Vooruitgangsoptimisme

Ir. B.J. van der Vlies citeerde minister Borst die in een interview in het Nederlands Dagblad van 23 januari haar vooruitgangsoptimisme beleed (NRC HANDELSBLAD 27 januari). “Op allerlei gebied ging het er vroeger gruwelijk aan toe” aldus de minister, “neem het schilderij dat Rembrandt maakte van het Deense meisje aan de galg.

Uit armoede had ze gestolen. En wat zei de samenleving toen? Aan de galg ermee! Bezie dan eens hoe we nu met elkaar omgaan.''

Het meisje dat Rembrandt tekende (niet schilderde) heette Elsje Christiaans, ze was 18 jaar oud, geboren in Jutland en, in het voorjaar van 1664, net in Amsterdam gearriveerd. Ze stierf aan de wurgpaal, maar niet wegens diefstal. Elsje was ter dood veroordeeld wegens moord. Haar hospita had om haar geld gevraagd en in de ruzie die daarop volgde had Elsje een bijl gepakt, de vrouw tot in de kelder achtervolgd en doodgeslagen. Daarna had ze het huis doorzocht en leeggeroofd. Zowel deze gruweldaad als de doodstraf voor een vrouw was uitzonderlijk, en de hele stad sprak erover: Rembrandt was niet de enige die zich het IJ over liet roeien om haar op de Volewijk, het galgenveld, te bekijken. Op zijn tekeningen is duidelijk het moordwapen te zien, dat boven haar hoofd is gehangen.

Dit alles zou niet meer zijn dan een pedante correctie, als dit voorbeeld niet gebruikt was voor een vooruitgangsoptimisme dat een twintigste eeuwer niet past. In een dergelijk optimisme is ook rechtvaardiging voor cultuurrelativering te proeven. 'Vroeger was het bij ons ook vreselijk', lijkt de boodschap te zijn, 'en dat is tenslotte ook goed gekomen'. Maar zo gruwelijk was het hier vroeger niet en zo goed is het nu ook weer niet gekomen. Humanitaire waarden verschijnen niet vanzelf, maar moeten bevochten en verdedigd worden. Zonder relativering.