Bokspromotor werkt aan oneindige cirkels

ROTTERDAM, 5 FEBR. Zijn trainingspak heeft hij verruild voor een driedelig kostuum, zijn racket voor een mobiele telefoon. Oud-badmintonspeler Peter Blommaert gaat tegenwoordig door het leven als een ambitieus bokspromotor. Met alle bijbehorende retoriek. “Boksen in Nederland is een absolute groeimarkt, daar geloof ik heilig in.” En: “Wij leveren exclusief entertainment en exclusiviteit verkoopt altijd.”

Blommaert trad gisteravond op als organisator van het tweede profgala met de veelbelovende werktitel Future Champions. Die taak kostte hem zichtbaar veel energie. Als een bezetene pendelde hij in het World Trade Center (WTC) op en neer tussen kleedkamer en ring. Acht profpartijen stonden op het programma in het Rotterdamse beursgebouw, maar geen moment vond Blommaert de tijd om zelf plaats te nemen langs de touwen. Bokspromoting vergt loopvermogen, zoveel werd duidelijk.

Het avondvullende programma maakt deel uit van een cyclus van tien. Op initiatief van Blommaert verschijnen om de twee maanden zo'n acht tot tien talentvolle boksers in de ring. Stap voor stap worden zij klaargestoomd voor het 'grote werk', een gevecht om een Europese- of wereldtitel. Blommaert: “De serie van tien is het voertuig waarmee de beloftevolle jongens komen waar wij ze willen hebben. Kortom, wij investeren in resultaat.”

Wij staat voor Blommaert en zakenpartner Stan Hoffman, de excentrieke Amerikaan die optreedt als manager van vuistvechters als Don Diego Poeder en Orhan Delibas. Blommaert verzorgt de organisatie, Hoffman levert de boksers. Het tweetal vormt een succesvolle combinatie en mag zich bij gebrek aan concurrentie heer en meester noemen op de Nederlandse boksmarkt. Met dank aan het onderlinge gekonkel van de andere managers en promotors. Blommaert: “Daardoor bleek het al vrij snel tamelijk eenvoudig om het middelmatige niveau hier in Nederland te ontstijgen.”

Belangrijker was de lucratieve overeenkomst die de 32-jarige Rotterdammer vorig jaar sloot met ProNet, de toeleverancier van FilmNet/SuperSport. Voor een bedrag van bijna een miljoen gulden heeft de abonneezender het alleenrecht om de tien gala-avonden rechtstreeks op het scherm te brengen. De juiste sport op de juiste plaats in de ogen van Blommaert. “Want behalve sport is boksen een spectaculaire show die gemaakt is voor televisie.”

De reeks van tien boksvoorstellingen moet in de filosofie van Blommaert op termijn uitmonden in een permanente cyclus. “Een oneindige cirkel waarbij iedere bokser zijn eigen serie heeft zodra hij een grote titel heeft veroverd.” Het concept is grotendeels geënt op de succesformule van de Tuur on Tour-karavaan, het commerciële circus waarmee Regilio Tuur de afgelopen jaren door Nederland trok.

Als jeugdvriend van Tuur kwam Blommaert eind jaren tachtig in aanraking met de bokssport. Met een onbevangen blik betrad hij naar eigen zeggen de wereld die bol staat van de interne conflicten. Managers die elkaar het licht in de ogen niet gunnen, promotors die elkaar het leven zuur maken. “Ik heb daar altijd boven gestaan. Iedereen krijgt van mij een hand, al was het alleen maar uit zakelijk oogpunt.”

Jarenlang vervulde Blommaert achter de schermen de rol van pr-manager en vertrouwensman van Tuur, de inmiddels oud-wereldkampioen in het supervedergewicht. “In feite was Regilio zelf de beste pr-chef die hij zich maar wensen kon. Maar door zijn zakelijke beslommeringen kwam het boksen in het gedrang.” Vorig voorjaar werd de samenwerking tussen de oud-klasgenoten verbroken. “Ik wilde niet meer op exclusieve basis voor één bokser alleen werken.”

Blommaert ging zijn eigen weg en maakte dankbaar gebruik van de opgedane contacten en ervaringen. Maar voor Tuur, gisteren een van de bijna duizend aanwezigen in het WTC, niets dan lof. “Regilio heeft aangetoond dat boksen niet alleen een bezigheid is van oud-bajesklanten en uit de kluiten gewassen portiers. Hij heeft de eerste steen gelegd voor de commercialisering van de bokssport in Nederland.”

Niet iedereen is even opgetogen over de commerciële wind die Blommaert laat waaien. Vooral in amateurkringen overheerst onvrede. De leegloop onder de niet-betaalde tak zou voor een groot deel veroorzaakt worden door Blommaert. Om zijn avonden te vullen zou de promotor boksers zonder enige staat van dienst overhalen om toe tot treden de rijen der professionals. Blommaert: “Onzin. Waarom zou ik investeren in jongens zonder talent?”

Nee, zegt de promotor, men zou hem eerder dankbaar moeten zijn. Hij biedt mogelijkheden, anderen niet. “Wij hebben de toekomst in handen. Als het ons niet lukt, wie moet het dan in vredesnaam doen?”