Oerwoud valt in 'snippers' uiteen

BILTHOVEN, 5 FEBR. Binnen 20 jaar zal het Afrikaanse oerwoud plaats hebben gemaakt voor een losse verzameling kleine en grote bossen. In Bangladesh en Birma zullen de laatste resten tropisch regenwoud in 2015 geheel in cultuurgrond zijn omgezet. India, dat nauwelijks nog bos heeft, verliest zijn laatste savannen aan de landbouw. Anderzijds zal door braaklegging van landbouwgrond het areaal natuur in de VS en Europa groeien.

Dat is de uitkomst van een verkenning die het Nederlandse Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM in opdracht van de VN-milieuorganisatie UNEP heeft gemaakt. De verkenning is opgenomen in de 'Global Environment Outlook', de eerste mondiale milieuverkenning die vorige week in Nairobi uitkwam en vanmiddag in Bilthoven is gepresenteerd. Het rapport roept op tot onmiddellijke, mondiale samenwerking op het gebied van energievoorziening, milieuvriendelijke techologie, drinkwaterbeheer en informatievoorziening.

In drie afzonderlijke hoofdstukken schetst het rapport de huidige toestand van het milieu op aarde (voor de gelegenheid verdeeld in zeven grote regio's), de inrichting van het milieubeleid in de diverse gebieden en de te verwachten ontwikkelingen op middellange en lange termijn. Het begrip milieu is ruim genomen; voedsel- en drinkwatervoorziening en zelfs gezondheid krijgen veel aandacht.

Pessimisme overheerst. De ontwikkelingen in de richting van een duurzame toekomst gaan zo langzaam dat de kloof tussen de geleverde en noodzakelijk inspanning steeds groter wordt. Mondiaal gezien gaat de toestand van natuur en milieu, onder stijgende druk van bevolkingsaanwas en economische groei, gestaag achteruit. Er zijn veel goede voornemens, maar het schort aan concrete actie. Duurzame bronnen als land, bos, zoet water, zeevis en schone lucht worden sneller verbruikt dan de natuur ze kan aanvullen. De uitstoot van broeikasgassen gaat door. Natuurgebieden worden verdrongen door landbouw en uitbreidende steden. In de ontwikkelingslanden liep het bosareaal tussen 1980 en 1990 met acht procent terug. Een deel van het milieurapport bestaat uit de verwerking van materiaal dat al eerder beschikbaar kwam, dikwijks via andere VN-organisaties, zoals die voor voedselvoorziening (FAO), gezondheid (WHO) en meteorologie (WMO). De middellange- en lange-termijnverkenning is speciaal door het RIVM voor de UNEP opgesteld. RIVM-onderzoeker ir. F. Langeweg onderstreept dat de verkenning geen profetie is maar de uitkomst van een 'conventioneel' scenario dat uitgaat van ongewijzigd beleid: van business-as-usual.

Pag.4: Geen mondiaal voedselprobleem voorzien

Scenario's waarin wordt uitgegaan van ingrijpende politieke of economische veranderingen of technologische doorbraken leiden tot andere uitkomsten.

Het RIVM-model becijferde de waarschijnlijke effecten van klimaatverandering en optredende verzuring, veranderd landgebruik en te verwachten aantasting van de natuurlijke habitats (vroeger vaak 'biotopen' genoemd). De beschouwing over veranderd landgebruik gaat vooral in op de voedselvoorziening. Anders dan het Worldwatch Institute van Lester Brown verwacht UNEP op mondiaal niveau geen acute problemen. Nu al wordt in principe voldoende voedsel geproduceerd voor de hele wereldbevolking, al komt het niet overal op de juiste plaats beschikbaar en zijn steeds meer mensen te arm om het te kunnen kopen. Meer dan 1,1 miljard mensen leeft van minder dan één dollar per dag. Verwacht wordt dat de voedselproduktie sneller zal stijgen dan de wereldbevolking maar dat de zelfvoorzieningsgraad van grote gebieden in Afrika en West-Azië zal afnemen. Voedselimporten zullen daar uit niet-agrarische activiteiten moeten worden betaald. Zorgwekkende trends zijn de klimaatverandering, de teruglopende kwaliteit van de landbouwgrond, het afvlakkend effect van kunstmest en de gesignaleerde verschuiving in het humane dieet naar meer vleesconsumptie.

In Midden- en Zuid-Amerika zal de stijgende landbouwopbrengst naar verwachting vooral komen van intensievere teeltmethoden. In combinatie met de relatief bescheiden populatiedruk verklaart dat waarom het tropisch regenwoud er minder gevaar loopt dan wel wordt beweerd. In gebieden als Afrika zal de extra voedselproduktie vooral komen van uitbreiding van het landbouwareaal dat in 2015 met 55 procent ten opzichte van 1990 zal zijn toegenomen. Landbouwgrond zal er op den duur bijna alle bossen en savannen vervangen. Bestaat nu nog 70 procent van het Afrikaanse grondoppervlak uit natuur (inclusief woestijnen), in 2015 zal dat nog maar 55 procent zijn. (In een land als Nederland is dat overigens al sinds lang maar ongeveer 20 procent.) In de regio Europa-Rusland zal, vooral dankzij de onafzienbare Siberische toendra's en bossen, de hoeveelheid natuur tot 2015 redelijk op peil blijven. Gezien de geringe bevolkingsgroei zijn luchtvervuiling en klimaatverandering er de grootste bedreigingen.

De toon van het VN-milieurapport is optimistisch waar het de gesignaleerde 'beleidsruimte' betreft. Bij wijze van eerste verkenning heeft het RIVM in een afzonderlijke studie onderzocht hoe een aantal afwijkingen van zijn conventionele scenario zouden doorwerken. Volgens het RIVM zijn de effecten zo groot dat vast staat dat met verstandig beleid veel schade is te voorkomen.