'Eurokader' zoekt steun bij Melkert

DEN HAAG, 5 FEBR. Een Nederlandse ingenieur die een paar jaar in Frankrijk of Duitsland gaat werken kan na pensionering behoorlijk spijt krijgen van zo'n avontuur.

In Nederland mist hij een aantal jaren pensioenopbouw, en van zijn voormalige buitenlandse werkgever hoeft hij niets te verwachten omdat hij bijvoorbeeld niet lang genoeg in dienst is geweest. “De mobiliteit van werknemers in Europa wordt ernstig belemmerd doordat er zoveel verschillende pensioenregelingen zijn”, zegt M. Rousselot, voorzitter van Eurocadres, vakbeweging voor kader- en directiepersoneel in Europa. Rousselot is in Nederland voor een gesprek met minister Melkert (Sociale Zaken en Werkgelegenheid), in het kader van het Nederlandse voorzitterschap van de Europese Unie. De Fransman wil er bij Melkert op aandringen dat de Brusselse autoriteiten haast maken met een oplossing voor de pensioenproblemen in Europa. Eind vorig jaar heeft een invloedrijke onderzoekscommissie voor mobiliteit al gesteld dat er een Europese richtlijn moet komen voor aanvullende pensioenregelingen. Een eerdere concept-richtlijn is door de Commissie afgewezen. “Wij willen dat Nederland erop toeziet dat er, in overleg met de sociale partners, snel een nieuw concept komt”.

Eind jaren tachtig waren veel Europese lidstaten bang dat hun hogeropgeleid personeel zou overstappen naar buitenlandse werkgevers. In de Nederlandse pers verschenen verhalen van Nederlandse technici die massaal kozen voor de hogere Duitse salarissen. Van die beruchte brain drain is uiteindelijk weinig overgebleven. Afwijkende pensioenregelingen en onbegrip bij de potentiële buitenlandse werkgever over de waarde van nationale diploma's zijn daarbij belangrijke belemmeringen gebleken, “al spelen culturele verschillen vaak nog een doorslaggevende rol”, erkent Rousselot. Werkzoekenden die het geen probleem vinden een baan in het buitenland aan te nemen zouden erbij gebaat zijn als hun diploma's en werkervaring in alle lidstaten dezelfde erkenning krijgen. De Europese Commissie heeft daartoe al maatregelen genomen, maar die gaan volgens Eurocadres niet ver genoeg. In navolging van bijvoorbeeld artsen en advocaten, die in alle EU-lidstaten hun beroep mogen uitoefenen, zouden alle nationaal erkende diploma's en vaardigheden Europees moeten gelden.

Het midden- en hogerkaderpersoneel in Europa heeft de laatste jaren forse klappen gekregen. Schommelde de werkloosheid onder dit deel van de beroepsbevolking in de jaren tachtig rond de vier procent, in '90/'91 schoot dit percentage plotseling omhoog. Nu zit ongeveer acht procent van het midden- en hoger kader zonder baan. Dat is weliswaar fors lager dan de gemiddelde Europese werkloosheid van 11 à 12 procent, stelt Rousselot, maar de snelle groei is zorgwekkend. Een sluitende verklaring voor de explosieve toename van werkloosheid onder hooggeschoold personeel is moeilijk te geven, zegt de voorzitter van Eurocadres. “Het waarschijnlijkst is dat de eerste golf reorganisaties in Europa vooral lager personeel betrof en dat begin jaren negentig het hoger kader aan de beurt is gekomen.” Hoger kader dat de de saneringen wil overleven moet er volgens Rousselot voordurend alert op zijn nog over de juiste kennis en vaardigheden te beschikken. “Scholing is geen wondermiddel tegen werkloosheid. Dat is duidelijk. Maar ook geschoolde werknemers moeten hun kennis bijhouden. Anders raken ze uiteindelijk toch hun baan kwijt aan jongeren met een betere opleiding.”