KUGEL IN DE PEREN (2 )

Niets is lastiger dan 'opkoken' tegen iemands dierbare herinnering aan een bepaald gerecht. Nu buurvouw ook mijn tweede perenkugel min of meer had afgekeurd (zie 1 februari), vertelde ze mij ter enthousiasmering dat ze vroeger haar eigen perenkugel wel vijf uur lang liet sudderen op een petroleumstelletje terwijl ze rustig boodschappen deed in de stad.

En er moest veel, heel veel perenkookvocht op het deeg zodat de kugel een beetje plakkerig bleek, zo hoort dat. Toen het stoofperenzeizoen weer aanbrak, moest het er toch van komen. De vingerwijzingen van de buurvrouw nog vers in het geheugen, stopte ik een dubbele hoeveelheid amandelen, rozijnen en gember in het deeg, voegde lekker veel perenvocht toe en liet de kugel heel lang in de oven bij een veel lagere temperatuur. Het resultaat was een kledderige massa, dat ik buurvrouw moeilijk kon aanbieden. Geïrriteerd draaide ik de oven hoog, gaf de kugel nog een half uur hitte en bood buurvrouw mokkend en morrend een behoorlijk kleffe kugel aan. Het ding zag er zo ellendig uit, dat ik hem niet eens meer wilde proeven. Ik had schoon genoeg van die hele perenkugel. Even later belde buurvrouw op: de kugel was heerlijk, goed gevuld en van de juiste klefheid. Wilde ik misschien toch een stukje proeven? Voor de goede orde heb ik de kugel nogmaals gemaakt. Verrukkelijk is die loodzware deegbal in de peren zeker, je moet er alleen niet teveel van eten. En dat is om de dooie dood niet makkelijk. (Wordt vervolgd)