Slobodan Miloševic is nog altijd bankier

ROTTERDAM, 5 FEBR. Zevenenzeventig dagen heeft Slobodan Miloševic het been stijfgehouden. Al die tijd is centraal-Belgrado elke dag urenlang geblokkeerd geweest door tienduizenden, en soms honderdduizenden critici die hem en zijn bewind dag in, dag uit te kijk hebben gezet als repressief, ondemocratisch, ongeloofwaardig, autoritair en ouderwets-communistisch.

Zevenenzeventig dagen - dat is vijf, zes keer zo lang als de machthebbers in Oost-Berlijn, Praag en Sofia het anno 1989 volhielden voor ze weken en hun communistische almacht inleverden.

Waarom Miloševic na 77 dagen alsnog heeft ingebonden is een raadsel waarvan voorlopig alleen hijzelf het antwoord weet. Waarschijnlijk speelt een combinatie van factoren een rol.

Veel waarnemers zijn er steeds van uitgegaan dat de koele rekenaar Miloševic uiteindelijk zou inbinden als de meeste of al zijn vrienden van hem zouden zijn weggelopen. Die vrienden zíjn weggelopen: eerst het Westen, dat hem in eerste instantie als garantie van de Bosnische vrede beschouwde en hem graag de hand boven het hoofd zou hebben gehouden, ware het niet dat het door de dagelijkse betogingen van de electoraal bestolen democraten van Belgrado alras werd gedwongen hem officieel te zien zoals die democraten hem zien: als een anti-democraat.

Daarna volgden Miloševic' binnenlandse vrienden: zijn minister van informatie trad af; zijn partner in de Joegoslavische federatie, Montenegro, liet hem vallen; de coalitiepartner van zijn socialisten, Nieuwe Democratie, liet hem in de steek; de Schrijversbond volgde; het leger keerde zich van hem af, 52 leden van de Academie van Wetenschappen, de Bosnische Serviërs, de burgemeester van Belgrado, uiteindelijk zelfs de orthodoxe kerk en de president van Joegoslavië: een imposante reeks, die na het politiegeweld van zondag werd gecompleteerd door zijn enige buitenlandse vrienden, Rusland en Griekenland. Miloševic restten uiteindelijk alleen zijn partij, zijn oproerpolitie en de gecontroleerde media: te weinig.

Een andere factor: Miloševic stond onder tijdsdruk. Volgens de wet hebben de leden van de Belgradose gemeenteraad geen mandaat meer: uiterlijk gisteren had de nieuwe gemeenteraad moeten aantreden. Miloševic moest dus op korte termijn beslissen of hij de op 17 november gekozen, door de oppositiecoalitie Zajedno beheerste raad zou laten aantreden of de frauduleus gekozen en door zijn socialisten gedomineerde raad.

Een derde factor, en niet de minst belangrijke, is de schade die het voortdurende protest hem en Servië toebracht. De politieke schade is niet te overzien: nooit eerder is de keizer zo naakt geweest als nu, nooit eerder heeft Slobodan Miloševic zo te kijk gestaan als machtsbeluste anti-democraat als de afgelopen 77 dagen. Het is voor deskundigen (en de Servische oppositie) geen nieuw imago. Maar voor het Westen, dat hem de afgelopen jaren vooral als factor in het Bosnische vredesproces heeft gezien, is het wel nieuw. Het is een imago waarvan Slobodan Miloševic zich niet meer zal kunnen bevrijden. Zijn persoonlijke geloofwaardigheid is volledig weggespoeld.

Er is ook economische schade. Miloševic heeft lang het been stijfgehouden in de wetenschap dat het Westen hem niet met het soort sancties zal treffen die Servië tijdens de Bosnische oorlog hebben geruïneerd: de oppositiecoalitie Zajedno was tegen sancties omdat die eerder de burgers treffen dan het regime. Toch heeft Servië economisch averij opgelopen door Miloševic' hardnekkigheid. Er zijn wel degelijk onofficiële sancties genomen, in de handelssfeer, die het land veel geld hebben gekost. Potentiële investeerders hebben het laten afweten: ook dat heeft het land vele miljoenen dollars gekost. De Britse bankgroep NatWest heeft Joegoslaviës portefeuille laten vallen: nog een zware klap.

Slobodan Miloševic was ooit bankier. Dat is hij nog, in zijn hart - een kille opportunistische rekenmeester. Hij heeft de verlies- en winstrekening opgemaakt en eieren voor zijn geld gekozen, en hij is gezwicht: Zajedno wint.

De vraag of dit het begin van het eind van Slobodan Miloševic is, werd gisteren op het NOS-journaal door een woordvoerder van de oppositionele Democratische Partij volmondig met ja beantwoord. Op het eerste gezicht lijkt dat plausibel. Miloševic' nederlaag is immers de eerste zware politieke nederlaag in eigen land sinds hij tien jaar geleden aan de macht kwam. Bovendien willen geruchten dat hij onroerend goed koopt in Griekenland, een kennelijke voorbereiding op een naderend pensioen.

Maar toch - Miloševic is down, maar niet out. De uitlating van die woordvoerder doet denken aan wat tien jaar geleden, toen Miloševic pas kort aan het bewind was maar inmiddels al fors gezuiverd had in de partijtop, het gemeentebestuur van Belgrado en de media, prominente Servische opposanten - onder wie Zajedno-leider Zoran Djindjic - tegen deze redacteur zeiden: Miloševic zal spoedig vallen. Om een van hen te citeren: “Hij is als de man die van de tiende verdieping springt, en ter hoogte van de derde verdieping zegt: so far, so good.”

Nu, tien jaar later, zit Miloševic nog steeds in het zadel, hij is nog altijd de slimste politicus van de Balkan, en hij heeft - wat wel eens wordt vergeten in 77 dagen van commotie - vorig jaar wel degelijk een meerderheid bij de parlementsverkiezingen behaald. Zelfs de lokale verkiezingen won hij: Zajedno won de grote steden, maar Miloševic het platteland, 134 van de 174 gemeenten.

Zajedno en de studenten willen verder protesteren: niet al hun eisen zijn ingewilligd. Maar het is vermoedelijk niet Zajedno dat de sleutel in handen heeft van Miloševic' politieke overleven. Het is eerder Montenegro, dat dankzij Miloševic jarenlang door dezelfde sancties en hetzelfde wantrouwen is getroffen als Servië. Alleen met medewerking van Montenegro kan Miloševic komende zomer worden wat hij graag wil worden als zijn termijn als president van Servië afloopt: president of premier van de Joegoslavische federatie. Maar in Montenegro is men nu even héél erg op Slobodan Miloševic uitgekeken.