ECD speurt in duister web rond fonds Enhobel

ROTTERDAM, 5 FEBR. Wie trekt aan de touwtjes bij het vastgoedfonds Enhobel ? Dat is een vraag waar de beurswaakhond Stichting Toezicht Effectenverkeer (STE), de speurders van de Economische Controledienst (ECD) en concurrent Uni-Invest graag antwoord op willen. Een maand geleden bood Uni-Invest omgerekend 28 gulden voor een aandeel Enhobel dat toen een koers van 19 gulden had.

Afgezien van een spectaculaire koersstijging (naar 28 gulden) gebeurde niets. “Niemand heeft zich gemeld,” zegt financieel directeur drs. R. Stolle van Uni-Invest. “Zelfs geen enkele kleine particuliere belegger. Ik vraag mij af of er nog wel particuliere beleggers in Enhobel zitten.”

De STE vroeg drieënhalf jaar geleden de ECD om een onderzoek naar drie stichtingen die zich hadden gemeld als grote aandeelhouders van Enhobel, maar de financiële rechercheurs konden geen klaarheid in de zaak brengen. Samen bezitten de stichtingen bijna 40 procent van de Enhobel-aandelen. Zij heten Schakel, Kerimina en Driegracht en worden bestuurd door aparte trustkantoren: Premier Trust, MeesPierson Trust en Trustkantoor Gestor.

Niet bekend

Achter de façade van de stichtingen lopen de sporen kriskras door Nederland: naar het zakenadres van makelaar H. Mens. Naar R. van de Putte, een vastgoedhandelaar die dankzij de goedertierenheid van Mens in 1991 aan een persoonlijk faillissement ontsnapte. En naar diens 'associé' mr. L. Schrijver, die vorig jaar september plotseling is overleden.

Enhobel was tot vijf jaar geleden een klein beleggingsfonds, zoals er wel meer zijn op de Amsterdamse effectenbeurs. Het beheer was in handen van de Hollandse Koopmansbank, een kleine bank, die gelieerd is aan de FNV. Tot makelaar Mens (met goedvinden van de bank) de macht bij het fonds kreeg. Hij installeerde een nieuwe raad van commissarissen en wilde van Enhobel een groot vastgoedfonds maken. Zijn medebeleggers hadden Zweeds klinkende namen: Viggen Fastigheter en Swedish Fasta. De nieuwe commissarissen waren Mens' fiscaliste mr. F. Rozemeijer van Deloitte & Touche, tevens medewerker van de zakenkrant Het Financieele Dagblad, mr. drs. J. van der Haven, een juridisch adviseur van makelaar Mens, en mr. A. van der Pluijm.

Anderhalf jaar later stootte Mens zijn eigen aandelenbelang weer af: Enhobel was weliswaar een vastgoedfonds geworden, maar de beoogde groei was niet gerealiseerd. Het fonds (111 miljoen gulden beleggingen in 1995) was zo jong, dat de zij geen last had van de kaalslag onder de kleine vastgoedfondsen in het begin van de jaren negentig. Toen kwamen ook verschillende voorbeelden van vermenging van belangen naar voren, waarbij directeuren tegen te hoge prijzen voor rekening van “hun” fonds vastgoed kochten uit eigen privé bezit.

Na het vertrek van Mens ontpopte de vastgoedbelegger Schrijver zich als de nieuwe sterke man bij Enhobel met een pakket van 16 procent van de aandelen. Schrijver was enige tijd directeur van de zaktelexenfabrikant Textlite, een speculatiefonds uit de jaren tachtig op de Amsterdamse effectenbeurs. Toevallig gevestigd in dezelfde kantoorvilla in Amsterdam-Zuid waar ooit ook Van de Putte kantoor hield. Ondanks de wisselingen onder de aandeelhouders van Enhobel, waarbij Mens zijn aandelen verkocht en de drie stichtingen en Schrijver opdoken, bleven alle commissarissen in functie.

Bijna alle aandelen van Enhobel zijn dan in handen van zes beleggers. In de loop van 1995 komt er een zevende grote aandeelhouder bij: de vastgoedmaatschappij Chesprop X, waarvan Schrijver directeur en minderheidsaandeelhouder is. Deze BV verkoopt vastgoed aan Enhobel en krijgt daarvoor betaald in aandelen van het fonds. Sinds de affaires over belangenverstrengeling moeten zulke 'insider' transacties op last van De Nederlandsche Bank nauwkeurig gemeld worden in het fondsverslag.

Al heeft Mens op papier niets meer met Enhobel te maken, hij blijkt wel betrokken. “Ik ben indirect aandeelhouder van Enhobel”, zegt Mens, en “ik vertegenwoordig wat buitenlandse beleggers met aandelen in Enhobel.” Deze beleggers houden bij hem kantoor. Hoe kan hij een grote aandeelhouder zijn zonder een wettelijke melding te geven? “Neem van mij aan dat het zo is.”

Omdat de drie stichtingen voor de aankopen van de aandelen Enhobel geen geld hadden, moesten zij dat lenen. Staal Bankiers in Den Haag, inmiddels onderdeel van bank en verzekeraar Achmea, geeft dat krediet. Als zekerheid dat het geld wordt terugbetaald krijgt de bank niet alleen de aandelen in onderpand, maar ook een garantie van onder meer Schrijver en Van de Putte.

De garantie van Van de Putte is uiterst curieus. De vastgoedhandelaar geniet een controversiële reputatie. Hij was een van de grote klanten van de Tilburgsche Hypotheekbank, die in 1982 door wanbeleid ineen stortte. Hij zat in dat jaar een maand in voorarrest op verdenking van malversaties bij een vastgoedtransactie, maar werd later vrijgesproken.

In 1989 stonden de curatoren van de Tilburgsche Hypotheekbank, die systematisch voormalige directeuren, commissarissen en notarissen financieel hebben aangesproken wegens hun rol in het bankdebacle, ook bij Van de Putte op de stoep. De Tilburgsche, de voormalige Slavenburgs Bank en verzekeraar Amfas hadden nog 37 miljoen gulden tegoed. Zij wilden Van de Putte en zijn vastgoedbedrijf failliet laten verklaren. Het laatste lukte, het eerste niet.

Van de Putte wist een privé bankroet af te wenden. Zijn reddende engel heette Mens, die de schuldeisers afkocht. “Van de Putte is een goeie kennis van mij”, zegt Mens. Over zijn financiële hulp:“Kan ik mij niet herinneren. Mijn geheugen voor dat soort dingen is niet zo goed.”

Het laatste verslag aan de rechtbank van de curator in Van de Puttes privé faillissement druipt van de scepsis. “De rode draad in het faillissement is voortdurend geweest de tegenstelling tussen enerzijds de welvaart die gefailleerde bij zijn optreden in het maatschappelijk verkeer uitstraalt (hij rijdt in auto's in de doorgaans dure prijsklasse, hij is betrokken bij een bouwplan in Noordwijk in de zogenoemde “Zuidduinen”) en anderzijds het gegeven dat curandus (Van de Putte; red) in vergelijking hiermee slechts een modaal inkomen heeft en totaal geen vermogen.”