Afrika moet eigen verantwoordelijkheid nemen

Alpha Oumar Konaré, president van Mali en deze week op werkbezoek in Nederland, wordt door waarnemers in en buiten Afrika genoemd als representant van een nieuwe generatie politieke leiders op het continent. “Wij willen dat Afrika de toekomst verdient door zijn eigen werk”, zegt hij in een vraaggesprek in Den Haag.

DEN HAAG, 6 FEBR. “Afrika en democratie gaan niet samen? Daar geloof ik niets van.” Alpha Oumar Konaré, president van het Westafrikaanse land Mali, veert op uit zijn stoel. Hij spreekt, gekleed in een traditionele boubou, gedreven. “Afrikanen zijn mensen. Je kunt niet zeggen dat iets dat elders als een groot principe wordt gehuldigd niet goed zou zijn voor Afrika.”

Alpha OK, zoals de Malinezen hun president plegen te noemen zegt zich thuis te voelen in de opsomming Nelson Mandela (Zuid-Afrika), Yoweri Museveni (Uganda) en Meles Zenawi (Ethiopië), politici die trachten invulling te geven aan democratie met inachtneming van de eigen geschiedenis en cultuur. Konaré: “De realiteit van Afrika vraagt om een aanpassing van democratie.”

“Mijzelf op één lijn stellen met Mandela vind ik te pretentieus”, vindt Konaré. “Maar wat ik met hem gemeen heb, en met de andere leiders die u noemt, is de diepe wens voor een nieuw Afrika. Een Afrika dat zijn eigen verantwoordelijkheid neemt.”

Konaré krijgt alom lof voor zijn eerste ambtstermijn. Mali is, zo zegt een Amerikaanse diplomaat in het tijdschrift Jeune Afrique, een succes story. In zes jaar realiseerde het land een vreedzame overgang van een militaire dictatuur naar een pluralistische democratie, kwam de rebellie van Touareg-stammen in het noorden tot een einde en verdroeg de bevolking een hard economisch beleid dat op macro-economisch niveau vruchtbaar is gebleken. De president laat de lof schijnbaar van zich afglijden. “Ik geloof niet in een père-fondateur. Een staatshoofd is er om een missie te vervullen. Je post doorgeven op het juiste tijdstip maakt daar deel van uit.”

In maart worden in Mali verkiezingen gehouden voor het parlement en voor het presidentschap. De peilingen lijken aan te geven dat uw partij, Adema, sterk zal verliezen terwijl uzelf op winst staat. Wat nu als u tot samenwerking met de oppositie wordt gedwongen? In Niger leidde dit vorig jaar tot een militaire staatsgreep.

“Tussen de leiders die u eerder noemde bestaat een belangrijk verschil. Het Oeganda van Museveni heeft geen pluralistische maar een 'geen-partij' democratie. In Mali hechten we erg aan een pluralistische democratie, we geloven in het idee van afwisseling.”

“Ik denk dat de politieke klasse in Mali intelligent genoeg is om bij een verdeelde uitslag van de verkiezingen concessies te doen om het essentiële, de dynamiek van de democratie, te beschermen. Adema werkt sinds 1992 (het jaar waarin Konaré als president werd gekozen en Adema een absolute meerderheid won, AZ) samen met oppositiepartijen. In elk land bestaan kwesties waarover nationale consensus nodig is. In Mali was dat onder meer de aanpak van de rebellie in het Noorden. Als over dergelijke zaken geen overeenstemming bereikt kan worden, verzwakt de democratie.”

De verkiezingen in 1992 werden gekenmerkt door een erg lage opkomst, ongeveer 25 procent. Wat doet uw regering om de opkomst te verbeteren?

“Het is belangrijk dat de politieke klasse de bevolking mobiliseert. Maar de lage opkomst in 1992 is begrijpelijk. Tot dat jaar kenden de Malinezen helemaal geen verkiezingen. Bovendien kampten wij met een hoog aantal analfabeten onder de bevolking, 75 procent, voor wie de kieslijsten niet duidelijk waren. Tegelijkertijd hadden we een tekort aan stembureaus. Sommige kiezers moesten twintig tot dertig kilometer afleggen om hun stem uit te brengen. Dat kan natuurlijk niet.”

Een onderzoek van het IMF van vorig jaar schetst een somber beeld. Slechts vier Afrikaanse landen, Kenya, Nigeria, Zuid-Afrika en Zaïre, redden het uiteindelijk. De rest zou de vaart der volkeren missen. Wat is het perspectief voor Mali?

“De genoemde landen hebben bijna alle bodemschatten. Wij vechten om te overleven. Elke dag. Het programma van structurele aanpassing heeft ons macro-economisch kader verbeterd. Het dagelijks leven is zwaar. Maar armoede is niet onafwendbaar. We moeten boven de simpele logica van 'demarkt, de markt' uitstijgen. Investeringen in het onderwijs en de gezondheidszorg zijn noodzakelijk. Net als investeringen in de privé-sector. Het geld hiervoor ontbreekt evenwel. De eerste post op onze begroting is het terugbetalen van de buitenlandse schuld.”

In tegenstelling tot collega's uit uw buurlanden hanteert u een mondiaal gericht buitenlands beleid. Welke rol speelt de vroegere koloniale overheerser, Frankrijk, nog?

“Mijn land hecht grote waarde aan volledig gedekoloniseerde verhoudingen, aan wederzijdse belangen die gelijkelijk worden gediend. Wij hebben recht op de internationale betrekkingen die we willen. We onderhouden goede betrekkingen met Frankrijk, net zoals dit land goede banden onderhoudt met de Verenigde Staten en China. Waarom zouden wij dan geen goede verhoudingen mogen hebben met de VS en China.?”

Afrika lijkt zich rond de conflicten in Soedan en het Grote-Merengebied te splitsen in een francofoon en een Angelsaksisch deel Ziet u een dergelijke splitsing?

“Het gebrek aan democratie in veel Afrikaanse landen verklaart de politieke en sociale crisis die hen teistert. Dit is ook het geval bij Zaïre en Soedan. Maar het is waar dat er een valstrik is: de tweedeling van Afrika in een francofoon en een Angelsaksisch deel. Die breuk dient andere belangen dan die van het continent.”

“De indruk van concurrentie tussen de VS en Frankrijk bestaat, geforceerd door Mobutu, de leider van Zaïre. Maar ik ben er van overtuigd dat Afrika deze splitsing kan helen.”

Gelooft nog steeds in Afrikaanse eenheid?

“Fundamenteel. Er is geen andere ontwikkeling mogelijk dan integratie. De problemen die zich voordoen in het gebied rond de Grote Meren worden niet opgelost door Tutsi- of Hutu-staten uit te roepen. Het uitroepen van etnische staten zou een gevaar voor het continent zijn.”

“Mali streeft al drie jaar naar de vorming van een interventiemacht voor die regio, liefst van Afrikaanse afkomst. Ik geloof in een macht die optreedt tegen gewapende groepen en die humanitaire organisaties beschermt. Zonder een dergelijke macht sta je toe dat ook nu weer dagelijks gewapende benden burgers en medewerkers van humanitaire organisaties vermoorden. Het ontbreken van een interventiemacht laat bovendien ruimte voor de komst van honderden huurlingen uit Europa en Zuid-Afrika. Dat leidt tot totale anarchie en uiteindelijk burgeroorlog.”

    • Aernout Zevenbergen