Overeenstemming over bevoegdheden Europese politie nog altijd ver weg; 'Europol is geen tandeloos apparaat'

Na jaren praten bestaat het politiële instituut Europol officieel nog steeds niet. En dat terwijl misdaadbestrijding volgens de Kohls en Chiracs bij uitstek het thema is dat Europa dichter bij de burger kan brengen. Vandaag praten EU-vakministers er in Noordwijk voor de zoveelste keer over. Opnieuw liggen geen spijkers met koppen klaar. Topman Jürgen Storbeck van Europol over geldgebrek en moeizame samenwerking.

DEN HAAG, 5 FEBR. Eind vorig jaar brachten twee Italianen vijftig kilo cocaïne vanuit Brazilië met een in Gibraltar geregistreerd jacht naar een Portugese haven. Een Spanjaard uit hun organisatie bracht een lading cocaïne via Frankrijk naar Duitsland. Arrestatieteams uit zes EU-landen hielden een aantal Duitsers, de Italianen en een Spanjaard uit het netwerk in één gecoördineerde actie aan. De chef van de organisatie werd opgepakt in Madrid.

Europol werkt op volle toeren. Althans, dat is het beeld dat een recente Europol-folder oproept. Boodschap: Het instituut is geen vleugellam, tandeloos apparaat. Deze kwalificatie, vaste prik in de media, strookt niet met de werkelijkheid, zegt de Duitse Europol-topman Jürgen Storbeck (50).

Terwijl de Europese vakministers zich vanochtend in Noordwijk verzamelen voor zoveelste vergadering over de status van Europol, lijkt twintig kilometer verderop plotseling de zon doorgebroken boven de sombere, zwaar beveiligde Europol-vesting aan de Haagse Raamweg. “Ik ben begonnen mee te werken aan Schengen. Daarvoor hadden we tien jaar nodig. Tot nu toe is er nog bij geen enkele politie-instantie zo'n snelle ontwikkeling te zien geweest als bij Europol”, zegt Storbeck, opgewekt.

Europol moest een antwoord zijn op de steeds verder oprukkende internationale, georganiseerde criminaliteit, zei toenmalig minister van Justitie Hirsch Ballin begin 1994 bij de opening van het Europolgebouw, het voormalige pand van de Centrale Recherche Informatiedienst (CRI). Drie jaar later bakkeleien de lidstaten van de Europese Unie nog steeds over de taakomschrijving en de bevoegdheden van Europol. Ook de vraag welke gegevens de politiekorpsen van de EU-lidstaten mogen uitwisselen is nog niet beantwoord.

Vaak wordt het een grote complicatie genoemd dat het Verenigd Koninkrijk er mordicus tegen is om het Europese Hof de finale bevoegdheid te laten bij geschillen tussen burgers en Europol. Maar volgens Storbeck is dat nauwelijks een probleem voor zijn dienst. Het Hof speelt een rol voor veertien landen, Groot-Brittannië doet daar niet mee en dat is door de andere EU-staten geaccepteerd. Het Hof treedt eventueel pas op aan het einde van een lange voorafgaande rechtsstrijd, de normale burger kan voor die tijd al bij de rechter in zijn eigen land een vonnis afdwingen, eventueel tot in de hoogste nationale instantie doorprocederen.

“Ik reken op maximaal één à twee gevallen per jaar waarin het Hof wordt ingeschakeld voor een kwestie die het werk van Europol betreft. Dat speelt voor ons nauwelijks een rol. Engeland is bovendien na Duitsland onze belangrijkste klant, de Engelsen werken volledig mee, zowel met mensen hier als met hun nationale diensten. ”

Ondertussen functioneert Europols kwartiermaker, de Europese Drugseenheid (EDU) al met succes, meent Storbeck: “We hebben in het eerste half jaar gewerkt aan 150 zaken, in het tweede 450, nu hebben we meer dan 2.000 zaken. Daaruit blijkt dat men ons vertrouwt en accepteert.”

Europol (nu 117 medewerkers) heeft weliswaar nog geen officiële status maar het aantal criminaliteitsterreinen waarop het informatie mag uitwisselen is sterk uitgebreid. Over bestrijding van drugscriminaliteit werd de EU het snel eens. Later kwamen daar autodiefstallen, mensensmokkel, nucleaire smokkel en, recent nog, naar aanleiding van de Belgische zaak-Dutroux, seksuele misdrijven bij.

In de alledaagse praktijk is Europol een kantoor waar de politiekorpsen van vijftien landen gegevens bewaren over criminelen en hun netwerken. Hoewel algemene analyses en dreigingsbeelden van criminaliteit tot het werk behoren komt Europol voornamelijk in actie als een specifiek korps van een EU-lidstaat om informatie over een persoon of criminele organisatie vraagt. De koppeling van de vijftien bestanden, waarmee Europol eigen opsporingsonderzoeken zou kunnen initiëren, is onder de huidige status niet mogelijk.

U hebt de expertise, zou Europol niet vaker zelf initiatieven moeten nemen?

“Wij zijn een instelling die samenwerkt met de lidstaten, die onze klanten zijn. Het is als met een bedrijf. Je kunt niet produceren zonder rekening te houden met je markt. We kennen nu, en dat is voor het eerst, nationaal én internationaal samenwerking van douane, politie en gendarmerie. In België was drie jaar geleden samenwerking van gendarmerie en recherche in een gemeenschappelijke dienst bijna onmogelijk. Nu hebben ze daar parallel, juist omdat Europol bestaat, op nationaal niveau gereorganiseerd. In dit gebouw zitten vertegenwoordigers van diensten die altijd vijandig tegenover elkaar stonden en gedeeltelijk nog staan maar in het kader van Europol samenwerken.”

U klinkt als een tevreden mens.

“Een probleem blijft dat ik te weinig analytici heb, namelijk maar 7, terwijl ik er 50 nodig heb. Goed, dat zal nog zeker 2, 3 jaar duren, want die zijn op de markt niet te krijgen, daarover klaagt iedereen. En we zitten echt krap in onze financiële middelen.”

Maar uw budget is de afgelopen jaren toch mooi gestegen, van 4,99 miljoen ecu in 1996 tot 5,6 miljoen dit jaar, terwijl uw 37 liaison-mensen apart door de lidstaten worden betaald?

“In absolute getallen wel. Maar u moet bedenken dat deze dienst net wordt opgebouwd, in het eerste jaar (1994) hadden we tien mensen, het moeten er uiteindelijk 300 worden. We behoren tot de goedkoopste Europese instellingen. Ons budget is qua omvang te vergelijken met dat van het drugsobservatiecentrum in Lissabon, alleen heeft dat 20 medewerkers en wij zesmaal zoveel.”

Wat hoopt u dan over twee à drie jaar extra te hebben en te mogen doen in vergelijking met vandaag?

“We zullen dan een volledig functionerend computerbestand met een centrale computer met informatie- en analysesysteem voor de EU hebben. We hebben dan een geratificeerde Europol-conventie die ons juridische zelfstandigheid geeft, onze controle-organen en een commissie voor privacybewaking. De parlementaire controle zal bij de nationale parlementen berusten, niet bij het Europarlement. We zullen zo'n 200 tot 300 medewerkers hebben, van wie circa 100 onderzoekers, die wil ik absoluut hebben. Dan zullen we nieuwe werkterreinen hebben voor de criminaliteitsbestrijding, welke moet worden afgewacht. Maar het terrorisme gaan we krijgen, of we willen of niet.”

Na de ratificatie van de Europol-conventie moet een nieuwe directeur worden benoemd. Of ik daarvoor beschikbaar ben? Ja, maar dat hangt van mijn land af. En van de vraag hoe stevig hier is bezuinigd.''

Maar de criminaliteitsbestrijding was toch zo belangrijk in de EU, ook om Europa dichter bij de burgers te brengen?

“We zullen hier geen EU-salarissen krijgen, we moeten met de salarissen streven naar een goedkope oplossing. Men probeert ons op 70 procent van de EU-salarissen te brengen. Nu, bezuinigingen willen we wel, maar zóveel zou niet aanvaardbaar zijn. Dan zie ik trouwens veel buitenlandse medewerkers weer vertrekken.”