Cosmetica voor mannen

AMSTERDAM. De witte ruimte in Amsterdam-Zuid doet aan als een dokterskamer met twee ligbedden, handdoeken, een scherm, glazen kasten met flesjes en laden met metalen gereedschap. Er staat een witte zuil met een slang en wat zij-armen zoals bij de tandarts. Schoonheidsspecialiste Jolanda Weerdesteijn speurt niet naar gaatjes in de kies maar naar ongerechtigheden in de huid. Een ambacht op zich, op ontdekkingstocht naar de onderbrekingen van het zachte, warme landschap: gele koppen, pigmentvlekken, zwarte puntjes, dofheid, uitdroging.

Hier sneuvelen oude illusies en worden nieuwe opgebouwd. De luchtig binnengewandelde man blijkt ongezond en hij krijgt zelfmedelijden. Hij is patiënt. De vuile buitenlucht heeft greep op hem gekregen. Poriën zijn dichtgeslibd. Stress en UV-stralen hebben hun sporen getrokken. Voren doorsnijden zijn wangen. Zakjes met slaapresten hangen onder de ogen. Hij heeft hulp nodig van massages en verzorgende crèmes. En dan kunnen meteen de wenkbrauwen en de wimpers worden bijgewerkt. Bij seizoenswisselingen zijn speciale servicebeurten nodig. “Als je je huid laat reinigen, heb je er een maandje geen omkijken meer naar”, zegt Weerdesteijn optimistisch. Ze komt uit de verpleging. Liever verzorgt ze kerngezonde mensen.

In de jaren tachtig is het aantal schoonheidssalons enorm gegroeid. Het zijn er minstens 9.000. Nu de vrouwenmarkt is verzadigd, lokken de branche-organisaties mannen met advertentiecampagnes. “Een schoonheidsspecialist is natuurlijk helemaal niets voor u”, plaagt een advertentie. “Toch zijn er heel wat mannen die de weg naar de schoonheidsspecialist weten te vinden.” Affiches en advertenties tonen mannen met gezichtsmaskers of onder knedende handen. Een harsbehandeling bevrijdt de man voor zes weken van zijn borst- en rugharen.

Tot nog toe is volgens een onderzoek van Trendbox vijf procent van de Nederlandse mannen bij een schoonheidsspecialist geweest en neemt hun belangstelling toe. “Het is de groeimarkt. Nieuwe taboes worden doorbroken”, zegt C. van Beeck Calkoen, die woordvoerder van de branche is. Vijf procent lijkt weinig, maar de vermannelijking van de schoonheidssalon staat aan de top van een cosmetica-piramide van flesjes, zalfjes en poedertjes die de onder hun uiterlijk gebukt gaande mannen zelfvertrouwen moeten geven. In twintig jaar is het “niet hoeven” veranderd in “moet kunnen”. Mooi worden krijgt een religieus tintje. Aromatherapieën en Aziatische etherische oliën verfrissen ook het innerlijk. Van Beeck Calkoen spreekt zelfs van een “holistisch gebeuren”.

Parfumerieën hebben hele afdelingen voor mannen ingericht. Het 'scheergebeuren' alleen al. Het dagelijkse wegsnijden van gezichtshaar wordt behandeld als een ingrijpende operatie in drie gangen. Volgens Aramis Lab Series For Men moeten de baardharen worden verzacht met een “lift off face wash”. Voor het scheren zelf zijn er twee soorten crème. Daarop “kalmeert” Razor Burn Relief “de geïrriteerde huid”.

De belangstelling van mannen duidt op een steeds hogere norm voor het uiterlijk. De publieke verschijning wordt steeds verder geperfectioneerd. De volmaakte voorbeelden zijn overal, op televisie, in tijdschriften en abri's. Gezichten worden flexibel met orthodontie, haarinplant, kin- of neuscorrectie. Vrijwel iedereen kan meedoen. De brede middenklasse vindt de weg naar de drogist en de fitness-salon. Het klassenverschil uit zich in het soort behandeling. Onderaan de sociale ladder willen de mensen een ander uiterlijk en overheersen de zonnebank, de gouden kettinkjes en de steunpermanenten. Op de hoogste sporten willen de mensen juist hun ware zelf tot uiting brengen. De huid moet gaaf en blank zijn en het gelaat krijgt op subtiele wijze zijn “natuurlijke” proporties.

Vette haren, vijftien jaar geleden nog tamelijk gangbaar, komen nauwelijks meer voor. Hoofdluizen zijn dol op shampoo en ze maken op scholen een geweldige comeback. Het toilet van een middelbare scholier duurt steeds langer. Jongens dragen contactlenzen, nemen oorbellen of verven een paar haarlokken. Gel om van het haar een sculptuur te maken, is razend populair. De spijkerbroek, het uithangende hemd en het staartje zijn zorgvuldig gerangschikt. Weg met de calvinistische veroordeling van het uiterlijk vertoon.

Toch hebben we de illusie dat het nooit anders is geweest. De verfilming van 'Bij Nader Inzien' over de studententijd van schrijver J.J. Voskuil is zo nostalgisch, omdat er in het romantische clair-obscur een jeunesse dorée is te zien die toen niet rondliep. Geen brillen met dik zwart montuur, geen puisten, geen plakkerige haren. Met perzikhuidjes en wuivend haar wandelen de studenten en studentes door het leven, terwijl er indertijd voor het dagelijkse onderhoud alleen een wasbak met koud water beschikbaar was.

Films en foto's waren in die tijd zwart-wit, terwijl nu elk smetje met microscopische nauwkeurigheid in beeld wordt gebracht. Mensen die veel op de televisie komen, worden door een communicatie-adviseur naar de schoonheidsspecialist gestuurd. Waarom dan niet alle leiders? Vooral in de communicatie- en dienstenberoepen. Plutocraat Bill Gates is altijd dezelfde, wat zweterige whizzkid gebleven. Maar wie babbels verkoopt, moet goed ogen. Kassiers van de ING-bank zijn uitgerust met speciaal ontworpen, donkerblauwe bankierspakken. Het hoort bij de hausse op de aandelenmarkt. Op papier is iedereen rijk.

Met lange, ongekamde haren rebelleerde de jaren-zestig-generatie tegen de netheid van de ouderen, maar de nieuwe generatie moet zich juist aanpassen. Bij de flexibaan hoort het flexigezicht. In Memory Magazine, het tijdschrift voor heao'ers en HTS'ers, raadt Weerdesteijn sollicitanten wat opmaak aan. In haar zaak krijgt ze mannen die hun wimpers laten bijkleuren, zodat het oogcontact sprekender is. In Luchino Visconti's 'Dood in Venetië', over het herfsttij van de beschaving, heeft de hoofdfiguur ook geverfde wimpers. In de slotscène biggelen er zwarte tranen over zijn wangen. Dat beeld heeft schoonheid van een hogere orde.