Beurs introduceert afkoelingsperiode

ROTTERDAM, 6 FEBR. De Amsterdamse effecten- en optiebeurs gaat heftige koersfluctuaties strakker beheersen. Particuliere beleggers en handelaren op de Amsterdamse beurzen krijgen een handelsverbod (afkoelingsperiode) als de beursindex, de graadmeter van de stemming, meer dan 30 punten daalt ten opzichte van de slotstand op de dag ervoor.

Deze nieuwe maatregel tegen heftige koersbewegingen hebbben de twee beurzen, sinds 1 januari gefuseerd tot Amsterdam Exchanges, gistermiddag bekendgemaakt.

“Zulke fluctuaties komen eens in de paar jaar voor”, schat een woordvoerder van Amsterdam Exchanges. “Het is bedoeling dat men dan even nadenkt.” Op de Amerikaanse effectenbeurs gelden vergelijkbare regels.

De afkoelingsperiode geldt in Amsterdam voor het particuliere marktsegment op de aandelenbeurs en voor de opties, termijncontracten en warrants op de optiebeurs die daaraan zijn gekoppeld. De handel van professionele partijen kan wel doorgaan. “Het heeft gezien de aard van het handelssysteem geen zin iets te verbieden dat je niet kunt verbieden”, aldus de woordvoerder.

Onder handelaren wordt verdeeld gereageerd op de nieuwe maatregel, die de bestaande “regelingen voor bijzondere marktomstandigheden” van de aandelen- en de optiebeurs moet harmoniseren. “Na een kwartiertje afkoeling gaat iedereen gewoon weer door. In de tussentijd komen alleen maar meer verkooporders binnen”, verwacht een ervaren handelaar.

Naast de nieuwe afkoelingsperiode zijn er aangepaste regels voor de automatische handel in zogeheten mandjes met aandelen van verschillende bedrijven (die bijvoorbeeld de beursindex weerspiegelen) en in de computergestuurde handel (program trading).

Bij program trading worden automatisch transacties gestart als de koers een vastgesteld niveau doorbreekt. Voor program trading komt een verbod als de AEX beursindex in een uur tijd met ten minste 12 punten (2 procent ten opzichte van de index) stijgt of daalt. 'Mandjeshandel' wordt door vergelijkbare regels beteugeld. De actiegrens was 3 procent.