Invloed minister op strafzaak

DEN HAAG, 5 FEB. Minister Sorgdrager (Justitie) krijgt de bevoegdheid het openbaar ministerie (OM) aanwijzingen te geven in individuele strafzaken. Dat blijkt uit een wetsvoorstel voor de reorganisatie van het OM, dat Sorgdrager vandaag heeft toegestuurd aan verschillende adviserende instanties.

Het wetsvoorstel moet de reorganisatie van het openbaar ministerie, die in de praktijk al enige jaren draait, een wettelijke basis geven. In de reorganisatie verandert het OM van een verzameling regionale parketten tot één organisatie met een landelijke leiding. Die leiding berust bij het College van Procureurs-Generaal. In de praktijk oefent het College van PG's deze functie al uit sinds begin 1995, toen A. Docters van Leeuwen aantrad als voorzitter van het College. Volgens het wetsvoorstel beslist het College bij meerderheid van stemmen. Als de stemmen staken geeft de stem van de voorzitter de doorslag.

De minister van Justitie blijft volledig politiek verantwoordelijk voor het handelen van het OM. Volgens het wetsvoorstel betekent dit ook dat zij kan beslissen dat het OM in individuele strafzaken wel of geen vervolging moet instellen. Het College van PG's heeft vorig jaar fel geprotesteerd tegen dit voornemen van de minister, omdat de 'magistratelijke onafhankelijkheid' van de officieren van justitie hiermee verloren zou gaan. Volgens het wetsvoorstel moet de minister het College van PG's wel de gelegenheid geven hierover “zijn zienswijze” te geven.

Het openbaar ministerie krijgt verder een landelijk parket dat het gezag krijgt over het landelijk rechercheteam (LRT). Ook dit landelijk parket functioneert in de praktijk al enige maanden. Het behandelt onder meer de strafzaken die voortvloeien uit de onderzoeken van het LRT.

Minister Sorgdrager van Justitie heeft het wetsvoorstel vandaag toegezonden aan verschillende adviserende instanties, waaronder de Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak, de Nederlandse Orde van Advocaten en het College van procureurs-generaal.