Gevangene eist in kort geding meer methadon

AMSTERDAM, 5 FEBR. Een gedetineerde in het huis van bewaring De Weg in Amsterdam heeft gisteren in kort geding voor de president van de Amsterdamse rechtbank toediening geëist van de hoeveelheid methadon die hij kreeg vóór hij in de cel terechtkwam.

De inrichtingsarts wil de man, die al 25 jaar verslaafd is aan drugs, niet meer dan 50 milligram methadon per dag geven. Voor hij in december vorig jaar werd opgepakt wegens mishandeling van zijn vriendin, kreeg hij van de Amsterdamse GGD 120 milligram. De gevangene stelt dat zijn gezondheid door de lagere dosering sterk achteruit is gegaan. Hij zou in korte tijd tien kilo zijn afgevallen, geen eten kunnen binnenhouden en lijden aan ernstige pijn.

Volgens de Amsterdamse GGD-arts G. van Brussel heeft de man een hogere dosis nodig wegens zijn slechte gezondheid, en kan plotselinge toediening van een veel lagere dosis levensgevaarlijk zijn. De gevangenisarts H. van Hilten staat echter op het standpunt dat methadon slechts een middel is om af te kicken en daarom in zo laag mogelijke hoeveelheden moet worden toegediend.

Naar schatting ruim de helft van de ongeveer twaalfduizend Nederlandse gevangenen is verslaafd aan drugs. In de gevangenis zijn zij voor de verstrekking van methadon afhankelijk van een huisarts die door de gevangenis is aangesteld voor de behandeling van gedetineerden. Sommige gevangenisartsen menen dat het goed is verslaafde gevangenen in ruime mate methadon te verstrekken, anderen dat het beter is de dosering zo snel mogelijk af te bouwen. Het beleid van de verschillende inrichtingen en politiebureaus is vaak slecht op elkaar afgestemd. Zo komt het voor dat een verdachte op het politiebureau nog wel zijn gebruikelijke dosis methadon toegediend krijgt, maar na overbrenging naar een gevangenis plotseling niet meer. Overigens zijn in de meeste gevangenissen binnengesmokkelde drugs in ruime mate aanwezig.

Vorig jaar eisten ook al twee verslaafde gevangenen toediening van methadon bij de rechter in Den Haag. In het eerste geval bepaalde de president dat de medische dienst de gevangene de hoeveelheid methadon moest toedienen die hij gewend was. In het tweede geval moest de gevangene zich volgens de president kunnen wenden tot een arts buiten de gevangenis om hem methadon te laten verstrekken. Gevangenen hebben deze 'vrije artsenkeuze' in theorie wel, maar zijn in de praktijk aangewezen op de gevangenisarts.

Een commissie die twee jaar geleden naar aanleiding van ernstige klachten de medische zorg in de gevangenissen onderzocht, adviseerde het ministerie van Justitie een gemeenschappelijk beleid te ontwikkelen voor de verstrekking van methadon. Volgens het ministerie kan echter niet worden getornd aan de autonomie van de arts. Wel publiceerde het ministerie eind vorig jaar een 'handreiking' voor de gevangenisartsen. Hierin raden de geneeskundig inspecteurs de artsen aan de onderhoudsdosis methadon die een gevangene kreeg vóór zijn detentie voort te zetten als er sprake is van zeer langdurige verslaving en ernstig zieke of psychisch gestoorde gevangenen.

Bij alle overige gevangenen zou de dosering geleidelijk moeten worden verminderd en de toediening uiteindelijk worden gestopt. Artsen blijven echter vrij een eigen beleid te voeren.

Uitspraak 13 februari.