niet benaderd. Vooralsnog is er alleen een overeenkomst met gesloten beurzen met uitgever VNU. Een artikel in bijvoorbeeld de Viva over examenvrees zal vanaf 1 maart verwijzen naar een show van talkradio over hetzelfde onderwerp - en omgekeerd. Van financier Manaus Media heeft Talkradio drie jaar de tijd gekregen om een volwaardig station te worden. “Eerst moeten de presentatoren uitgroeien tot persoonlijkheden”, zegt programmadirecteur Roos.

“Met een kop als een uitgetrokken dweil kwam ik de eerste dagen de studio uit”, vertelt presentator en freelance-journalist Paul van Liempt. Inmiddels is hij veel “relaxter”. “Nu weet ik dat ik niet drie uur lang een conference hoef te houden.” Soms vergeet hij zelfs dat hij in de studio zit. Bijvoorbeeld die keer toen een boerin zomaar ging vertellen over haar emancipatieperikelen op het platteland. “Dan valt alles weg, alsof ik bij haar thuis op de bank zat.”

In het programma van Helen en Saskia intussen maakt een beller - de tweede in een half uur - zelf een einde aan het gesprek. In Inside Talkradio staan een aantal tips om tot een radioshow door te dringen, maar in Nederland ligt de macht vooralsnog aan de andere kant van de telefoon. “Nou dag”, zegt de luisteraar. “Ik ga weer terug naar mijn andere lijn.”