Film en video als onderdeel van groter kunstwerk

Tacita Dean en Gerco de Ruijter. Witte de With, Witte de Withstraat 50, Rotterdam. T/m 16 maart. Di t/m zo 11-18u.

Van een blauw vierkant met een schuine witte streep erdoor zal geen museumbezoeker nog opkijken; het is het zoveelste abstracte schilderij. Maar deze witte streep beweegt! Gerco de Ruijters film van de condensstrepen die vliegtuigen over de hemel trekken is een - waarschijnlijk expres - flauw grapje over het verschil tussen film en beeldende kunst. Een wat ouderwets grapje ook: beeldend kunstenaars maken al heel lang films. Maar ze doen het wel steeds vaker; reden waarom Simon Field op zijn eerste filmfestival een speciaal programma aan films van kunstenaars wijdt. Onder de wat hooghartige titel 'Artists take over' zijn er korte films van acht Britse kunstenaars te zien. Fields lieveling is Tacita Dean, die op het festival drie films laat zien en ook in Witte de With exposeert.

Deans meesterstuk gaat wel over film maar is geen film; het is dan ook alleen in het kunstcentrum te zien. De installatie bestaat onder meer uit een videofilm over twee foley artists, de al weer wat ouderwetse verzorgers van geluidseffecten bij films. Ze kussen hun pols, slaan deuren dicht, lopen over verschillende soorten vloer. Tegenover de video hangt een 'dubbing chart' waarop een verhaaltje en de geluiden die daarbij horen zijn uitgeschreven. Uit een paar luidsprekers zijn die geluiden te horen, maar niet op het moment dat de artists ze maken. Deans installatie blijft verrukken, ook als de eerste sensatie - de truc van de goochelaar is verklapt - is weggeëbd. Het verhaal gaat onder meer over een ouvreuse die het theater verlaat tijdens de opvoering van Shakespeares Hendrik IV ('Open your ears'). Tussen video, geluid en chart bestaan allerlei subtiele verbanden - er klinkt bijvoorbeeld applaus op het moment dat de artists met hun werk klaar zijn.

Ook de films van Dean blijken in Witte de With meestal maar een deel van een kunstwerk te vormen. Ze gaan vergezeld van tekeningen en teksten die de films minder cryptisch en saai maken. Dean vertelt met behulp van uiteenlopende middelen verhalen die altijd over het vertellen van verhalen gaan.

Gerco de Ruijter (Vianen 1961) gebruikt de camera meestal om het Hollandse landschap vanuit een ongebruikelijk standpunt vast te leggen. Hij hangt zijn camera aan een vlieger en selecteert uit de film die dat oplevert weer foto's. De schaduwen van koeien blijken van bovenaf meer op koeien te lijken dan de koeien zelf.

Tijdens het festival werd ook het werk van de prijswinnaars van de Prix de Rome voor film en video getoond. De jury vond geen van de films goed genoeg voor een eerste prijs. Terecht en jammer, want Jeroen Eisinga en het duo Jeroen de Rijke/Willem de Rooij maakten eerder ontroerende filmpjes.

De tweede prijs ging naar de Engelse Imogen Stidworthy. Haar To bestaat uit twee grote videoschermen. Op de een vertelt een naakte heer af en toe een verhaal. Op de andere zit een meisje achter een typemachine te drinken, roken en denken. Ook deze installatie gaat over vertellen en de middelen die je daarvoor kunt gebruiken. Het bewegende beeld is er daar een van. De bioscoop is het monopolie daarop kwijtgeraakt, zoals Simon Field tijdens de opening van de installatie nog eens bevestigde. To is tot het eind van het festival in het Nederlands Foto Instituut te zien.