Luchtvaartstrategie van VS nadert bekroning

ROTTERDAM, 5 FEBR. Het Amerikaans-Britse overleg over een nieuw liberaal luchtvaartverdrag is deze week in Washington z'n zoveelste ronde ingegaan en is volgens ingewijden op een oor na gevild. Zo'n 'open skies deal' is voor Washington een absolute voorwaarde om in te stemmen met de omstreden alliantieplannen van de luchtvaartgiganten British Airways (BA) en American Airlines (AA). Ook pas dan wil de Amerikaanse regering deze alliantie de felbegeerde 'anti trust' immuniteit voor transatlantische vluchten geven die het de beide airlines mogelijk maakt hun tarieven gelijk te schakelen.

Vervolgens zullen in Washington, Londen en Brussel nog wat regulatoire knopen moeten worden doorgehakt om het megaverbond - qua omzet drie keer zo groot als de alliantie KLM-Northwest Airlines - gestalte te geven. Dat vraagt vermoedelijk nog enkele maanden, zodat BA en AA de volledige start van hun alliantie vrijwel zeker moeten uitstellen van 1 april tot 1 oktober aanstaande.

Hoe dan ook, een Amerikaans-Brits 'open skies' akkoord zal de voorlopige bekroning betekenen van een mondiale strategie van de luchtvaartgrootmacht Amerika. Die besloot vijftien jaar geleden op eigen erf al tot een radicale deregulering van de burgerluchtvaart in de hoop er een produktiever en expansiever bedrijfstak van te maken. Dat markeerde het begin van een 'bloedige' periode waarin vele nieuwelingen de strijd aanbonden met de gevestigde airlines.

De overlevende maatschappijen waren begin jaren negentig qua efficiency en produktiviteit inderdaad wereldleiders geworden en popelden om hun krachten te meten met de overzeese concurrentie. Als eerste kwam Europa in beeld. Daar regelden de politici zo graag wie en wat er over hun hoofden vloog dat de luchtvaart er een straf gereguleerde sector was geworden met weinig meer dan nominale concurrentiemogelijkheden. Vandaar dat Washington een ingenieuze strategie bedacht om die verstopte Europese markt open te breken.

Als speerpunt daarbij mocht zo'n vier jaar geleden verkeersminister Maij-Weggen fungeren. Al sprak zij destijds zelf bij voorkeur over “een geweldig succes van de Nederlandse luchtvaart”. Wat was het geval? De Amerikanen boden de verbaasde Nederlanders in feite ongevraagd een zeer genereus en liberaal luchtvaartverdrag aan dat een einde zou maken aan alle restricties op aantallen vluchten tussen de VS en Nederland.

De wederzijdse airlines, onze KLM en een heel peleton Amerikaanse maatschappijen, zouden naar elke bestemming in het andere land mogen vliegen en vandaar weer mogen doorvliegen naar derde landen. De voordelen voor de KLM in de grote VS waren natuurlijk spectaculair. Omgekeerd konden de Amerikaanse airlines niet echt wakker liggen van de optie om voortaan ook Beek of Eelde te mogen aandoen. Vanwaar dan die Amerikaanse generositeit?

Door het gereguleerde Europa eerst met kleine stukjes - te beginnen Nederland - open te breken, hoopten de Amerikanen geleidelijk ook grotere Europese landen, waar voor hen wel degelijk voordeel valt te behalen, stormrijp te maken voor hun 'open skies'. Dus bezweken na Nederland in straf tempo nog een tiental kleinere Europese landen voor de luchtvaartverleidingen van de Amerikanen. Die bereikten zodoende voldoende 'kritische Europese massa' om vorig jaar juni ook Duitsland over de streep te trekken.

De Europese Commissie deed toen nog een poging om al dat 'open skies' overleg naar een centraal-Europees niveau te tillen en te annexeren om er zo meer uit te halen. Want door met alle Europese landen afzonderlijk verdragen te sluiten, krijgen de Amerikaanse airlines wèl de kans om binnen Europa tal van verbindingen te gaan onderhouden, terwijl hetzelfde niet is weggelegd voor Europese maatschappijen in de VS. Deze Euro-interventie was vergeefs.

Waarna Europa's voornaamste luchtvaartmarkt, de Britse, onder Amerikaanse druk raakte. Door hun goedkeuring voor de door British Airways felbegeerde alliantie met American Airlines aan een Amerikaans-Brits 'open skies' akkoord te koppelen, wist Washington de Britten verder onder druk te zetten. Vrijwel zeker met succes naar weldra zal blijken. Waarna de Fransen met vertoon van gekneusde grandeur vrijwel zeker zullen volgen. Als laatsten.

Intussen maken de Amerikanen zich op om na Europa met exact dezelfde middelen de expansieve maar zeer gereguleerde Aziatische luchtvaartmarkten open te breken. Vorige week werd een delegatie van de stadstaat Singapore naar Washington uitgenodigd om hetzelfde elfpuntige 'open skies' akkoord te bespreken, waarmee eerder mevrouw Maij-Weggen en overig Europa werden ingepalmd. De komende twee maanden worden Maleisië, Taiwan en Brunei eveneens naar de VS genood en ook Nieuw-Zeeland en Zuid-Korea kregen al Amerikaanse verzoeken binnen om te gaan nadenken. Ze staan te trappelen van ongeduld.

Dat is minder het geval met landen als China, Australië en Thailand. Ronduit afwijzend tonen zich de Japanners. “Het idee van open skies leidt tot de regelrechtse dominantie van de internationale markten door Amerikaanse mega-carriers”, sprak tweede man Jiro Hanyu van het Japanse ministerie van transport onlangs.

In een later deze maand te verschijnen rapport van de Organisatie van Economische Samenwerking en Ontwikkeling, dat de lof van luchtvaartliberalisering bezingt, hebben de Japanse transportbureaucraten zelfs een uniek aanhangsel laten hechten met de observatie: “De conclusies van deze studie zijn niet gebaseerd op de realiteit van de hedendaagse luchtvaart maar op onbegrip.” Zoiets kwam in de geschiedenis van deze rijke landenclub nog niet eerder voor.

Volgens het huidige Amerikaans-Japanse luchtvaartverdrag, dat uit 1952 dateert en waarop de oorlogsoverwinnaars uiteraard hun stempel konden drukken, hebben Amerikaanse maatschappijen als United en Northwest dominante belangen op de routes tussen Japan en de VS. Dat de Japanners zich nu afkerig tonen van het verlenen naar doorvliegrechten aan deze airlines vanuit Japan naar andere Aziatische landen, grieft Washington zeer. Maar toen in het Amerikaanse Congres onlangs met boycotmaatregelen werd gedreigd, reageerde een zegsman van het ministerie van transport in Tokio droog: “Dat zou vooral United en Northwest schaden, dus zijn we daar niet bang voor.”