De wreker Bridges achtervolgd in complexe western

Wild Bill Regie: Walter Hill. Met: Jeff Bridges, Ellen Barkin, John Hurt, Diane Lane, David Arquette. Uitgebracht op MGM/United Artists Home Video.

“Weet je dan niet dat je nooit aan iemands hoed moet zitten?” Voor Wild Bill, de onvervalste western-held uit de gelijknamige film van Walter Hill, is z'n hoed net zoiets als z'n eer. En daar kom je nou eenmaal niet aan.

Walter Hill maakte van Wild Bill meer dan een bekwame proeve in het western-genre. De film gaat weliswaar over een man die sneller schiet dan denkt, een man met een reputatie die hem door het Nebraska van 1860 vooruit snelt, maar Hill laat zien dat Wild Bill Hickock ook door zijn reputatie achtervólgd wordt. Dat Wild Bill bovendien soms verbluffend mooi gefotografeerd is, had een bioscoopuitbreng gerechtvaardigd.

Cameraman Lloyd Ahern zette de avonturen van de legendarische revolverheld vaardig neer in het overbekende western-idioom: modderige straten vol hoefgetrappel, extreme close-ups van pistolen en met veel tegenlicht gefilmde, symmetrische shots waarin de held de klapdeuren van de saloon doorgaat. Ahern koos daarvoor de kleuren van de vlammend rode prairie en de bruingele modder, waardoor de film er nostalgisch uitziet.

Niet de hele film is in die warme kleuren neergezet. De kleursequenties zijn ingebed tussen zwart-wit scènes. De film opent en sluit met in zwart-wit gefilmde beelden van Bills begrafenis en wordt doorsneden met overbelichte, eveneens in zwart-wit gedraaide herinneringen, opiumdromen en angstaanjagende visioenen.

Het is onduidelijk waarom Hill, die zijn scenario baseerde op Thomas Babe's toneelstuk Fathers and Sons en de roman Deadwood van Pete Dexter, voor zo'n gecompliceerde structuur gekozen heeft. Temeer daar hij het verhaal ook nog eens door middel van een voice-over laat vertellen vanuit het perspectief van Bills Engelse vriend Charlie (met veel berustende blikken gespeeld door John Hurt). Dat de film vanaf Bills aankomst in het oudtestamentisch aandoende stadje Deadwood, ongeveer halverwege de film, toch nog spannend wordt, is dan ook een verrassing. Bill, door wiens leven we in de voorgaande episodes met zevenmijlslaarzen heen gedenderd zijn, is dan inmiddels 39 jaar, heeft 20 doden op zijn naam staan en verliest langzaam zijn gezichtsvermogen ten gevolge van syfilis. Doordat onze held daar, in plaats van een wreker, iemand blijkt te zijn wiens daden zelf gewroken moeten worden, krijgt het verhaal alsnog de nodige intrige.

De avonturen van Wild Bill Hickock werden in 1936 al door Cecil B. DeMille verfilmd in zijn klassieker The Plainsman, met Gary Cooper in de titelrol. Ook Jeff Bridges speelt hem, in een van zijn betere rollen, als de traditionele, ondoorgrondelijke lone-rider. Een mooie bijrol is weggelegd voor Ellen Barkin als Calamity Jane. Ze speelt haar als een rouwdouw tegen wil en dank, een meisje met een hese stem dat eigenlijk bemind wil worden door al die klaplopers die ze verslaat met kaarten.

Van Dyke Parks componeerde een sfeervolle soundtrack en smeedde het geluid van valse pianola's, knallende zwepen, het geratel van koetsen en ritmisch afgevuurde pistoolschoten samen tot het onmiskenbare geluid van het Westen.