Verzet tegen plan nieuwe stortplaats afval

DEN HAAG, 5 FEBR. “Het lijkt hier wel een postdoctorale cursus ontwerpen van stortplaatsen.” Mr. N. Koeman, de Amsterdamse advocaat van de afvalverwerker Weber B.V., toonde zich verbaasd over het grote aantal ingenieurs dat gisteren de zaal van de Raad van State bevolkte. De bestuursrechter boog zich voor de vierde keer over het plan van Weber B.V. voor een nieuwe afvalstortplaats in de Kloosterpolder bij Nieuwegein.

Weber wil voor tachtig miljoen gulden in de Kloosterpolder een stortplaats voor bouw- en sloopafval aanleggen ter grootte van 32 hectare en dertig meter hoog. Bewoners en tuinders betwisten de aanleg van de stort, maar ook de Watertransportmaatschappij Rijn-Kennemerland verzet zich ertegen. Dit bedrijf put in de omgeving water uit grond en uit het Lekkanaal voor zo'n 2,5 miljoen inwoners van Noord-Holland.

De zitting bij de Raad van State komt een week nadat de Vereniging van Afvalverwerkers (VVAV) heeft aangekondigd dat het aantal stortplaatsen in Nederland bijna kan worden gehalveerd wegens het geringe aanbod. In de discussie rond Weber heeft dat geen rol gespeeld, omdat deze bodemprocedure bij de Raad van State gaat over de vergunning die de provincie Utrecht al in januari 1995 aan Weber B.V. verstrekte.

Het gevecht om de Kloosterpolder is waarschijnlijk het laatste stortvraagstuk voor de Raad van State, vermoedt N. Salm, directeur van de Stichtse Milieu Federatie, die gisteren tijdens de zitting optrad. “De laatste tien jaar wordt er serieus beleid gevoerd: storten is nu de laatste in plaats van de eerste stap geworden. Er wordt nu ook meer onderzoek gedaan. De laatste affaires betreffen oude stortplaatsen die op verkeerde plaatsen zijn gelegd.”

De Kloosterpolder werd door de provincie Utrecht al in 1986 in het streekplan opgenomen als mogelijke stortplaats. De gemeente Nieuwegein wilde de toenmalige stortplaats de 'Put van Weber' voor recreatie benutten en wilde andere mogelijke locaties voor woningbouw reserveren. De Put van Weber is inmiddels een recreatieplas, maar is nu ook omstreden, omdat er allerlei vuil is gevonden. De provincie is nu verwikkeld in een pijnlijk zelfonderzoek naar haar controle.

In 1989 gingen provincie, gemeente en afvalverwerker Weber een inspanningsverplichting aan om een vuilstort in de Kloosterpolder te realiseren. “Zonder dit contract was het nooit zo ver gekomen”, betoogde mr. F. Otten namens bewoners en tuinders. Hij vertegenwoordigde ook een concurrerende afvalwerker, Smink uit Amersfoort, die beroep had aangetekend. Volgens de bewoners en tuinders is de bodem van de Kloosterpolder niet geschikt voor een zware vuilstort. De veen-kleilaag, doorkruist door sloten, zou te veel gevaar voor verzakking opleveren, waardoor afvallekkages toch het grondwater zouden kunnen bereiken.

Ook de adviseur van de Raad van State Y. Flietstra liet weten te betwijfelen of de Kloosterpolder geschikt is, omdat de polder een “zeer zettingsgevoelige bodem” heeft, waar “een nieuwe stortplaats dient te worden vermeden.” Maar de provincie had gezien het contract met de gemeente volgens Flietstra “niets anders kunnen beslissen”.