Een indrukwekkend afscheidsinterview

Hoe maak je een interview met iemand die weet dat hij spoedig zal sterven?

Negen van de tien interviewers zullen hun toon aanpassen: zachter, op de rand van ontroering, weinig kritisch. Paul Witteman trok zich niets aan van die journalistieke gedragscode en interviewde Frans Swarttouw zoals je iedere sterveling hoort te interviewen: zakelijk, maar niet zonder inlevingsvermogen. En juist daardoor werd het in Nova een indrukwekkend afscheidsinterview.

Het interview kreeg in twee sessies zijn beslag: enkele maanden en enkele dagen voor Swarttouws dood. In het eerste gesprek werd uitvoerig stilgestaan bij het lot van Fokker. “Er is méér in deze wereld dan geld”, zei Swarttouw, “een land heeft visitekaartjes nodig. Dat zijn vaak niet de meest succesvolle ondernemingen, maar wél de ondernemingen waaraan je afgemeten wordt.” Hij vond dat Nederland door de opheffing van Fokker “de risee is geworden in het buitenland”.

“Financieel was het niet op - Nederland kan het zich veroorloven - maar emotioneel wél”, meende hij. “De man in de straat heeft er meer voor over dan de man in de politiek.”

Witteman wilde weten waarom hij een poosje in België was gaan wonen: “Het heeft iets armoedigs.” Swarttouw draaide er even omheen: zó vermogend was hij nou ook weer niet en hij had genoeg aan de sociale voorzieningen betaald. “Is het geen kwestie van beschaving: in Nederland blijven?” drong Witteman aan. Toen rechtte Swarttouw de rug en zei: “Er zit wat in uw opmerking, het weggaan uit Nederland heeft iets armoedigs.”

Impliciet kreeg zijn opvolger bij Fokker, Erik-Jan Nederkoorn, er nog even van langs: “Wat mij verbaast: wat er met mensen gebeurt als ze macht krijgen. Er gaat een schakel om, er zijn er bij die gek worden, die niet meer goed bij hun bol zijn. De verleiding is groot, iedereen coiffeert je, de kunst is om zelf je koffertje te blijven dragen.”

Nostalgie naar Van Agt en Van der Stee: dat waren de bewindslieden met wie je snel iets kon regelen. Lubbers was behoedzamer, maar hij was te lang gebleven: “Voor iedereen is het op een gegeven moment genoeg.”

Keelkanker - bij hem een gevolg van te veel roken en drinken - had hem ten slotte geveld. Hij sprak met aangrijpende directheid over zijn naderende dood. “Ik begrijp zoveel dingen niet. Ik begrijp niet wat leven is, wat doodgaan is. Ik verbeeld me dat ik er niet bang voor ben, maar ik weet niet of er een bestaan na de dood is.” Het idee dat hij volgende week niet meer zou leven vond hij 'bizar en bespottelijk': “Ik zou dolgraag willen leven. Hoe kun je je prepareren voor iets dat je zo slecht kan begrijpen?”

Doorbehandeling tot het bittere einde had hij niet gewild. “Ik heb lichte chemo gehad, maar je vraagt je af: waarom, wat koop ik nog aan leven? Mijn schrikbeeld: verkommeren aan infusen in het ziekenhuis. Ik heb me altijd afgevraagd waarom mensen dat deden. Ik heb altijd gezegd: je mag iedereen knollen voor citroenen verkopen, maar jezelf niet.”

Ik heb uitvoerig uit dit interview geciteerd, omdat mijn ervaring is dat dergelijke actuele interviews nooit meer herhaald worden, hoewel ze vaak veel boeiender zijn dan menig regulier programma. Neem het programma dat kort ervoor werd uitgezonden en waarin Witteman als presentator ook al een rol speelde: Crisis. Bekende autoriteiten spelen dat ze een crisisteam vormen en een plotselinge crisissituatie moeten oplossen, in dit geval de brand in een chemische fabriek.

Ik heb al moeite genoeg om autoriteiten in de barre werkelijkheid op hun woord te geloven, laat staan als ze in een verzonnen werkelijkheid zijn beland. Die hele crisis wilde voor mij dan ook geen moment geloofwaardig worden. Ik zag alleen maar veel jongensdromen in vervulling gaan.

Gerrit Brokx speelde een werkelijk perfecte brandweercommandant, alleen het helmpje ontbrak nog. Zoals hij blaft er geen ander: “Met de commandant hier, u moet zich in verbinding stellen met de operationele brandweerman ter plekke.” Ook Docters van Leeuwen als vergadergeile burgervader (“We maken nog een rondje”) was ontegenzeggelijk een trouvaille: je kunt hem zó tussen de vroede vaderen van Hoogezand-Sappemeer planten.

Stiekem hoopte ik dat de zwarte gifwolk uit die fabriek zich boven hun tafel zou ontlasten, maar als kijker heb je in dit land nu eenmaal niks te vertellen.