Videokunst worstelt met het beeldscherm

Tentoonstelling: The Second. Time Based Art from the Netherlands. Met o.a. Christiaan Zwanikken, Steina Vasulka, Peter Bogers en A.P. Komen. Stedelijk Museum, Paulus Potterstraat 13, Amsterdam. T/m 9 maart. Catalogus met cd-rom: ƒ 30,-. Ook te bekijken op internet: http://www.montevideo.nl

De vogelbek heeft je in de gaten. Hij schokt even, aarzelt, en begint dan naar je te happen - alsof je een eierraper bent die zijn nest wil leegvreten. Onmiddellijk volgt zijn buurman: ook hij draait zich naar je toe en klappert wild met zijn kaken. Je begint je wat ongemakkelijk te voelen, op dezelfde manier als wanneer een gekooid dier op je afstormt: je weet dat het gevaar al is bezworen, maar het vertoon houdt je op je hoede. De manier waarop Christaan Zwanikken dat gevaar heeft bezworen in zijn installatie Re-animations, te zien op de tentoonstelling The Second, Time Based Art from the Netherlands, is echter wel heel ironisch: de twee vogels worden in toom gehouden door datgene wat ze tot leven heeft gewekt. Want ondanks hun vervaarlijke uiterlijk bestaan de beesten uit niet meer dan een bek met een stuk schedel, de rest van hun 'lichaam' is een ingewikkeld stelsel van draden, sensoren, chips en lange metalen stangen, die als twee hengels in de ruimte bungelen.

De term 'Time Based Art' wordt meestal gebruikt voor video-kunst en dat was ook het uitgangspunt van The Second, samengesteld door video-pionier René Coelho. Op de tentoonstelling in het Stedelijk springt echter iets anders in het oog: de prominente rol die de machines en beeldschermen, de techniek, in de werken spelen. Zwanniken is niet de enige die ingenieuze constructies gebruikt om beelden te tonen of voorwerpen te laten bewegen: op The Second zijn de machines die de kunst aandrijven zelf vaak het onderwerp geworden. Fiona Tan maakte bijvoorbeeld een installatie van vier beeldschermen, bijeen gehouden door een ingewikkeld raderwerk, waarop een vrouw in verschillende fases van een val is gefilmd. Bill Spinhoven bouwde een ingewikkeld ogende filmprojector, die door zacht-groene lampen zo is uitgelicht dat het apparaat zelf meer aandacht trekt dan het filmpje dat wordt getoond.

Zulke beelden roepen associaties op met het werk van Tinguely, de grote machinebouwer die in de jaren zestig en zeventig vele museumzalen vulde met zijn enorme bouwwerken. Zijn machines waren vooral zo amusant omdat ze nutteloos waren: ze zagen er dan wel uit als stoomgemalen of waterverplaatsers maar konden niks - hun werking lag in het vermaak van de toeschouwer. Dat is bij de installaties op The Second slechts ten dele het geval: daar is de enerzijds het middel om projecties of beelden te tonen, anderzijds zijn de projectoren en beeldschermen zo nadrukkelijk aanwezig dat ze die beelden vaak overschaduwen. Het werk op The Second is daarmee exemplarisch voor de nieuwe fase waarin de videokunst sinds enkele jaren is beland: de kunstenaars proberen van het starre beeldscherm af te komen, onderzoeken de grenzen van de videokunst en balanceren op de grens van zelfreflectie en vermaak voor de toeschouwer.

Het apparaat waarmee video-kunstenaars bij uitstek worstelen is het beeldscherm - een lelijke kast en meestal een noodzakelijk kwaad om projecties te kunnen vertonen. Op The Second hebben verschillende kunstenaars intrigerende oplossingen gevonden om die schermen in hun werk te integreren. Peter Borgers bijvoorbeeld, heeft in Retorica twee televisietoestellen opgehangen, schuin boven elkaar. Op de bovenste is een baby te zien, die met een schuin oog naar beneden loert. Daaronder zien we een man die uit zijn ooghoeken naar de baby tuurt. Om de beurt maken ze geluidjes, babygeluidjes van het soort 'broewaah' en 'pffflrrr' en telkens volgt de een de ander en houden ze elkaar met een schuin oog in de gaten. Maar wie volgt er nu wie - wie doet wie na? Ook het werk van Steina Vasulka speelt in op interactie: een vijftal bijna manshoge projectieschermen staan door de donkere zaal verspreid. Er worden watervallen op getoond, of bloeiende bloesems, ruisende wouden. Je kunt er tussen zitten en wegzwijmelen, ware het niet dat er af en toe een manshoge schaduw over de idylle wordt geworpen: een passerende toeschouwer die in het licht van de projectoren gaat staan en een onderdeel van het werk is geworden.

Veel van het werk op The Second mag dan 'kunst over kunst' lijken - je wordt er als toeschouwer ook veel actiever bij betrokken dan bij 'traditionele' kunst. Het is dan ook een goede vondst van de organisatoren om The Second te openen met I / Eye van Bill Spinhoven, een van de mooiste 'openbare kunstwerken' in Amsterdam. Het is een video van een oog, een woedend oog, dat dreigend om zich heen kijkt en als een bewakingscamera alles in de gaten lijkt te houden. Het ziet er zelfs zo levensecht uit dat je als toeschouwer, net als bij Zwanikken, op je hoede raakt, en het duurt dan ook even voordat je beseft dat het oog van Spinhoven niet kíjkt en al helemaal niets ziet - een machteloos doelwit voor de blikken van de toeschouwer.