Voor Tories valt weinig te winnen in Wirral South

LONDEN, 4 FEBR. De Britse regering heeft gisteren bepaald dat op 27 februari in het kiesdistrict Wirral South een tussentijdse parlementsverkiezing wordt gehouden. De tussentijdse verkiezing in het Noordwestengelse kiesdistrict wordt door alle partijen beschouwd als opmaat, graadmeter en generale repetitie voor de algemene verkiezingen.

Bij verlies raken de regerende Conservatieven hun meerderheid in het Lagerhuis kwijt. Momenteel houden regeringspartij en oppositie elkaar in wankel evenwicht met ieder 322 zetels.

Al brak het verkiezingscircus gisteren onmiddellijk in alle hevigheid los, er bestaat nog altijd een kans dat de volksraadpleging in Wirral South op het laatste moment niet doorgaat. Als premier Major voorziet dat de verkiezing voor de regerende Conservatieve partij rampzalig zal verlopen, kan hij besluiten om zo snel mogelijke algemene verkiezingen uit te schrijven. Doet hij dat vóór 18 februari, dan vervalt de tussentijdse verkiezing. De Conservatieve regering heeft tot het laatstste moment gewacht met het uitschrijven van de verkiezing in Wirral South. Tussentijdse verkiezing voor één van de 651 Lagerhuiszetels was noodzakelijk geworden door het overlijden van het Conservatieve parlementslid Barry Porter op 3 november. Volgens de parlementaire conventie moet een tussentijdse verkiezing worden aangekondigd binnen drie maanden na het openvallen van een zetel. Maar de Conservatieven hadden de regionale volksraadpleging liever uitgesteld voor onbepaalde tijd.

Ze hebben nog overwogen om zich niet aan de drie-maandenrichtlijn te houden met als argument dat het geldverspilling is om binnen twee maanden twee keer een parlementsverkiezing in Wirral South te houden. Uiteindelijk hebben ze daarvan afgezien omdat de oppositie een dergelijk uitstel zou aangrijpen om de Tories af te schilderen als laf en ondemocratisch. Daarbij liep de regering het risico dat het houden van de verkiezing in Wirral South alsnog zou worden afgedwongen door een meerderheid in het Lagerhuis.

De Conservatieven hebben bij de verkiezing in Wirral South weinig te winnen en veel te verliezen. Als de Conservatieve parlementskandidaat Les Byrom als overwinnaar uit de strijd komt, zullen commentatoren het belang van zijn zege bagatelliseren. Staat het zuiden van de forenzenstreek Wirral niet van oudsher bekend als Conservatief bolwerk? Bij de laatste parlementsverkiezingen in 1992 kregen de Conservatieven bijna de helft meer stemmen dan Labour, vier keer zoveel als de Liberaal-Democraten. Voor een overwinning van Labour is een kleine electorale aardverschuiving nodig: 8,1 procent van de ruim 60.000 kiezers moet overlopen van de Conservatieven naar Labour. Zo'n grootscheepse omslag van kiezersgunst, vlak voor de algemene verkiezingen, is zelden vertoond.

Maar als de Conservatieven in Wirral South verliezen, zal dat onvermijdelijk worden uitgelegd als voorbode van een smadelijke nederlaag bij de algemene verkiezingen. Wetenschappelijk medewerker John Curtice van het Centre for Research into Elections and Social Trends heeft onderzoek gedaan naar de relatie tussen tussentijdse verkiezingen en algemene verkiezingen. Sinds 1951, zegt Curtice, heeft nooit een partij de algemene verkiezingen gewonnen die bij de laatste tussentijdse verkiezing stemmenverlies moest incasseren van meer dan vijf procent. Volgens de laatste opiniepeiling staan de Conservatieven in Wirral South op een verlies van 16 procent.

In afwachting van de aankondiging van gisteren hadden de grote Britse partijen de laatste weken in Wirral South al hun verkiezingskampen opgeslagen. Labour vulde een leegstaande supermarkt met computers, planningsborden en jonge, gretige partijmedewerkers uit Londen. De Conservatieven richtten twee verlaten bedrijfsgebouwen in als hoofdkwartier voor de campagne. En in hun kielzog volgde een karavaan van bewindslieden en asprant-ministers. De fotogenieke ladykiller annex minister van Defensie, Michael Portillo, vleide zich afgelopen weekeinde op een partijbijeenkomst in Wirral South nog aan de voeten van twee oudere dames, nippend van zijn kopje thee zonder zijn modieuze maatkostuum te kreuken. Zijn kabinetscollega Stephen Dorrell, minister van Volksgezondheid, kocht gisteren in Haswall, het meest welvarende deel van het groene schiereiland, een plantje voor zijn echtgenote, alvorens hij de verbijsterde winkeljuffrouw een gouden toekomst onder de Tories in het vooruitzicht stelde. Enkele kilometers verder hield John Prescott, vice-voorzitter van Labour, zijn gehoor voor dat de regeringspartij zich nooit aan haar beloftes houdt.

De massale belangstelling vanuit Westminster laat zien hoeveel waarde de partijen hechten aan hun laatste krachtmeting voor de algemene verkiezingen. Voor Labour is het belangrijk te tonen dat ze ook kan winnen in een kiesdistrict waar 81 procent van de bewoners zich tot de middenklasse rekent. Waar de werkloosheid relatief laag is (6,8 procent) en het autobezit (74 procent) en eigen-woningbezit hoog. Een overwinning in Wirral South moet bewijzen dat Labour zich de laatste jaren met succes in het politieke midden heeft genesteld en zelfs brave burgers in de provincie geen angst meer aanjaagt. De Conservatieven kunnen slechts op beperking van de schade hopen. Zelfs de kleinst mogelijke overwinning zouden ze al vieren als lang verwachte kentering. Niet zonder reden. In de laatste nationale opiniepeiling van het bureau Mori liggen ze met 30 tegen 55 procent hopeloos achter op Labour. Verder hebben ze al bijna acht jaar geen tussentijdse verkiezing meer gewonnen. Tussentijdse verkiezingen fungeren nu eenmaal als uitlaatklep voor ontevreden kiezers. Aan die traditie refereerde vice-premier Michael Heseltine gisteren toen hij zei dat “er nogal wat mensen zijn die tussentijdse verkiezingen zien als buitenkans om de regering in het kruis te trappen”. Zich indekkend tegen een mogelijke nederlaag voorspelde hij dat dit ook in Wirral South opnieuw gebeuren zou.