Plan voor uitsluiten 'zuiden' bij EMU

BRUSSEL, 5 FEBR. Vanuit Duitsland en Nederland wordt toenemende druk uitgeoefend om de zuidelijke lidstaten van de Europese Unie niet als eerste deelnemers aan de Economische en Monetaire Unie (EMU) toe te laten. Zowel politici als bankiers vrezen dat als Italië, Spanje en Portugal met ingang van 1 januari 1999 aan de EMU deelnemen, dit de positie van de gemeenschappelijke munt, de euro, kan verzwakken.

Volgens de Financial Times van vanmorgen zijn vertegenwoordigers van Europese centrale banken en monetaire specialisten een plan aan het ontwerpen dat het voor Italië bij voorbaat aanvaardbaar moet maken dat het niet tot de eerste deelnemers aan de EMU behoort. Met zo'n compromis zou de in Nederland en Duitsland als dreiging ervaren mogelijkheid dat Italië, met in het kielzog Spanje en Portugal, bij de landen van het eerste uur zit, kunnen worden afgewend. Italië, en mogelijk Spanje en Portugal, zou dan de zekerheid moeten krijgen dat het binnen een tot anderhalf jaar na de start van de EMU ook kan toetreden - in ieder geval voordat in 2002 in Europa de euro betaalmiddel wordt. Het plan zou het mogelijk moeten maken in Duitsland te zeggen dat Italië niet tot de eerste deelnemers aan de EMU behoort en Italië de kans moeten bieden te zeggen dat het toch min of meer vanaf 1 januari 1999 aan de EMU meedoet.

In het Verdrag van Maastricht is vastgelegd aan welke normen moet worden voldaan om aan de EMU deel te nemen. De ministers van Financiën moeten volgend voorjaar op grond van de financiële resultaten van de lidstaten van de EU vaststellen welke landen zich voor de EMU hebben gekwalificeerd en welke niet. Lidstaten kunnen niet worden uitgesloten.

Maar ondanks de exacte EMU-normen blijft er onrust over politieke overwegingen die ten slotte een rol zullen spelen bij de bepaling welke landen als eerste de euro kunnen invoeren. Onzeker is of de ministers van Financiën op grond van de verdragsnormen eensgezind zullen vaststellen welke lidstaat tot moet wachten totdat inspanningen om de begroting aan te passen tot betere resultaten hebben geleid.

De Nederlandse minister Zalm sprak tot ergernis van de zuidelijke lidstaten onlangs over de 'hysterie' waarmee landen poogden nog dit jaar aan de financiële eisen van de EMU te voldoen. Een lid van de raad van bestuur van de Deutsche Bank, Cartelleri, waarschuwde vorige week tegen deelname van Italië aan de EMU vanaf de start, omdat de monetaire unie daardoor het vertrouwen van de financiële markten zou verliezen. Hij sprak over 'een tijdbom' voor de EMU. Daarbij kreeg hij steun van de voorzitter van het Institut für Weltwirtschaft in Kiel, Siebert. Deze zei dat als de EMU niet ten noorden van de Alpen zou stoppen, dit zeer slecht zou zijn voor de hardheid van de euro. Vice-president Gaddum van de Bundesbank waarschuwde tegen compromissen bij de bepaling welke landen vanaf 1999 aan de EMU kunnen meedoen.

Vooral voor Italië is deelname aan de EMU niet alleen een monetaire kwestie, maar ook een erezaak. Italië behoort tot de grondleggers van de Europese Unie en wil niet op een tweede rang terechtkomen. De regering van premier Prodi spant zich daarom in om de Italiaanse financiën zo te saneren dat de cijfers dit jaar in ieder geval in de richting van de EMU-normen gaan. Tegelijkertijd werkt de Italiaanse diplomatie aan de verwerving van de absolute garantie dat, mocht Italië niet tot de eerste deelnemers aan de EMU behoren, het niet het risico loopt te worden geconfronteerd met nieuwe barrières voor landen die later willen toetreden.

Dat is een belangrijke reden geweest voor Italië om bij de onderhandelingen over herziening van het Verdrag van Maastricht met een eigen voorstel te komen over flexibiliteit. Het voorgestelde systeem moet het mogelijk maken dat sommige lidstaten van de Europese Unie op bepaalde gebieden sneller integreren dan andere. Volgens Italiaanse diplomaten heeft de weigering van Nederland - de huidige voorzitter van de EU - zich bij dit voorstel aan te sluiten in Rome nog meer ergernis gewekt dan de uitspraak van Zalm over 'hysterie'.

Op de financiële markten reageerden de lire en de peseta vanmorgen met koersdalingen ten opzichte van de mark op het nieuws over het plan om Italië, en mogelijk ook Spanje en Portugal, te weerhouden van snelle deelname aan de EMU, in ruil voor garanties voor toetreding op termijn. Ook Italiaanse en Spaanse obligaties daalden in koers, waardoor het renteverschil met Duitsland opliep. Nadat Italië had laten weten niet akkoord te zullen gaan met zo'n plan, liep de koers van de lire weer op van 992,50 lire per mark naar het niveau van 988 lire van gisteren.

    • Ben van der Velden