Bedrijven moeten dialoog met samenleving aangaan

AMSTERDAM, 6 FEBR. Even leek het congres over de sociale verantwoordelijkheid van het zakenleven (Corporate and Social Responsability) uit te lopen op een handgemeen. Toen een aantal actievoerders met een meer dan levensgrote foto van de door de Nigeriaanse autoriteiten geëxecuteerde dissident Ken Saro-Wiwa de toespraak van Shell-directeur B. de Beer probeerden op te fleuren, greep het organiserende comité ferm en resoluut in.

Op de balustrade van de Lutherse Kerk, waar de internationale studentenvereniging AIESEC haar jaarlijks congres hield, vocht een in smetteloos donker pak gestoken student met een van de actievoerders om het portret van Ken Saro-Wiwa, de 'martelaar' die Shell tot lang na zijn executie blijft achtervolgen. De actievoerder delfde het onderspit. Directeur De Beer van Shell Nederland kon zijn inbreng daarna ongehinderd voortzetten. Aan het einde van zijn betoog restten slechts enkele kritische vragen uit het publiek over Shells activiteiten in Nigeria.

Naast Shell hadden gisteren ook bierbrouwer Heineken, voedingsmiddelenconcern Nutricia, chemiegigant DSM, detalhandelsconcern Ahold en de Triodosbank sprekers naar de Lutherse kerk gestuurd om te debatteren over het actuele thema van de sociale verantwoordelijkheid van ondernemingen. Actueel, al was het alleen al om de publieke commotie rondom het Brent Spar-olieplatform dat Shell in de diepzee wilde laten afzinken, en de opwinding rondom Heinekens omstreden en vorig jaar afgeblazen investering in het door een harde militaire junta bestierde Birma.

Corporate Social Responsibility dus. Geen hype, maar een thema dat volgens sprekers alleen maar in belang zal toenemen in een tijd waarin de invloed van multinationale ondernemingen toeneemt ten opzichte van die van de staat.

De bedrijven waren het er gisteren vrijwel unaniem over eens dat ondernemingen geen politieke partijen zijn, maar dat ze wel de dialoog moeten aangaan met allerlei maatschappelijke groeperingen. Zoals dagvoorzitter en oud-minister-president Ruud Lubbers het zei: “Regeringen worden zwakker. Bedrijven moeten hun eigen weg vinden om de problemen te lijf te gaan. Het volstaat niet langer om je als onderneming alleen maar aan de wetten van een land te houden. Je moet bij voorbeeld ook luisteren naar pressiegroepen.”

Het voedingsmiddelenconcern Nutricia heeft geluisterd, zo bleek gisteren weer. Het bedrijf zette afgelopen jaar, mede naar aanleiding van gesprekken met pressiegroepen, zijn voorgenomen investering in Birma in de ijskast. “Wij bespreken altijd onze beslissingen met belangengroepen. Het is een van onze controlemechanismen”, verklaarde Louis Thörig van Nutricia.

Corporate Social Responsibility. Een actueel thema, maar een aantal sprekers leed aan koudwatervrees. Directeur corporate communications van bierbrouwer Heineken, Wynold Verwey, had het gisteren over respect als een van de belangrijkste sociale waarden van het bedrijf. Respect voor de klant, de samenleving, de kwaliteit van het produkt en de lol in het werk. Verwey repte in zijn toespraak echter met geen woord over de verantwoordelijkheid die Heineken afgelopen jaar nam door zich na fors oplopende maatschappelijke druk uit Birma terug te trekken. Pas na een vraag van dagvoorzitter Lubbers roerde de Heineken-directeur het onderwerp aan: Op het moment dat Heineken tweeëneenhalf jaar geleden het besluit nam een brouwerij in Birma te openen leek dat nog een goede investment opportunity. “Maar de markt veranderde, evenals de publieke perceptie van Birma.”

Ahold ziet zijn corporate social responsibility in ondermeer de werkgelegenheid die het bedrijf creëert en de technologie-overdracht die het door zijn internationale expansie realiseert naar nieuwe markten in verre landen. Ahold hecht bovendien veel waarde aan de buurt waarin de supermarkt staat, zo bleek uit de woorden van senior vice-president communications H. Gobes. “Ahold heeft 2.600 winkels in de wereld. Daar vindt onze business plaats. Of het nou een enorme supermarkt is in de VS of een kleine winkel hier om de hoek. We zouden niet succesvol zijn als de winkel niet integraal deel uit maakt van de buurt.” Als voorbeelden van sociale verantwoordelijkheid noemde Gobes de winkels die Ahold in de verpauperde binnensteden van Cleveland is begonnen en de supermarkten in het post-communistisch Tsjechië. “We zijn erg trots, niet alleen omdat het natuurlijk winst oplevert, maar ook omdat we er iets hebben gebracht dat anders er niet zo zijn gekomen.”

Niet bekend