Droogzwemmen voor de kwaliteitsprijs

“Het is altijd redelijk macho geweest om flink te snijden. Als er zo drastisch wordt ingegrepen, dan vind ik dat jammer. Dan denk ik vaak: daar zijn kansen gemist.” Directeur Jan Löwik van chemiebedrijf Unichema Nederland in Gouda is duidelijk niet het type van de kille saneerder. Eerder een man van de stille revolutie.

Löwik zegt het gesprek met zijn werknemers te zoeken. De wegens een schouderkwetsuur in trui gestoken directeur is wars van elke vorm van beheersen. “Managers vormen een ziekte. Die willen alles controleren. Het gaat om leiderschap, om impulsen, waarbij de leider zich ook kwetsbaar moet maken.”

Onder leiding van Löwik bereidt Unichema zich geestelijk voor op de strijd om de Europese kwaliteitsprijs. De Unilever-dochter uit Gouda, die in 1993 als eerste de Nederlandse kwaliteitsprijs won, is ook het eerste Nederlandse bedrijf dat een serieuze gooi wil doen naar de Europese trofee. Nederlandse bedrijven schrokken tot nu toe terug voor de wedstrijd, om het risico van vernederend lage rapportcijfers te vermijden.

Unichema gaat dit jaar “droogzwemmen” om zich voor te bereiden op de eisen en de onderzoeken van de jury. Indien de test slaagt, gaat de onderneming zich opwarmen voor deelname aan het Europese toernooi.

Dat betekent dat buitenstaanders het bedrijf komen beoordelen op uiteenlopende zaken als rentabiliteit, efficiëntie, personeelsbeleid en milieubeleid.

“We zijn een land van zesjes. Het is toch treurig dat wij in 1993 met een 6,5 als cijfer die kwaliteitsprijs ontvingen.” Met een 6,5 bleek Unichema in Nederland een uitblinker. In 1994 won de Technische Unie de prijs nog, maar daarna is de Nederlandse prijs niet meer uitgereikt: geen van de bedrijven die deelnamen, haalde 650 of meer van de maximaal duizend punten. Unichema is inmiddels goed voor zo'n 700 punten, aldus Löwik.

De huidige Unilever-dochter begon 1858 aan de rand van Gouda als kaarsenfabriek. Bijna 140 jaar later is de onderneming ingesloten door bebouwing en staat midden in de stad. Maar er rollen al lang geen kaarsen meer uit de fabriekspoorten. Vijftien jaar geleden sneuvelde dit laatste consumentenprodukt van Unichema.

De fabriek is tegenwoordig gespecialiseerd in de produktie van halffabrikaten op basis van dierlijke en plantaardige vetten, variërend van kokosolie tot rundervet. De ruim tweehonderd produkten vinden hun toepassing in onder meer autolakken, smeermiddelen, kunststoffen, verf, rubber, tandpasta, toiletzeep en dashboards. Het 380 werknemers tellende bedrijf exporteert 90 procent van zijn omzet van 350 miljoen gulden.

Löwik wil alle ruimte voor zijn personeel. “Luiheid is de beste drijfveer: luie mensen moeten wel nadenken. Het gaat om de kwaliteit van je mensen. Onze industrie heeft behoefte aan een beter opgeleide, gemotiveerde en goed toegeruste workforce.” Dat geldt volgens hem voor de hele Europese industrie. Van bedrijven in het Verre Oosten kan een Europees bedrijf het niet winnen op basis van loonkosten. “De lonen zijn hier een veelvoud van wat daar wordt uitbetaald.”

De Unichema-directeur denkt de strijd aan te kunnen gaan op kwaliteit en dat begint bij het personeel en bij een goede organisatie. “Irritatie is de basis van verbetering. Die irritatie moet echter wel gehoord worden.” Dus weg met de bureaucratie, weg met de “verborgen fabriekjes”, die overbodig werk verrichten, weg met koninkrijkjes zoals de technische dienst.

De technische dienst opereerde vroeger door de verkeerde organisatie van het werk uitermate inefficiënt. Het management besprak mankementen pas in de ochtendvergadering, waarna de technici op basis van hun prioriteiten aan de slag gingen. Produktielijnen lagen daardoor urenlang stil. Het streven naar een bezettingsgraad van negentig procent tijdens de 168 wekelijkse produktie-uren leek een illusie. Maar het blijkt mogelijk, nu de technici zijn ingepast in de produktiefaciliteiten, betrokken zijn bij het onderhoud en direct kunnen ingrijpen bij haperingen.

Toen Löwik in 1988 als directeur aantrad, liet hij berekenen hoeveel geld het kostte om binnen het bedrijf een pen te bemachtigen: vanuit het magazijn tot zijn bureau kostte dat door alle bureaucratie f 13,64.

“Niks geen bonnetjes meer in achtvoud. Laat gewoon eens per week de kantoorboekhandel uit de stad langskomen. Zeker, iedere werknemer heeft een Unichema-pen thuisliggen. Dat hou je niet tegen. Ik heb ze ook thuis liggen. Maar dit is minder erg dan een heel apparaat in stand houden om dat te voorkomen.” (ANP)