De macht pakken

Een jaar geleden wist buiten het kleine gezelschap van degenen die direct met hem te maken hadden, niemand wie Dick Morris was. Politiek adviseur, belangrijkste consultant van president Clinton, maar in die functie zelfs zo ver achter de schermen dat de telefooncentrale van het Witte Huis hem alleen als 'Charlie' kende.

Toen is hij een paar dagen wereldberoemd geweest, nadat een prostituée hem ervan had beschuldigd, haar te hebben laten meeluisteren als de president aan de telefoon was. Door niet nader omschreven motieven gedreven, had ze dit tegen het boulevardblad The Star verteld. De beschuldiging bleek gedeeltelijk waar te zijn en de consultant kwam ten val.

Intussen heeft hij een boek gepubliceerd, Behind the Oval Office (*) waarin hij zijn loopbaan beschrijft en zodoende de geheimen van het politiek adviseurschap openbaart. Het leest als een jongensboek - hoe bescheiden, dappere Dick de machtigste man ter wereld aan zijn betrekking heeft geholpen - en tegelijkertijd geeft het meer inzicht in de marketing van de politiek, zoals die in de Verenigde Staten tot de hoogste graad van ontwikkeling is gebracht. In andere landen waar deze vorm van machtsstrijd nog op een lager niveau wordt gevoerd, wordt daar weleens een voorbeeld aan genomen. Voor wie dit doet, is Behind the Oval Office een meeslepend leerboek. Anderen kunnen het lezen als een aanvulling op Everything for Sale van Robert Kuttner, dat ik hier vorige week ter sprake heb gebracht.

Is de politiek, zijn politici te koop, in de oorspronkelijke zin? Kan het belang dat het meeste geld biedt, 'de politiek' beslissend beïnvloeden door de politicus als uitvoerder te kopen? In deze zin zijn er wel directe lijnen tussen politiek en belang, maar die worden nergens aanvaard, en bij ontdekking als corruptie aan de kaak gesteld. De toestand die door Kuttner en van een volstrekt ander standpunt door Morris wordt beschreven, is veel ingewikkelder. Het gaat daar om het web van verbindingen tussen het politieke bestel, het algemeen belang over de behartiging waarvan eens in de zoveel tijd de kiezers beslissen, en de niet openbare particuliere belangen die proberen, het beleid in de door hun gewenste richting te sturen, tussen twee verkiezingen in. Op dat uitgebreide front opereren de ongetelde lobbies.

Dit web - dat is de kern van het vraagstuk - is de afgelopen tientallen jaren steeds ingewikkelder geworden door één simpele oorzaak: de kosten van de verkiezingscampagnes zijn steeds hoger geworden, de bedragen die in de kandidaten moeten worden geïnvesteerd vallen door de partijen allang niet meer op te brengen. De afgelopen campagne van Clinton heeft 85 miljoen dollar gekost. De gevolgen zijn dat de verkiezingsstrijd telkens zwaarder wordt gesubsidieerd, ook door particuliere belangen die dat niet voor niets doen, èn dat steeds meer specialisten hun intrede hebben gedaan: de enquêteurs, de experts van de marketing en de strategen van de campagnes.

Het gaat dus allang niet meer om het primitieve 'mannetjes maken' waarbij - dat wil het verhaal - de kandidaat de marionet is in de handen van de experts. Het produkt omvat het totaal van de campagne, dat wil zeggen: het programma, de kandidaten, tactiek en strategie, en het werven van de fondsen, de fortuinen. Verkocht wordt een politieke veldtocht, die feitelijk al begint op de dag na de afgelopen verkiezingen. De koper is de politieke partij. De krijgskas wordt voornamelijk gevuld en op peil gehouden door een nauwelijks nader te beschrijven conglomeraat van particuliere belangen. Wie in deze complexe en voortdurend veranderende toestand tenslotte de kopers zijn en wie de verkopers valt niet meer na te gaan.

Dick Morris beroemt zich erop, de ontwerper, hoofdstrateeg van de eerste volledig op de televisie gevoerde campagne te zijn. Zijn belangrijkste wapen was daarbij de enquête. Niet met de uitdrukkelijke opzet, maar omdat dit wapen deze strategie voorschrijft, heeft hij waar hij daartoe in staat was, het Democratisch programma zo vaag mogelijk gehouden, in die mate dat het op menig punt niet meer van het Republikeinse was te onderscheiden. Men heeft dan ook de Democraten van politiek plagiaat beschuldigd. De vaagheid diende als grondslag voor enquêtevragen. Uit de antwoorden viel af te leiden, welke politieke standpunten er bij de kiezers het best ingingen.

Met dit 'assortiment' begon de kandidaat zijn tournee; die 'artikelen' werden er via de televisie ingepompt. Dit schipperen tussen links en rechts, door Morris tot zijn kunst verheven, noemt hij triangulation, waarvoor 'driehoekshinken' misschien een vertaling is. Verder leerden de enquêtes nog met welke standpunten de tegenstander bij de meerderheid aan het verkeerde adres was. Die werden tot munitie voor de aanvalscampagne gebruikt, een methode die in Nederland niet behoorlijk wordt gevonden. Deze veldtocht als geheel is in ieder geval met een verbazingwekkende overwinning geëindigd; een wonder, zou je zeggen, gegeven de ontreddering van de Democraten na hun verpletterende nederlaag in 1994.

Dit alles zeer globaal samengevat. Het boek bevat een rijkdom aan details, en door het intensieve contact van de consultant met Clinton en Hillary komt er terloops een interessant informeel portret uit tevoorschijn. Daardoor is het ook zeer Amerikaans. Maar nu het merkwaardige: soms krijg je het gevoel dat het je bekend voorkomt, dat je over ons paarse fenomeen zit te lezen, over de verneveling van partijprogramma's tot het assortiment waaruit naar de eisen van de wisselende omstandigheden onze consensus wordt getoverd. Het boek van Morris prikkelt de nieuwsgierigheid naar de werking van de Nederlandse mechanismen. Je benijdt de Amerikanen om hun openbaarheid en de energie en zin waarmee ze er gebruikt van maken.

Er is ten slotte in dit boek één conclusie van Europees belang: de macht van de Amerikaanse president als opperbevelhebber van de strijdkrachten is sterk verminderd. Misschien kan militaire interventie met de garantie van beperkte verliezen nog aan de kiezers worden verkocht, maar nooit meer zullen ze instemmen met een oorlog die vergelijkbaar is met die in Korea of Vietnam.

* Dick Morris, Behind the Oval Office, Winning the Presidency in the Nineties. Random House, New York 1997.

    • H.J.A. Hofland