Commissie-Van Kemenade; Nederland laat geroofd goud onderzoeken

AMSTERDAM, 5 FEBR. Een commissie onder leiding van oud-minister J.A. van Kemenade (PvdA) gaat het onderzoek bij de Zwitserse banken naar het zogeheten nazi-goud volgen. Dit heeft het ministerie van Financiën vanmorgen desgevraagd bevestigd.

In de commissie komen vertegenwoordigers van De Nederlandsche Bank, van Financiën en het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie (Riod), naast specialisten internationaal recht en fiscale deskundigen. Op dit moment zijn alleen de namen van Van Kemenade, thans commissaris van de koningin in Noord-Holland, en die van Riod-directeur Blom bekend. Minister Zalm (Financiën) hoopt de commissie binnen enkele weken te installeren.

De commissie moet bekijken in hoeverre Nederland nog recht kan doen gelden op goud, dat in de Tweede Wereldoorlog is geroofd, maar de reikwijdte van de opdracht ligt nog niet definitief vast. In een brief aan de voorzitter van de Tweede Kamer, P. Bukman, van 27 januari schrijft Zalm dat de commissie het onderzoek in Zwitserland in de gaten zal houden. Eigen onderzoek door de commissie wordt door Financiën echter “zeker niet uitgesloten”. Een ingewijde noemt de commissie-Van Kemenade “een Nederlandse versie van de commissie-Volcker”.

Paul Volcker, de voormalige voorzitter van het Amerikaanse stelsel van centrale banken, leidt een onderzoek bij Zwitserse banken naar bezittingen die door de nazi's zijn geroofd. De commissie-Volcker is vorig jaar onder Amerikaanse druk ingesteld na een hevig dispuut tussen het Joods Wereldcongres en Zwitserland, dat daartoe het bankgeheim gedeeltelijk heeft opgeheven.

De Duitse bezetters haalden in de Tweede Wereldoorlog goud uit de kluizen van De Nederlandsche Bank (DNB) en voerden dat af naar Zwitserland. Daarbij ging het om “monetair goud”, goud dat de centrale bank in reserve heeft om de gulden te stabiliseren, en om “niet-monetair goud”. De categorie betreft goud dat burgers - meest joden - gedwongen waren in te leveren bij DNB.

Na de oorlog stelden de geallieerde mogendheden een schadevergoeding vast voor de Europese landen, die hun goud waren kwijtgeraakt. Nederland ontving slechts een gedeelte van de werkelijke waarde van het monetaire goud volgens een regeling die in principe geldt als definitief.

De Tweede Kamer drong er in december in een vertrouwelijke commissievergadering bij Zalm op aan desondanks te onderzoeken in hoeverre Nederland alsnog een schadevergoeding kan krijgen voor de centrale bank en voor de overwegend joodse oorlogsslachtoffers. Zalm beloofde toen te bekijken of de Nederlandse regering daartoe een commissie zou kunnen installeren.