Acrobatische sprongen uit Wit-Rusland

Komende week is het Staatsdansgezelschap van Wit-Rusland in Nederland te zien. “De meeste staatsgezelschappen zijn na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie verdwenen”, vertelt directeur Doedkevitsj.

Staatsdansgezelschap van Wit-Rusland. Vanavond om 20u in de Buitensociëteit Zwolle, tournee t/m za 8 febr. Inl.(020) 675 09 66

In de schemer achter het toneel van Theater de Speeldoos te Zaandam smijt Pavel zijn laarzen in een hoek, voor straks. Tussen de fluwelen gordijnen heerst de bedrieglijke kalmte die aan een voorstelling vooraf gaat: Het Staatsdansgezelschap van Wit-Rusland, ruim 40 dansers en musici groot, is op tournee door Nederland. In tien dagen worden bijna evenzoveel steden aangedaan.

Na aankomst zijn kleedkamers en gangen door de groep ingenomen, de jongens lawaaiig, de solistes in hun bontmantels er hooghartig achteraan. Spitsuur voor kleedster Zina, al 20 jaar de spil achter de schermen. Ze wijst om zich heen, naar de koffers vol strooien hoedjes, met de hand geborduurde jurken, en drie Russische strijkbouten. “Alle kostuums”, verklaart ze haar werkzaamheden simpelweg.

Om zes uur repetitie. Telkens laat de balletmeester de dansers hetzelfde fragment herhalen. Protesten klinken er niet. “De show moet perfect zijn”, zegt danseres Natasja (32). Van haar eerste tournee herinnert ze zich vooral, dat de bus bij terugkeer ver door de wielen hing, vol met de kleren, stofzuigers en tweedehands televisies die het gezelschap hier had ingeslagen. “Het hele gezin kan nog jaren voort met de schoenen die ik toen voor ze kocht”, zegt ze lachend.

Natasja woont in Minsk met haar ouders, haar broer en haar zoontje van elf in een naar Russische begrippen ruime tweekamerflat. Dankzij Natasja's extra inkomsten bezoekt haar zoon een speciale, Engelstalige school en heeft hij muziekles. Op tournee verdient Natasja ongeveer 20 dollar per dag, de helft van een gemiddeld Russisch maandsalaris. Om geld uit te sparen wordt er elke dag gekookt met van huis meegebrachte ingrediënten. Op eigen verzoek zijn de Russen daarom, net als twee jaar geleden, ondergebracht in bungalowpark 'De Berkenhorst', in de bosrijke omgeving nabij Apeldoorn. “In hotels kun je niet koken”, zegt cimbaliste Tanja Koeprejeva (34), “vaak zijn ze vies en moet je er een duur ontbijt eten met klef wit brood.” 's Morgens vroeg al pruttelt in menig huisje de soep, om één uur is de warme maaltijd. De enige tot middernacht, als de voorstelling achter de rug is en wodka, brood en salades op tafel komen.

Het Amsterdamse impresariaat Gislebert Thierens betaalt de door hem geëngageerde buitenlandse groepen een vast bedrag voor de dagelijkse verblijfskosten, het séjour, volgens de richtlijnen van de Vereninging voor Theater Producenten. “Daarbij krijgt elke danser door het ensemble een salaris uitgekeerd”, vertelt tourmanager Hans Smit. “Het is niet eenvoudig om theaters te boeken voor Oost-Europese groepen. Het nieuwe is er wel zo'n beetje af, daarom mogen ze van ons niet vaker dan eens per twee jaar komen. We proberen iets op te bouwen door te werken met groepen van hoge kwaliteit.” Sinds het uiteenvallen van het Sovjet-rijk hebben tweederangs groepen de markt verpest, denkt Smit. “Het vertrouwen van de Nederlandse schouwburgdirecteuren is geschaad. Ik hoor regelmatig van wantoestanden, gestrande Russische dansgroepen die door het impresariaat in de steek gelaten zijn omdat ze de tournee niet volgeboekt kregen.”

Tijdens de voorstelling volgt de balletmeester, dicht tegen de gordijnen in de coulissen gedrukt, elke beweging. De directeur hupt mee op de maat van de muziek. Nog net niet in het toneellicht ligt een plasje water op de grond. Het lijkt een ongelukje, tot Pavel opeens tevoorschijn schiet en er zijn schoenen door wrijft. Als seconden later zijn cue komt duikt hij over het toneel in de rondte in een serie duizelingwekkend snelle sprongen, door het publiek beloond met een open doekje. Na afloop moet de toneelknecht het gordijn wel vier keer opentrekken.

“Met 650 man is deze zaal, met een capaciteit van 800, goed gevuld. En zo gaat het elke avond”, constateert Smit na afloop tevreden. Ook de cd's worden, voor 26 gulden, grif verkocht. Opvallend is het aantal grijze hoofden in de zaal. Jongeren blijven weg, ook al zijn de acrobatische toeren adembenemend, de muziek opzwepend en de timing perfect. Hans Smit: “Ruim de helft van dit programma heb ik niet eerder van ze gezien. Maar de voorstelling is traditioneel. Het zou goed zijn als ze in artistiek opzicht nieuwe wegen inslaan. We zouden er Westerse regisseurs op af kunnen sturen, maar dat lijkt mij geen goed idee. Dan blijft er van de traditie niets over en daar ligt juist de kracht van dergelijke groepen.”

De volgende ochtend: tijd voor de dagelijkse duik in het tropisch zwemparadijs. “Goed voor de spieren”, bromt directeur Doedkevitsj. Mevrouw Doedkevitsj maakt cappuccino met Hollandse zakjes Nescafé. Na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie is er voor zijn groep wel het een en ander veranderd, vertelt Doedkevitsj. “Veel staatsbedrijven hadden hun eigen dansensemble. Nu er op grote schaal geprivatiseerd wordt, zijn de meeste verdwenen. Wij zijn een groot en duur gezelschap. Eén huzaren-kostuum kost honderden dollars, en gaat hooguit twee jaar mee. De staat betaalt onze salarissen en onkosten, maar de vraag is hoe lang nog.” Opgelucht is Doedkevitsj over het wegvallen van de staatscontrole: “De eerste tournee reisde de Minister van Cultuur met ons mee. Hij bemoeide zich met alles.”