Herkomst roofgoud uit oorlog onderzocht

WASHINGTON, 5 FEBR. De Verenigde Staten, Frankrijk en Groot-Brittannië zijn joodse organisaties tegemoetgekomen die zich inzetten voor compensatie van nabestaanden van Holocaust-slachtoffers. Ze hebben besloten de teruggave van Duitse oorlogsbuit aan Europese landen voorlopig te bevriezen, om na te kunnen gaan of het goud indertijd alleen geroofd is van Europese centrale banken, danwel ook afkomstig is van joodse particulieren.

Het gaat om 68 miljoen dollar aan goudstaven, die al een halve eeuw liggen opgeslagen in kluizen van de Federal Reserve Bank in New York en de Bank of England in Londen. Het is het restant van een veel grotere hoeveelheid goud (naar schatting 337 ton) die na de Tweede Wereldoorlog is overgedragen aan de Geallieerden door Zwitserland, Zweden en andere landen waar de nazi's het hadden ondergebracht. Het merendeel van dat goud (ter waarde van zo'n vier miljard dollar) is de afgelopen vijftig jaar al verdeeld onder de Europese centrale banken die door de Duitsers geplunderd waren. Ook Nederland heeft zo 70 ton aan goud teruggekregen. Begin dit jaar had de zogeheten Tripartite Commissie, die zich namens de Geallieerden heeft ontfermd over de teruggave van het goud, de laatste staven zullen teruggeven.

Onder leiding van het Joods Wereldcongres (JWC), een overkoepelend orgaan van joodse organisaties in meer dan tachtig landen, hebben verschillende joodse groeperingen aandacht gevraagd voor aanwijzingen dat vijf tot tien procent van het goud afkomstig is van joden die zijn omgebracht in de vernietigingskampen. Sieraden, munten en mogelijk zelfs gouden tanden zouden zijn vermengd met zogenoemd “monetair goud” en zijn omgesmolten tot goudstaven. Vooralsnog zijn daar volgens de Amerikaanse regering geen bewijzen voor, maar de bevriezing van de teruggave maakt het mogelijk de aanwijzingen van het JWC te onderzoeken.

Amerikaanse regeringsfunctionarissen zeggen open te staan voor het voorstel van het JWC om het goud te gebruiken voor een fonds voor nabestaanden van Holocaust-slachtoffers.

Nog onduidelijk is hoe daarover gedacht wordt in de landen die het goud zouden ontvangen, voorop Frankrijk dat op eenderde van het goud rekende. Maar ook Nederland, België, Oostenrijk, Albanië en Polen komen nog voor teruggave in aanmerking.