Akzo houdt kruit over 36 uur nog droog

ROTTERDAM, 6 FEBR. Komt de 36-urige werkweek bij Akzo Nobel er wel of niet? Vast en zeker, roepen de Industriebonden FNV en CNV na de gisteren afgeronde evaluatie van anderhalf jaar experimenteren. De collega-bonden VHP Akzo Nobel en De Unie - die hun leden vooral in het midden- en hoger kader hebben - zijn minder overtuigd.

Akzo Nobel zelf spreekt voorzichtig over “uitermate boeiende” experimenten en over “leermomenten”. Het concern houdt zijn kruit droog voor de onderhandelingen, die eind maart van start gaan. Dan wordt besloten of de werknemers van Akzo Nobel definitief korter gaan werken.

Vooral voor de Industriebond FNV staat er veel op het spel. Na lange onderhandelingen slaagde de bond er voorjaar 1995 in om voor de werknemers van Akzo Nobel Nederland een 36-urige werkweek binnen te slepen. Daaraan waren wel voorwaarden verbonden: Akzo Nobel wilde eerst anderhalf jaar experimenten uitvoeren, de kortere werkweek moest gecombineerd kunnen worden met flexibele roosters èn de 36-urige werkweek zou worden afgeblazen als uit de experimenten overtuigend zou blijken dat de werkgelegenheid nièt met invoering gediend is. Voor FNV en CNV leek het een gelopen race: de 36-urige werkweek bij Akzo Nobel was binnen. Andere bedrijven zouden vanzelf volgen.

Bijna twee jaar later is dat beeld een stuk minder rooskleurig. Philips weigerde vorig jaar zelfs maar te praten over arbeidsduurverkorting, evenals de werkgevers in de groot- en kleinmetaal. En ook bij Akzo Nobel verliepen de experimenten niet van een leien dakje. FNV-onderhandelaar B. Roodhuizen, die zich van alle vakbonden de grootste voorvechter van de 36 uur had getoond, werd steeds vaker geconfronteerd met boze reacties van leden en ondernemingsraden, die vonden dat de prijs voor de arbeidsduurverkorting (in de vorm van flexibeler roosters en minder loonsverhoging) te hoog dreigde uit te vallen. Nu de evaluatie van adviesbureau Basis en Beleid is afgerond, lijkt de conclusie gerechtvaardigd dat Akzo Nobel tot nu toe de meeste profijt heeft getrokken van de combinatie arbeidsduurverkorting en flexibele werktijden. Bedrijfseconomisch was er, zo meldde de Stuurgroep experimenten gisteren, “een duidelijk gunstig effect op de bedrijfsvoering door onder meer een betere bediening van in-/externe klanten, hogere benuttingsgraad van kapitaalgoederen, minder arbeidstijdverliezen, betere aansluiting van roosterwerktijd bij fluctuaties in de werkstroom”.

Ook de werkgelegenheid heeft baat gehad bij de experimenten. Basis en Beleid schat dat 40 tot 60 procent van de vrijvallende arbeidsuren gebruikt wordt om bestaande werkgelegenheid te behouden of om extra arbeidsplaatsen te creëren. De Industriebonden FNV en CNV zijn hiermee naar eigen zeggen tevreden, al gingen zij er eerder van uit dat de herbezetting hoger zou zijn. VHP-onderhandelaar R. van Baalen is nogal sceptisch over de cijfers: “Het zijn maar gemiddelden. Als een afdeling twee werknemers telt en er komt een derde bij, dan kun je een stijging van 50 procent signaleren. Maar dat zegt niets over het totaal.”

De 2100 werknemers die betrokken waren bij de onderzochte experimenten toonden zich niet onverdeeld gelukkig met hun nieuwe werktijden, zo blijkt uit de evaluatie. Vooral het opgeven van ATV-dagen voor een gemiddeld kortere werkweek “wordt negatief beleefd”. Leidinggevenden bleken inroostering en afstemming met eigen personeel en met andere afdelingen als “moeilijker” te beschouwen. Die negatieve gevoelens zouden nog sterker kunnen worden als de experimenten (die op vrijwillige basis waren) straks vervangen worden door een collectief opgelegde 36-urige werkweek. Voor Akzo-directeur R. de Leij is dat de reden om de resultaten voorzichtig te bekijken: “Op papier kun je een fraai werktijdenschema maken, maar als je de mensen er in moet dúwen, komt er niets van terecht.”